TOE hoorcolleges – correlationeel
Correlationeel hoorcollege 1
Kwalitatief onderzoek
1. Studie van mensen in hen natuurlijke omgeving
2. Holistische aanpak
3. Interviews, focusgroepen en tekstanalyses
Correlationeel onderzoek
1. Kwantitatief
2. Relatie tussen variabelen
3. Causale studie moeilijkheden
Experimenteel onderzoek
1. Onderzoekers manipulatie
2. Experimentele en control groepen
Randomisatie van respondenten in een groep
3. Kwantitatief metingen
4. Bruikbaar voor causaal onderzoek
Verschillende type van data
Data via variabelen
Data via polls (bijv. politieke polls)
Statistieken
Correlationele data op 2 manieren verzameld
1. Incidenteel (incidentally) – oftelewel organic = ready made
Wordt al geproduceerd (denk aan FB en Instagram)
2. Doelbewust/opzettelijk (purposively) – oftewel designed = custom made
Aspirational: Je hebt een mening en je zet het er bewust op.
Transactional: Wat gebeurt er met je creditcard, gegevens van de energiemaatschappij (denk aan
een slimme thermostaat met maandelijkse rapporten).
Administratieve: belastingdienst bijvoorbeeld
Correlationele data (designed)
Designed om:
1. De sociale realiteit te beschrijven – terugkoppelen naar samenleving – inferentie
2. Bestuderen van causale relaties
, 3. Generaliseren naar de target populatie
3 doelen van inferentieel onderzoek
1. Beschrijven
2. Causaliteit
3. Voorspellen
Survey types
1. Face to face (CAPI= computer assisted personal interview) hoogste kosten
2. Post/mail
3. Telephone (CATI = Computer assisted telephone interview)
4. Internet
5. Mix van surveys = mixed-mode (combinatie van 2)
Verschillen tussen de modes
- Mate van de bijdrage van de interviewer
- Mate van interactie met de respondent
- Mate van privacy
- Kanalen van communicatie
Visueel of auditief
- Technologie gebruik
Types of mixed-mode
- De ene mode voor de ene groep respondenten, andere mode voor anderen
Online survey met post onderdeel voor mensen zonder internet
- Een methode voor het rekruten en andere voor de vragenlijst af te nemen
Een brief als uitnodiging voor een online survey
- Een mode voor datacollectie, andere voor reminders, follow-up
Telefoon reminders voor een online survey
- Een mode voor het hoofdonderdeel van het interview een andere mode voor een aantal van
de vragen (denk aan gevoelige items)
Telefoon en audio computer self-administered (ACASI)
- Een mode voor een golf van de panel survey, en een andere voor anderen
Eerst golf is face to face, volgende zijn online of de kosten te besparen
Zo ga je de panel oorzaken tegen
Cross-sectional data en panel surveys
Mensen worden gevolgd over de tijd heen, vullen de vragenlijst vaker in. ( Content kan
veranderen)
Voordelen
, - We kunnen veranderingen beschrijven over tijd
- We kunnen de achtergrondfactoren beter begrijpen
Nadelen
- Attrition (uitval) – uitval van respondenten
- Panel conditionering (oftewel learning effects)
Survey lifecycles
Conditionele definitie: definieer wat bedoel je precies met de term
Operationele definitie: welk meetinstrument gebruik je
Correlationeel hoorcollege 1
Kwalitatief onderzoek
1. Studie van mensen in hen natuurlijke omgeving
2. Holistische aanpak
3. Interviews, focusgroepen en tekstanalyses
Correlationeel onderzoek
1. Kwantitatief
2. Relatie tussen variabelen
3. Causale studie moeilijkheden
Experimenteel onderzoek
1. Onderzoekers manipulatie
2. Experimentele en control groepen
Randomisatie van respondenten in een groep
3. Kwantitatief metingen
4. Bruikbaar voor causaal onderzoek
Verschillende type van data
Data via variabelen
Data via polls (bijv. politieke polls)
Statistieken
Correlationele data op 2 manieren verzameld
1. Incidenteel (incidentally) – oftelewel organic = ready made
Wordt al geproduceerd (denk aan FB en Instagram)
2. Doelbewust/opzettelijk (purposively) – oftewel designed = custom made
Aspirational: Je hebt een mening en je zet het er bewust op.
Transactional: Wat gebeurt er met je creditcard, gegevens van de energiemaatschappij (denk aan
een slimme thermostaat met maandelijkse rapporten).
Administratieve: belastingdienst bijvoorbeeld
Correlationele data (designed)
Designed om:
1. De sociale realiteit te beschrijven – terugkoppelen naar samenleving – inferentie
2. Bestuderen van causale relaties
, 3. Generaliseren naar de target populatie
3 doelen van inferentieel onderzoek
1. Beschrijven
2. Causaliteit
3. Voorspellen
Survey types
1. Face to face (CAPI= computer assisted personal interview) hoogste kosten
2. Post/mail
3. Telephone (CATI = Computer assisted telephone interview)
4. Internet
5. Mix van surveys = mixed-mode (combinatie van 2)
Verschillen tussen de modes
- Mate van de bijdrage van de interviewer
- Mate van interactie met de respondent
- Mate van privacy
- Kanalen van communicatie
Visueel of auditief
- Technologie gebruik
Types of mixed-mode
- De ene mode voor de ene groep respondenten, andere mode voor anderen
Online survey met post onderdeel voor mensen zonder internet
- Een methode voor het rekruten en andere voor de vragenlijst af te nemen
Een brief als uitnodiging voor een online survey
- Een mode voor datacollectie, andere voor reminders, follow-up
Telefoon reminders voor een online survey
- Een mode voor het hoofdonderdeel van het interview een andere mode voor een aantal van
de vragen (denk aan gevoelige items)
Telefoon en audio computer self-administered (ACASI)
- Een mode voor een golf van de panel survey, en een andere voor anderen
Eerst golf is face to face, volgende zijn online of de kosten te besparen
Zo ga je de panel oorzaken tegen
Cross-sectional data en panel surveys
Mensen worden gevolgd over de tijd heen, vullen de vragenlijst vaker in. ( Content kan
veranderen)
Voordelen
, - We kunnen veranderingen beschrijven over tijd
- We kunnen de achtergrondfactoren beter begrijpen
Nadelen
- Attrition (uitval) – uitval van respondenten
- Panel conditionering (oftewel learning effects)
Survey lifecycles
Conditionele definitie: definieer wat bedoel je precies met de term
Operationele definitie: welk meetinstrument gebruik je