Britse rijk samenvatting havo 4/5
Paragraaf 1 – Brits kolonialisme in Amerika (1585-1833)
Eerste nederzettingen in Noord-Amerika
Eind 16de eeuw (mislukt): 1. Uitvalsbasis tegen Spanje
2. Goud en zilver
17de eeuw: permanente nederzettingen
Kolonien: 1. Belofte van eigen stukken ladnbouwgrond door engelse handelscompagnie
(EIC).
2. protestantse geloof -> vluchten voor vervoling in Engeland
Pilgrim Fathers (1620): Vanwege religieuze motieven bouwde ze een nieuwe samenleving in
Amerika.
Sterfte inheemse bevolking:
1. Europese ziektes waar geen weerstadn tegen was
2. Bloederige oorlogen over wie de eigenaar was van gebieden, kolonisten hadden
wapens.
Ontwikkeling van plantagekolonien
13 kolonien: gesticht door engelsen
Noord-Amerika: vestigingskolonien, economie gericht op landbouw, handel en nijverheid.
Zuid-Amerika + Barbados en Jamaica: Plantagekolonien, verbouwen van tabak en katoen
voor export
Driehoekshandel: Tussen Europa, Afrika en Amerika.
Europa
Plantage Textiel, wapens,
producten kostbaarheden
Amerika Afrika
Slaven
, Royal African Company (1660-1752): Handelscompagnie gericht op handel met Afrikaanse
Westkust
Strijd voor onafhankelijkheid
18de eeuw: Amerikanen verzetten zich tegen Brits bestuur
Waarom?:
1. Geen band met het moederland (vele generaties verder)
2. Belasting betalen maar niet vertegenwoordigd in parlement
3. Verlichting -> Trias politica, volkssoevereiniteit en natuurlijke rechten.
Opstand (1776): kolonisten verklaarden zich onafhankelijk en vormden een federale staat:
samenwerkingsverband van deelstaten met een eigen bestuur, onder een
gemeenschappelijke overheid.
Afschaffing slavernij
Grondwet: gelijkheid -> in praktijk niet voor vrouwen, arme mensen en afro-Amerikanen
(slaven).
Kritiek op slavernij: Verlichte en religieuze denkers
1. Slavernij in strijd met gelijkheid
2. Slavernij in strijd met naastenliefde
Abolitionisme: beweging die vond dat de slavernij moest worden afgeschaft.
1807: slavenhandel verboden (neergang Barbados en Jamaica).
1833: slavernij verboden (in Amerika 30 jaar later).
Paragraaf 2 – India en het Britse rijk (1765-1885)
Handel in Azië
Begin 17e eeuw: India werd nieuw zwaartepunt na onafhankelijkheid van Amerika.
Mogolrijk: handel met de Britten in katoen en specerijen door middel van Britse factorijen
oftewel handelsposten.
Eerst: economisch, toen ook politiek
Oorzaak:
1. Positie mogol vorsten verzwakt door onderlinge strijd
2. Bedreigd gevoeld door anderen Europese handelscompagnieën.
Gevolg: Britten gaven militaire steun aan de lokale bevolking in ruil voor nieuw grondgebied
en dus meer zeggenschap.
Paragraaf 1 – Brits kolonialisme in Amerika (1585-1833)
Eerste nederzettingen in Noord-Amerika
Eind 16de eeuw (mislukt): 1. Uitvalsbasis tegen Spanje
2. Goud en zilver
17de eeuw: permanente nederzettingen
Kolonien: 1. Belofte van eigen stukken ladnbouwgrond door engelse handelscompagnie
(EIC).
2. protestantse geloof -> vluchten voor vervoling in Engeland
Pilgrim Fathers (1620): Vanwege religieuze motieven bouwde ze een nieuwe samenleving in
Amerika.
Sterfte inheemse bevolking:
1. Europese ziektes waar geen weerstadn tegen was
2. Bloederige oorlogen over wie de eigenaar was van gebieden, kolonisten hadden
wapens.
Ontwikkeling van plantagekolonien
13 kolonien: gesticht door engelsen
Noord-Amerika: vestigingskolonien, economie gericht op landbouw, handel en nijverheid.
Zuid-Amerika + Barbados en Jamaica: Plantagekolonien, verbouwen van tabak en katoen
voor export
Driehoekshandel: Tussen Europa, Afrika en Amerika.
Europa
Plantage Textiel, wapens,
producten kostbaarheden
Amerika Afrika
Slaven
, Royal African Company (1660-1752): Handelscompagnie gericht op handel met Afrikaanse
Westkust
Strijd voor onafhankelijkheid
18de eeuw: Amerikanen verzetten zich tegen Brits bestuur
Waarom?:
1. Geen band met het moederland (vele generaties verder)
2. Belasting betalen maar niet vertegenwoordigd in parlement
3. Verlichting -> Trias politica, volkssoevereiniteit en natuurlijke rechten.
Opstand (1776): kolonisten verklaarden zich onafhankelijk en vormden een federale staat:
samenwerkingsverband van deelstaten met een eigen bestuur, onder een
gemeenschappelijke overheid.
Afschaffing slavernij
Grondwet: gelijkheid -> in praktijk niet voor vrouwen, arme mensen en afro-Amerikanen
(slaven).
Kritiek op slavernij: Verlichte en religieuze denkers
1. Slavernij in strijd met gelijkheid
2. Slavernij in strijd met naastenliefde
Abolitionisme: beweging die vond dat de slavernij moest worden afgeschaft.
1807: slavenhandel verboden (neergang Barbados en Jamaica).
1833: slavernij verboden (in Amerika 30 jaar later).
Paragraaf 2 – India en het Britse rijk (1765-1885)
Handel in Azië
Begin 17e eeuw: India werd nieuw zwaartepunt na onafhankelijkheid van Amerika.
Mogolrijk: handel met de Britten in katoen en specerijen door middel van Britse factorijen
oftewel handelsposten.
Eerst: economisch, toen ook politiek
Oorzaak:
1. Positie mogol vorsten verzwakt door onderlinge strijd
2. Bedreigd gevoeld door anderen Europese handelscompagnieën.
Gevolg: Britten gaven militaire steun aan de lokale bevolking in ruil voor nieuw grondgebied
en dus meer zeggenschap.