D1 : HET WOORD
WOORDONTLEDING / WOORDLEER ZINSONTLEDING
= woordsoort = zinsdelen
syntactisch / morfologisch / semantische kenmerken obv functie in de zin
zelfstandig nw gezegde
lidwoord onderwerp
voornaamwoord vwp: LV / MV / BV /
VzV
telwoord bijwoordelijke bepalingen
bijvoeglijk nw andere bepalingen
bijwoord
werkwoord
---------------
voorzetsel
voegwoord
tussenwerpsel
* ANS = algemene Nederlandse spraakkunst
VOORZETSEL / PREPOSITIE
MORFOLOGISCH = onveranderlijk
SEMANTISCH = drukt een relatie uit
boven / onder / naast / tegen / buiten / in / bij / op / door / langs / nabij / van / tijdens / over / uit
ondanks / vanaf / volgens / tegenover
SYNTACTISCH = staat voor een subst
= heeft ALTIJD een complement (=verplichte toevoeging)
(; TEST ‘’ ___ de kooi’’) ik ben buiten ≠ vz
VZ combinaties VZ uitdrukkingen
hij loopt achter me aan in verband met i.v.m.
met me mee met medewerking van m.m.v.
door de jaren heen onder leiding van o.l.v.
op grond van
VZ + persoonlijk vnw = objectsvorm / voorwerpsvorm : mij jij hem haar ons
dialectondz: Kortrijk / Izegem : combineren vz met subjectsvorm (<-> GAAT WEL BIJ
VOEGWOORDEN)
, VZ bijwoorden ≠ vz:
scheidbare ww: gaan… uit / komen… aan
predicaatsnomen: … is uit
plaats/tijdsbepaling: ik zit boven / overal
OEF p.13-19
vz (subst komt erna) bijwoorden(=onveranderlijk! geen + e )
vroeger / toen / nog wel eens / daarover , er bij (vnw bijw) / destijds / niet
iem. aanzien VOOR / refereren AAN / gelijkstellen MET / gemaakt / vervaardigd VAN
gerust zijn OP / zich interesseren VOOR / doorgaan VOOR / AF brengen
VAN (AF) een afstand / AAN het einde van de maand / AAN de andere kant / wonen OP nr.30
rijden MET een snelheid v / IN de arm nemen / kopen VOOR / TEGEN een prijs van / iets
doen NAAR eer / omtrent = in de buurt / ter hoogte v
IN frage komen / komen BIJ je positieven / wandelen IN een tempo / 17:10 tien OVER
vijf / een reis OM de wereld
MET iem. lachen = spotten <-> OM iem. lachen = om je grappen
dat lijkt nergens NAAR <-> dat begint er OP te lijken
mond-TOT-mond reclame <-> mond-OP-mond beademing
binnen een week (=in minder dan) <-> over een week (=na)
STNL: NAAR + buiten (=!! wanneer ‘buiten’ fungeert als VZ bijwoord, dus geen subst erna!)
WDND VNW als complement bij….me/zich….
HB
Syntactische valentie v vz = subst
pers vnw als complement v vz krijgt objectsvorm / voorwerpsvorm (mij jij hem haar ons)
- VzV = combo vz + complement (PV in objectsvorm / voorwerpsvorm : mij jij hem haar ons …)
, VOEGWOORD / CONJUNCTIE
SYNTACTISCH: VZ : combineert objectsvorm / Vwp - vorm
MAAR voegwoord: combineert subjectsvorm/ Onderwerpsvorm v pronomen ik jij hij zij wij
behalve wij, waren ook…. / ik en jij
MORFOLOGISCH = onveranderlijk
SEMANTISCH = relatiewoorden: voegen dingen samen
1. NEVENSCHIKKEND VOEGWOORD verbindt gelijkwaardige elementen ( bijzin 2x / zelfst zin 2x)
en / of / dus /want / maar / zowel … als
+ subst / adj / vz / PV’s / zelfst zinnen
nevenschikking / coördinatie
2. ONDERSCHIKKEND VOEGWOORD verbindt ONgelijkwaardige elementen
functie: leidt bijzin in
toen / zodat / omdat / dus / als / dat
tijd (eer) / voorwaarde (op vw dat) / doel (om / teneinde / opdat ) / toegeving (al /
niettegenstaande dat / hoewel ) / grammaticaal verbindend (om) / causaliteit (omdat) /
gevolg (zodat / om / dat ) / vgl (als) / veronderstelling (stel dat) / omstandigheid (zonder)
kun je splitsen in 2 goedlopende zinnen
verbindt
zelfstandige zin ( zin met voor PV )
+
bijzin ( = zin met achter PV ) voegwoord hoort bij bijzin
ik denk dat hij een taart bakt onderschikking / subordinatie
PV (= vervoegd ww)
OEF p.21-25
mits als / ofschoon hoewel / vermits omdat/aangezien / tenzij iem. als niemand
zo als / daar aangezien / wnr als
telkens = bijwoord, kan geen bijzin inleiden (<-> telkens ALS = voegwoord)
dubbel zo hoog ALS de mijne
eens (BENL) <-> zodra, als (STNL)
alvorens (=schrijftaal) <-> voordat
vermits (=archaïsch) <-> omdat
omdat (=reden, bewuste daad) <-> doordat / omdat (= oorzaak)
toen (=eenmaal) <-> als (=herhaling) (informeel) / wanneer (formeel)
, ALS even / zo / dezelfde ( A = B ) <-> DAN ( A ≠ B ) hogER / andER / meER = comparatief
DAN…. SUBJECT / OBJECT? kijk naar : welke vorm in begin vd zin / ZIN VERLENGEN MET WW
!! 2 betk mogelijk zin verlengen
ONDERSCHIKKEND VOEGWOORD ` <-> VOORZETSEL
= leidt bijzin in (tot / dat (opdat) ) = gevolgd door subst (tot / tijdens / omstreeks / ONDANKS /
van (harte welkom) / VANAF )
‘mits’ (BENL : ook vz)
TIP: zoek subst kijk vz ervoor? + ‘’te’’ = ALTIJD VZ
VOEGWOORD ‘’en’’ <-> VOEGWOORDELIJK BIJWOORD ‘’bovendien’’
= LEIDT BIJZIN IN – ACHTER PV BEGIN VD ZIN.
= scharnierelement = zinsdeel
- plaatsvast - verplaatsbaar
- geen inversie mogelijk - SOMS inversie mogelijk
*OEF P. 30 !!!
PROSPECTIEF ‘OM’ geeft doel aan / terwijl het gewoon de toekomst aanduidt
ONDANKS DAT = voegwoordgeheel
ONDANKS = vz
DESONDANKS = bijwoord
DAT
= ONDSCH VOEGWOORD leidt bijzin in ( achter PV )
hij verwacht DAT er een oplossing zal komen
= AANWIJZEND VNW voor een subst
DAT boek heb ik gelezen
= BETREKKELIJK VNW legt 2 relaties: verwijst terug naar antecedent + bijzin inleiden (achter PV)
het boek DAT je vast hebt , …
<-> interpretatie v ‘’dat’’ bepaalt betk vd zin zin in meervoud zetten!
het gerucht dat we ontk
betr vnw : eigenschap = ontk de geruchten die we ontk
voegwoord: er wordt gezegd dat we ontk , wat we ontk is vaag
de geruchten dat we ontk
WOORDONTLEDING / WOORDLEER ZINSONTLEDING
= woordsoort = zinsdelen
syntactisch / morfologisch / semantische kenmerken obv functie in de zin
zelfstandig nw gezegde
lidwoord onderwerp
voornaamwoord vwp: LV / MV / BV /
VzV
telwoord bijwoordelijke bepalingen
bijvoeglijk nw andere bepalingen
bijwoord
werkwoord
---------------
voorzetsel
voegwoord
tussenwerpsel
* ANS = algemene Nederlandse spraakkunst
VOORZETSEL / PREPOSITIE
MORFOLOGISCH = onveranderlijk
SEMANTISCH = drukt een relatie uit
boven / onder / naast / tegen / buiten / in / bij / op / door / langs / nabij / van / tijdens / over / uit
ondanks / vanaf / volgens / tegenover
SYNTACTISCH = staat voor een subst
= heeft ALTIJD een complement (=verplichte toevoeging)
(; TEST ‘’ ___ de kooi’’) ik ben buiten ≠ vz
VZ combinaties VZ uitdrukkingen
hij loopt achter me aan in verband met i.v.m.
met me mee met medewerking van m.m.v.
door de jaren heen onder leiding van o.l.v.
op grond van
VZ + persoonlijk vnw = objectsvorm / voorwerpsvorm : mij jij hem haar ons
dialectondz: Kortrijk / Izegem : combineren vz met subjectsvorm (<-> GAAT WEL BIJ
VOEGWOORDEN)
, VZ bijwoorden ≠ vz:
scheidbare ww: gaan… uit / komen… aan
predicaatsnomen: … is uit
plaats/tijdsbepaling: ik zit boven / overal
OEF p.13-19
vz (subst komt erna) bijwoorden(=onveranderlijk! geen + e )
vroeger / toen / nog wel eens / daarover , er bij (vnw bijw) / destijds / niet
iem. aanzien VOOR / refereren AAN / gelijkstellen MET / gemaakt / vervaardigd VAN
gerust zijn OP / zich interesseren VOOR / doorgaan VOOR / AF brengen
VAN (AF) een afstand / AAN het einde van de maand / AAN de andere kant / wonen OP nr.30
rijden MET een snelheid v / IN de arm nemen / kopen VOOR / TEGEN een prijs van / iets
doen NAAR eer / omtrent = in de buurt / ter hoogte v
IN frage komen / komen BIJ je positieven / wandelen IN een tempo / 17:10 tien OVER
vijf / een reis OM de wereld
MET iem. lachen = spotten <-> OM iem. lachen = om je grappen
dat lijkt nergens NAAR <-> dat begint er OP te lijken
mond-TOT-mond reclame <-> mond-OP-mond beademing
binnen een week (=in minder dan) <-> over een week (=na)
STNL: NAAR + buiten (=!! wanneer ‘buiten’ fungeert als VZ bijwoord, dus geen subst erna!)
WDND VNW als complement bij….me/zich….
HB
Syntactische valentie v vz = subst
pers vnw als complement v vz krijgt objectsvorm / voorwerpsvorm (mij jij hem haar ons)
- VzV = combo vz + complement (PV in objectsvorm / voorwerpsvorm : mij jij hem haar ons …)
, VOEGWOORD / CONJUNCTIE
SYNTACTISCH: VZ : combineert objectsvorm / Vwp - vorm
MAAR voegwoord: combineert subjectsvorm/ Onderwerpsvorm v pronomen ik jij hij zij wij
behalve wij, waren ook…. / ik en jij
MORFOLOGISCH = onveranderlijk
SEMANTISCH = relatiewoorden: voegen dingen samen
1. NEVENSCHIKKEND VOEGWOORD verbindt gelijkwaardige elementen ( bijzin 2x / zelfst zin 2x)
en / of / dus /want / maar / zowel … als
+ subst / adj / vz / PV’s / zelfst zinnen
nevenschikking / coördinatie
2. ONDERSCHIKKEND VOEGWOORD verbindt ONgelijkwaardige elementen
functie: leidt bijzin in
toen / zodat / omdat / dus / als / dat
tijd (eer) / voorwaarde (op vw dat) / doel (om / teneinde / opdat ) / toegeving (al /
niettegenstaande dat / hoewel ) / grammaticaal verbindend (om) / causaliteit (omdat) /
gevolg (zodat / om / dat ) / vgl (als) / veronderstelling (stel dat) / omstandigheid (zonder)
kun je splitsen in 2 goedlopende zinnen
verbindt
zelfstandige zin ( zin met voor PV )
+
bijzin ( = zin met achter PV ) voegwoord hoort bij bijzin
ik denk dat hij een taart bakt onderschikking / subordinatie
PV (= vervoegd ww)
OEF p.21-25
mits als / ofschoon hoewel / vermits omdat/aangezien / tenzij iem. als niemand
zo als / daar aangezien / wnr als
telkens = bijwoord, kan geen bijzin inleiden (<-> telkens ALS = voegwoord)
dubbel zo hoog ALS de mijne
eens (BENL) <-> zodra, als (STNL)
alvorens (=schrijftaal) <-> voordat
vermits (=archaïsch) <-> omdat
omdat (=reden, bewuste daad) <-> doordat / omdat (= oorzaak)
toen (=eenmaal) <-> als (=herhaling) (informeel) / wanneer (formeel)
, ALS even / zo / dezelfde ( A = B ) <-> DAN ( A ≠ B ) hogER / andER / meER = comparatief
DAN…. SUBJECT / OBJECT? kijk naar : welke vorm in begin vd zin / ZIN VERLENGEN MET WW
!! 2 betk mogelijk zin verlengen
ONDERSCHIKKEND VOEGWOORD ` <-> VOORZETSEL
= leidt bijzin in (tot / dat (opdat) ) = gevolgd door subst (tot / tijdens / omstreeks / ONDANKS /
van (harte welkom) / VANAF )
‘mits’ (BENL : ook vz)
TIP: zoek subst kijk vz ervoor? + ‘’te’’ = ALTIJD VZ
VOEGWOORD ‘’en’’ <-> VOEGWOORDELIJK BIJWOORD ‘’bovendien’’
= LEIDT BIJZIN IN – ACHTER PV BEGIN VD ZIN.
= scharnierelement = zinsdeel
- plaatsvast - verplaatsbaar
- geen inversie mogelijk - SOMS inversie mogelijk
*OEF P. 30 !!!
PROSPECTIEF ‘OM’ geeft doel aan / terwijl het gewoon de toekomst aanduidt
ONDANKS DAT = voegwoordgeheel
ONDANKS = vz
DESONDANKS = bijwoord
DAT
= ONDSCH VOEGWOORD leidt bijzin in ( achter PV )
hij verwacht DAT er een oplossing zal komen
= AANWIJZEND VNW voor een subst
DAT boek heb ik gelezen
= BETREKKELIJK VNW legt 2 relaties: verwijst terug naar antecedent + bijzin inleiden (achter PV)
het boek DAT je vast hebt , …
<-> interpretatie v ‘’dat’’ bepaalt betk vd zin zin in meervoud zetten!
het gerucht dat we ontk
betr vnw : eigenschap = ontk de geruchten die we ontk
voegwoord: er wordt gezegd dat we ontk , wat we ontk is vaag
de geruchten dat we ontk