Blok 3
,TAAK 1 Levenscyclus
Cel Cyclus
De interfase is de gehele cel Cyclus deze is te
verdelen is 4 fasen
G1 de niuwe cel groeit
S (DNA synthese) de cel groeit nog steeds.
Chromosomen worden gekopieerd. Een
chromosoom bestaat nu uit 2 chromatiden die
door een centromeer nog aan elkaar verboden
zijn.
G2 de cel groeit door en maakt zich klaar voor
het delen van de cel
Mitose is waar de gekopieerde chromosomen
uit elkaar worden gehaald en waar uit één cel 2
nieuwe cellen ontstaan.
Mitose bij dierlijke cellen
De mitose is een celdeling waarbij twee identieke dochtercellen ontstaan. De hoeveelheid genetische
informatie in moedercel en dochtercel gelijk. Van chromosomen met twee chromatiden worden twee
chromosomen met elk één chromatide gemaakt
Mitose bij planten cellen
,Planten hebben een celwand (Dierlijke cellen hebben alleen een celmembraan.)
Bij dierlijke cellen worden de 2 cellen van elkaar gesplitst door insnoering van het celmembraan. Bij planten
cellen ontstaat er een soort celwand plaat tussen de 2 cellen.
Meiose
Is de reductiedeling van 2n -> n
De helft van de chromosomen zijn afkomstig van
de moeder en de helft van de vader. In elke cel
zitten 2n chromosomen. Bij mensen zijn dit er
2n = 46 . Alleen hebben mannen geen 2 X
chromosomen maar één X en één Y chromosoom.
Een chromosoom bestaat uit 2 chromatiden, deze
noemen we zuster chromatiden (gedupliceerd
chromosoom). Deze zitten tot dat ze uit elkaar
worden gehaald in het midden aan elkaar en
noem je de centromeer.
Haploïd (n)
Diploïd (2n)
Uit 1 diploïd cel ontstaan 4 haploïd cellen
, Meiose I: Halvering van genetische informatie per cel, diploïd (2n) wordt haploïd (n)
Tijdens de profase I vindt er crossing over plaats tussen de homologe chromosomen.
Meiose II: Splitsen van een chromosoom met twee chromatiden in twee chromosomen met één chromatide
Delen van het DNA van de moeder wordt uitgewisseld met de overeenkomstige delen van de vader.
De 3 typen Levens cycli
diplontische of diploïde levenscyclus = alleen mitose in de diploïde fase
haplodiplontische of haplodiploïde levenscyclus = mitose is de
diploïde en de haploïde fase
haplontische of haploïde levenscyclus = mitose in alleen de
haploïde fase
Levenscyclus dieren
Dieren hebben een diplontische levenscyclus:
• Mitose in de diploïde fase (deze is ook meercellig.)
• Geen mitose in de haploïde fase ( bestaat enkel uit
geslachtscellen die geen mitotische deling kunnen
uitvoeren
(Criteria = neteldier) deze produceren een soort van kwalletjes.
Dit zijn de geslachtsorganen. Deze ondergaan Meiose.
,TAAK 1 Levenscyclus
Cel Cyclus
De interfase is de gehele cel Cyclus deze is te
verdelen is 4 fasen
G1 de niuwe cel groeit
S (DNA synthese) de cel groeit nog steeds.
Chromosomen worden gekopieerd. Een
chromosoom bestaat nu uit 2 chromatiden die
door een centromeer nog aan elkaar verboden
zijn.
G2 de cel groeit door en maakt zich klaar voor
het delen van de cel
Mitose is waar de gekopieerde chromosomen
uit elkaar worden gehaald en waar uit één cel 2
nieuwe cellen ontstaan.
Mitose bij dierlijke cellen
De mitose is een celdeling waarbij twee identieke dochtercellen ontstaan. De hoeveelheid genetische
informatie in moedercel en dochtercel gelijk. Van chromosomen met twee chromatiden worden twee
chromosomen met elk één chromatide gemaakt
Mitose bij planten cellen
,Planten hebben een celwand (Dierlijke cellen hebben alleen een celmembraan.)
Bij dierlijke cellen worden de 2 cellen van elkaar gesplitst door insnoering van het celmembraan. Bij planten
cellen ontstaat er een soort celwand plaat tussen de 2 cellen.
Meiose
Is de reductiedeling van 2n -> n
De helft van de chromosomen zijn afkomstig van
de moeder en de helft van de vader. In elke cel
zitten 2n chromosomen. Bij mensen zijn dit er
2n = 46 . Alleen hebben mannen geen 2 X
chromosomen maar één X en één Y chromosoom.
Een chromosoom bestaat uit 2 chromatiden, deze
noemen we zuster chromatiden (gedupliceerd
chromosoom). Deze zitten tot dat ze uit elkaar
worden gehaald in het midden aan elkaar en
noem je de centromeer.
Haploïd (n)
Diploïd (2n)
Uit 1 diploïd cel ontstaan 4 haploïd cellen
, Meiose I: Halvering van genetische informatie per cel, diploïd (2n) wordt haploïd (n)
Tijdens de profase I vindt er crossing over plaats tussen de homologe chromosomen.
Meiose II: Splitsen van een chromosoom met twee chromatiden in twee chromosomen met één chromatide
Delen van het DNA van de moeder wordt uitgewisseld met de overeenkomstige delen van de vader.
De 3 typen Levens cycli
diplontische of diploïde levenscyclus = alleen mitose in de diploïde fase
haplodiplontische of haplodiploïde levenscyclus = mitose is de
diploïde en de haploïde fase
haplontische of haploïde levenscyclus = mitose in alleen de
haploïde fase
Levenscyclus dieren
Dieren hebben een diplontische levenscyclus:
• Mitose in de diploïde fase (deze is ook meercellig.)
• Geen mitose in de haploïde fase ( bestaat enkel uit
geslachtscellen die geen mitotische deling kunnen
uitvoeren
(Criteria = neteldier) deze produceren een soort van kwalletjes.
Dit zijn de geslachtsorganen. Deze ondergaan Meiose.