Hoofdstuk 16 werk en werkloosheid
P1 beroepsbevolking, werkgelegenheid en werkloosheid
De arbeidsmarkt
- bestaat uit een groot aantal deelmarkten.
-> gevolg van verschillen in opleiding, kwaliteit, ervaring en aanleg van de mensen
die betaald werk hebben en daarnaar zoeken.
-> arbeidsoverschot (werkloosheid)/arbeidstekort
- arbeidsmarkt: het geheel van vraag naar en aanbod van arbeid
-> abstracte markt: het gaat om de totale vraag naar en het totale aanbod van arbeid.
-> werkgever -> beroepsbevolking
- werkgelegenheid -> bezette banen en vacatures
Vraag naar arbeid
- de vraag komt van bedrijven en de overheid.
-> bepaalt de werkgelegenheid
- vacatures: openstaande banen bij overheid en particuliere bedrijven
- gespannen arbeidsmarkt: vraag groter dan het aanbod
-> vacatures hardnekkig; mensen met de vereiste kwaliteiten zijn niet te vinden
Aanbod van arbeid
- aanbod komt van de beroepsbevolking
-> bestaat uit alle personen tussen 15 en 75 jaar die tenminste
een uur per week betaald werk hebben of recent betaald
werk hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn.
- beroepsbevolking omvat werknemers en zelfstandigen
-> werken voor -> werken voor eigen rekening of risico
een werkgever
Verborgen werkloosheid
- verborgen werkloosheid: de situatie waarin werklozen wel betaald werk zoeken
maar niet staan geregistreerd (UWV).
-> voorbeelden:
* Baanloze partners en jongeren
* Arbeidsongeschikten
- aanvullingseffect: arbeidsaanbod neemt toe doordat gezinsleden van personen die
werkloos zijn geworden, gaan deelnemen aan het arbeidsproces om een daling van
het gezinsinkomen tegen te gaan
- ontmoedigingseffect: wanneer bepaalde groepen die zichzelf weinig kans geven op
het vinden van een baan (bijvoorbeeld jongeren en baanloze partners) zich laten
ontmoedigen door de grote werkloosheid.
P1 beroepsbevolking, werkgelegenheid en werkloosheid
De arbeidsmarkt
- bestaat uit een groot aantal deelmarkten.
-> gevolg van verschillen in opleiding, kwaliteit, ervaring en aanleg van de mensen
die betaald werk hebben en daarnaar zoeken.
-> arbeidsoverschot (werkloosheid)/arbeidstekort
- arbeidsmarkt: het geheel van vraag naar en aanbod van arbeid
-> abstracte markt: het gaat om de totale vraag naar en het totale aanbod van arbeid.
-> werkgever -> beroepsbevolking
- werkgelegenheid -> bezette banen en vacatures
Vraag naar arbeid
- de vraag komt van bedrijven en de overheid.
-> bepaalt de werkgelegenheid
- vacatures: openstaande banen bij overheid en particuliere bedrijven
- gespannen arbeidsmarkt: vraag groter dan het aanbod
-> vacatures hardnekkig; mensen met de vereiste kwaliteiten zijn niet te vinden
Aanbod van arbeid
- aanbod komt van de beroepsbevolking
-> bestaat uit alle personen tussen 15 en 75 jaar die tenminste
een uur per week betaald werk hebben of recent betaald
werk hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn.
- beroepsbevolking omvat werknemers en zelfstandigen
-> werken voor -> werken voor eigen rekening of risico
een werkgever
Verborgen werkloosheid
- verborgen werkloosheid: de situatie waarin werklozen wel betaald werk zoeken
maar niet staan geregistreerd (UWV).
-> voorbeelden:
* Baanloze partners en jongeren
* Arbeidsongeschikten
- aanvullingseffect: arbeidsaanbod neemt toe doordat gezinsleden van personen die
werkloos zijn geworden, gaan deelnemen aan het arbeidsproces om een daling van
het gezinsinkomen tegen te gaan
- ontmoedigingseffect: wanneer bepaalde groepen die zichzelf weinig kans geven op
het vinden van een baan (bijvoorbeeld jongeren en baanloze partners) zich laten
ontmoedigen door de grote werkloosheid.