6.1 Het zintuigstelsel
Een zintuig is een orgaan dat reageert op invloeden uit de omgeving (prikkels). Voorbeelden van
prikkels zijn bijvoorbeeld licht, geluid, geur. Hierdoor kunnen we waarnemen. Zintuigen vormen
samen het zintuigenstelsel.
Hoe werken zintuigen?
In de zintuigen zitten zintuigcellen. Deze zijn aangesloten op zenuwen.
Als zintuigcellen prikkels opvangen ontstaan er impulsen.
Impulsen zijn elektrische signalen die van de zintuigen via zenuwen naar de hersenen worden
geleid.
De hersenen verwerken de impulsen. Hierdoor wordt je je bewust wat je waarneemt en kun
je reageren.
De hersenen geven dan een impuls naar een spier of klier.
Zintuig Een orgaan dat prikkels kan opvangen en kan omzetten in impulsen
Prikkel Een invloed uit de omgeving, zoals een geluid, een geur, iets dat je ziet..
Zintuigstelsel Alle zintuigen samen
Impuls Soort elektrische signalen (‘’seintjes’’) die van de zintuigen via zenuwen naar
de hersenen worden geleid
Prikkel Zintuig Zenuw Hersenen
Het ontstaan van impulsen
Elk type zintuigcel heeft voor elke soort prikkel een drempelwaarde. Een adequate prikkel is een
soort prikkel waar een zintuigcel gevoelig voor is (bijvoorbeeld licht is de adequate prikkel voor de
zintuigcellen in je ogen.
De kleinste prikkelsterkte die een impuls veroorzaakt heet de drempelwaarde. Als een prikkel
minder sterk is dan de drempelwaarde reageert het zintuig niet ( bijvoorbeeld: een heel zacht geluid
hoor je dan niet).
De drempelwaarde is niet altijd even hoog:
Als een prikkel enige tijd aanhoudt, ontstaan er in de zintuigcellen minder impulsen. Dit heet
gewenning (bijvoorbeeld: je bent gewend geraakt aan de druk van jouw kleren op je
lichaam).
Ook motivatie speelt een belangrijke rol. Bij een goede concentratie ligt de drempelwaarde
lager.
Een zintuig is een orgaan dat reageert op invloeden uit de omgeving (prikkels). Voorbeelden van
prikkels zijn bijvoorbeeld licht, geluid, geur. Hierdoor kunnen we waarnemen. Zintuigen vormen
samen het zintuigenstelsel.
Hoe werken zintuigen?
In de zintuigen zitten zintuigcellen. Deze zijn aangesloten op zenuwen.
Als zintuigcellen prikkels opvangen ontstaan er impulsen.
Impulsen zijn elektrische signalen die van de zintuigen via zenuwen naar de hersenen worden
geleid.
De hersenen verwerken de impulsen. Hierdoor wordt je je bewust wat je waarneemt en kun
je reageren.
De hersenen geven dan een impuls naar een spier of klier.
Zintuig Een orgaan dat prikkels kan opvangen en kan omzetten in impulsen
Prikkel Een invloed uit de omgeving, zoals een geluid, een geur, iets dat je ziet..
Zintuigstelsel Alle zintuigen samen
Impuls Soort elektrische signalen (‘’seintjes’’) die van de zintuigen via zenuwen naar
de hersenen worden geleid
Prikkel Zintuig Zenuw Hersenen
Het ontstaan van impulsen
Elk type zintuigcel heeft voor elke soort prikkel een drempelwaarde. Een adequate prikkel is een
soort prikkel waar een zintuigcel gevoelig voor is (bijvoorbeeld licht is de adequate prikkel voor de
zintuigcellen in je ogen.
De kleinste prikkelsterkte die een impuls veroorzaakt heet de drempelwaarde. Als een prikkel
minder sterk is dan de drempelwaarde reageert het zintuig niet ( bijvoorbeeld: een heel zacht geluid
hoor je dan niet).
De drempelwaarde is niet altijd even hoog:
Als een prikkel enige tijd aanhoudt, ontstaan er in de zintuigcellen minder impulsen. Dit heet
gewenning (bijvoorbeeld: je bent gewend geraakt aan de druk van jouw kleren op je
lichaam).
Ook motivatie speelt een belangrijke rol. Bij een goede concentratie ligt de drempelwaarde
lager.