Oefentoets Staatsrecht
1. Welke landen behoren tot het Koninkrijk der Nederland?
A. Nederland, België en Luxemburg
B. Nederland en Suriname
C. Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten
D. Nederland, Bonaire, Saba en Sint Eustatius
2. Welke van onderstaande stellingen is juist?
1. De Nederlandse staat heeft rechtspersoonlijkheid
2. Soevereiniteit is één van de kenmerken van een staat
A. Alleen 1 is juist
B. Alleen 2 is juist
C. Ze zijn beide juist
D. Ze zijn beide onjuist
3. Als het volk de besluiten neemt is er sprake van een ...
A. directe democratie
B. indirecte democratie
4. Wat voor stelsel hebben we in Nederland?
A. Presidentieel stelsel
B. Parlementair stelsel
C. Semipresidentieel stelsel
5. Het waarborgen van de grondrechten is geen kenmerk van een rechtsstaat
A. Juist
B. Onjuist
6. De Staten-Generaal moet in beginsel goedkeuring voor een verdrag geven
A. Juist
B. Onjuist
7. Het recht om gekozen te worden is het ...
A. passief kiesrecht
B. gekozen kiesrecht
C. actief kiesrecht
8. De zittingsduur van de Tweede Kamer is doorgaans …
A. 3 jaar
B. 3.5 jaar
C. 4 jaar
D. 5 jaar
1. Welke landen behoren tot het Koninkrijk der Nederland?
A. Nederland, België en Luxemburg
B. Nederland en Suriname
C. Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten
D. Nederland, Bonaire, Saba en Sint Eustatius
2. Welke van onderstaande stellingen is juist?
1. De Nederlandse staat heeft rechtspersoonlijkheid
2. Soevereiniteit is één van de kenmerken van een staat
A. Alleen 1 is juist
B. Alleen 2 is juist
C. Ze zijn beide juist
D. Ze zijn beide onjuist
3. Als het volk de besluiten neemt is er sprake van een ...
A. directe democratie
B. indirecte democratie
4. Wat voor stelsel hebben we in Nederland?
A. Presidentieel stelsel
B. Parlementair stelsel
C. Semipresidentieel stelsel
5. Het waarborgen van de grondrechten is geen kenmerk van een rechtsstaat
A. Juist
B. Onjuist
6. De Staten-Generaal moet in beginsel goedkeuring voor een verdrag geven
A. Juist
B. Onjuist
7. Het recht om gekozen te worden is het ...
A. passief kiesrecht
B. gekozen kiesrecht
C. actief kiesrecht
8. De zittingsduur van de Tweede Kamer is doorgaans …
A. 3 jaar
B. 3.5 jaar
C. 4 jaar
D. 5 jaar