Bachelor
Jaar 2
Adaptatie & Welzijn
HOORCOLLEGES
ARIANNE DE STERKE
, Arianne de Sterke – Adaptatie & Welzijn
Inhoudsopgave
Hoorcollege 1 & 2 – Welzijn van dieren .................................................................................................. 2
Hoorcollege 3 – Welzijn Paard ................................................................................................................ 5
Hoorcollege 4 – Gedrag van de Kip ......................................................................................................... 8
Hoorcollege 5 & 6 – Ontwikkeling gedrag ............................................................................................. 11
Hoorcollege 7 & 8 – Motivationele systemen ....................................................................................... 14
Hoorcollege 9 – Leren en Geheugen ..................................................................................................... 18
Hoorcollege 10 – Efficiëntie van resource gebruik................................................................................ 19
Hoorcollege 11 – Ziektegedrag als basis voor KD.................................................................................. 20
Hoorcollege 12 – Integratie: nieuwe huisvestingssystemen voor LH ................................................... 21
1
, Arianne de Sterke – Adaptatie & Welzijn
Hoorcollege 1 & 2 – Welzijn van dieren
Welzijnsconcept
Een belangrijke taak van de dierenarts is het zijn van welzijnsadviseur. In 1960 werd er niet stil
gestaan bij het welzijn van dieren, in 1980 kwam dit pas op gang en was het perspectief omtrent
dierenwelzijn verandert. Het concept welzijn is niet alleen feiten, ook emoties en cultuur spelen een
rol. Wij kunnen namelijk niet altijd zien/voelen/begrijpen hoe een dier zich voelt en onze culturele
achtergrond/de manier waarop we opgegroeid zijn heeft invloed. Daarnaast hebben emoties dus
invloed (bepaalde voorkeur voor een diersoort of band met een dier) hoe we tegen welzijn aankijken
van verschillende dieren. Kortom, welzijn is niet een puur wetenschappelijk concept, de
ethische/morele kanten spelen op elk moment mee.
Daarnaast is de context waarin het dier is geplaatst van groot belang voor onze perceptie van welzijn.
VB. Men vindt vaak een rat in een laboratorium zieliger dan een rat in de stad (die het slechter kan
hebben), omdat we deze onder onze toezicht houden en daadwerkelijk zien/mee geconfronteerd
worden. Verschillende contexten: werkdier, gezelschapsdier, proefdier etc.
Het is belangrijk als welzijnsadviseur om eigenaren te respecteren dat ze er misschien niet op
dezelfde manier over denken. Het is dan jouw verantwoordelijkheid om de eigenaar te adviseren
(VB. denk aan het voorbeeld van honden/katten met kleren).
Welzijn is een dynamisch proces (dieren moeten zich aanpassen
aan de dynamiek van de leefomgeving om welzijn te behouden –
continuüm tussen negatief en positief welzijn). Dieren zijn
continu blootgesteld aan veranderingen in de omgeving =
extrinsieke factoren. Daarnaast zijn intrinsieke factoren (VB.
hormoonspiegels, hartslag, raskenmerken (VB. brachycefaal) en
andere gegevens van het dier etc.) van belang bij het
adaptatievermogen van een dier.
5 vrijheden van Brambell (1967)
Een dier bevindt zich in een goede welzijnstoestand als:
1. Vrijheid van dorst en honger.
2. Vrijheid van ongerief.
3. Vrijheid van pijn, verwonding en ziekte.
4. Vrijheid om normaal gedrag te vertonen.
5. Vrijheid van angst en stress.
Dit is een oud concept. Er wordt alleen gekeken naar negatieve emoties die welzijn in het geding
kunnen brengen. Het is natuurlijk niet logisch dat een dier nooit negatieve emoties mag ervaren.
Negatieve ervaringen zijn essentieel voor welzijn en overleving (VB. angst voor prooidier,
beschermde functie van pijn). Een belangrijk aspect van welzijn is echter positieve emoties.
2
Jaar 2
Adaptatie & Welzijn
HOORCOLLEGES
ARIANNE DE STERKE
, Arianne de Sterke – Adaptatie & Welzijn
Inhoudsopgave
Hoorcollege 1 & 2 – Welzijn van dieren .................................................................................................. 2
Hoorcollege 3 – Welzijn Paard ................................................................................................................ 5
Hoorcollege 4 – Gedrag van de Kip ......................................................................................................... 8
Hoorcollege 5 & 6 – Ontwikkeling gedrag ............................................................................................. 11
Hoorcollege 7 & 8 – Motivationele systemen ....................................................................................... 14
Hoorcollege 9 – Leren en Geheugen ..................................................................................................... 18
Hoorcollege 10 – Efficiëntie van resource gebruik................................................................................ 19
Hoorcollege 11 – Ziektegedrag als basis voor KD.................................................................................. 20
Hoorcollege 12 – Integratie: nieuwe huisvestingssystemen voor LH ................................................... 21
1
, Arianne de Sterke – Adaptatie & Welzijn
Hoorcollege 1 & 2 – Welzijn van dieren
Welzijnsconcept
Een belangrijke taak van de dierenarts is het zijn van welzijnsadviseur. In 1960 werd er niet stil
gestaan bij het welzijn van dieren, in 1980 kwam dit pas op gang en was het perspectief omtrent
dierenwelzijn verandert. Het concept welzijn is niet alleen feiten, ook emoties en cultuur spelen een
rol. Wij kunnen namelijk niet altijd zien/voelen/begrijpen hoe een dier zich voelt en onze culturele
achtergrond/de manier waarop we opgegroeid zijn heeft invloed. Daarnaast hebben emoties dus
invloed (bepaalde voorkeur voor een diersoort of band met een dier) hoe we tegen welzijn aankijken
van verschillende dieren. Kortom, welzijn is niet een puur wetenschappelijk concept, de
ethische/morele kanten spelen op elk moment mee.
Daarnaast is de context waarin het dier is geplaatst van groot belang voor onze perceptie van welzijn.
VB. Men vindt vaak een rat in een laboratorium zieliger dan een rat in de stad (die het slechter kan
hebben), omdat we deze onder onze toezicht houden en daadwerkelijk zien/mee geconfronteerd
worden. Verschillende contexten: werkdier, gezelschapsdier, proefdier etc.
Het is belangrijk als welzijnsadviseur om eigenaren te respecteren dat ze er misschien niet op
dezelfde manier over denken. Het is dan jouw verantwoordelijkheid om de eigenaar te adviseren
(VB. denk aan het voorbeeld van honden/katten met kleren).
Welzijn is een dynamisch proces (dieren moeten zich aanpassen
aan de dynamiek van de leefomgeving om welzijn te behouden –
continuüm tussen negatief en positief welzijn). Dieren zijn
continu blootgesteld aan veranderingen in de omgeving =
extrinsieke factoren. Daarnaast zijn intrinsieke factoren (VB.
hormoonspiegels, hartslag, raskenmerken (VB. brachycefaal) en
andere gegevens van het dier etc.) van belang bij het
adaptatievermogen van een dier.
5 vrijheden van Brambell (1967)
Een dier bevindt zich in een goede welzijnstoestand als:
1. Vrijheid van dorst en honger.
2. Vrijheid van ongerief.
3. Vrijheid van pijn, verwonding en ziekte.
4. Vrijheid om normaal gedrag te vertonen.
5. Vrijheid van angst en stress.
Dit is een oud concept. Er wordt alleen gekeken naar negatieve emoties die welzijn in het geding
kunnen brengen. Het is natuurlijk niet logisch dat een dier nooit negatieve emoties mag ervaren.
Negatieve ervaringen zijn essentieel voor welzijn en overleving (VB. angst voor prooidier,
beschermde functie van pijn). Een belangrijk aspect van welzijn is echter positieve emoties.
2