De ademhaling wordt gestuurd door een impuls vanuit het ademhalingscentrum in de
hersenstam. We kunnen de ademhaling ook bewust sturen of bewust de adem inhouden.
Bij het inademen en uitademen gebruiken we de ademhalingsspieren. Er zijn twee vormen
van ademhaling:
1. Borstademhaling; trekken de tussenribspieren zich tijdens de inademing samen. Door
deze spieren worden de ribben omhoog gebracht, waardoor de inhoud van de
borstkas groter wordt. Bij de uitademing dalen de ribben weer, waardoor de
borstholte kleiner wordt en de lucht naar buiten gedreven wordt.
2. Buikademhaling; de borstholte wordt vergroot door het naar beneden trekken van
het middenrif naar de buik. Doordat de borstkas wordt vergroot adem je in. Tijdens
de uitademing ontspant het middenrif zich en komt omhoog. De inhoud neem af en
we ademen uit.
Om als verpleegkundige te controleren of iemand goed ademhaalt, is vooral het luisteren,
kijken naar en het voelen van de ademhaling van belang.
- Normale ademhaling (eupneu)
In rust ademt een volwassenen 8 tot 15 keer per minuut. Normaal is er sprake van
een pauze tussen de in- en uitademing. Iemand ademt rustig/regelmatig en zonder
geluid.
- Ademstilstand (apneu)
Bij sommige mensen stokt de ademhaling soms.
- Diepere ademhaling (hyperneu)
Wanneer we ons lichamelijk inspannen gaan we vaker en dieper ademhalen.
- Sterk versnelde ademhaling (Tachypneu)
Bij koorts en longontsteking is de ademhaling sterk versneld.
- Hyperventilatie
Is versnel en te diep inademen.
- Cheyne-Stokes-ademhaling
Bij een verhoogde hersendruk, ernstig hartfalen, niet goed werkende nieren,
hersenslijmvliesontsteking, een overdosis medicijnen of zuurstofgebrek is de
hersenen kan de ademhaling afwisselend snel en diep worden en daarna steeds
minder worden totdat een pauze intreedt, om vervolgens weer snel en diep te
worden.
- Kussmaul-ademhaling
Treedt op bij verzuring van het bloed (acidose), bijvoorbeeld bij een
stofwisselingstoornis. De ademhaling wordt dan snel en zeer diep, zonder pauzes.
Indicaties – controleer de ademhaling bij de volgende punten
- Longaandoening
- Hersenaandoening
- Bewusteloosheid
- Tijdens en na onderzoek/behandeling
- Na verstikking
- Bij het toedienen van medicijnen die invloed kunnen hebben op de werking van het
hart, longen en/of hersenen
- Bij een hartstilstand