3.1 De atmosfeer: een omhulsel van gas
De stralingsbalans
De zon zendt kortgolvige straling uit.
In de atmosfeer wordt die straling wordt die straling door wolken teruggekaatst de ruimte in.
De stralen die het aardoppervlak bereiken, kunnen:
Door lichte oppervlakten direct teruggekaatst worden naar de ruimte.
= Albedo
Opgenomen worden door de aarde en worden omgezet in langgolvige warmte. Wordt
vastgehouden door broeikasgassen.
, 3.2 Warmte door wind en zeestromen
Luchtdrukverschillen
Door lucht en water vindt er transport van warmte plaats van de evenaar naar de polen.
Door verschil in luchtdruk gaan luchtstromen van een hogedrukgebied naar een lagedrukgebied.
Het corioliseffect
Door de draaiing van de aarde wordt de corioliskracht veroorzaakt.
De wind die op een grote hoogte van de evenaar naar de polen stroomt, is op 30° zo afgekoeld dat
deze naar beneden zakt.
Als deze lucht het aardoppervlak bereikt , stroomt een deel terug naar de evenaar en een
ander deel naar het noorden/zuiden.
De lucht die aan de aardoppervlakte van de Noordpool naar de evenaar stroomt, ontmoet op
ongeveer 60° NB de naar het noorden stromende lucht die vanaf 30° komt.
Atmosferische luchtcirculatie De lucht botst en stijgt.
De stralingsbalans
De zon zendt kortgolvige straling uit.
In de atmosfeer wordt die straling wordt die straling door wolken teruggekaatst de ruimte in.
De stralen die het aardoppervlak bereiken, kunnen:
Door lichte oppervlakten direct teruggekaatst worden naar de ruimte.
= Albedo
Opgenomen worden door de aarde en worden omgezet in langgolvige warmte. Wordt
vastgehouden door broeikasgassen.
, 3.2 Warmte door wind en zeestromen
Luchtdrukverschillen
Door lucht en water vindt er transport van warmte plaats van de evenaar naar de polen.
Door verschil in luchtdruk gaan luchtstromen van een hogedrukgebied naar een lagedrukgebied.
Het corioliseffect
Door de draaiing van de aarde wordt de corioliskracht veroorzaakt.
De wind die op een grote hoogte van de evenaar naar de polen stroomt, is op 30° zo afgekoeld dat
deze naar beneden zakt.
Als deze lucht het aardoppervlak bereikt , stroomt een deel terug naar de evenaar en een
ander deel naar het noorden/zuiden.
De lucht die aan de aardoppervlakte van de Noordpool naar de evenaar stroomt, ontmoet op
ongeveer 60° NB de naar het noorden stromende lucht die vanaf 30° komt.
Atmosferische luchtcirculatie De lucht botst en stijgt.