Havo 4/5
Methode: Newton
Newton - Hoofdstuk 7 Trillingen en golven
Definitie trilling: Een trilling is een periodieke beweging om een evenwicht stand. Dus er moet iets
heen en weer of op en neer gaan, en dat moet regelmatig gebeuren. Geluid is een voorbeeld van een
trilling.
Geluid heeft een aantal eigenschappen:
1. Luidheid → De luidheid van het geluid wordt bepaald door de amplitude.
2. Toonhoogte → De toonhoogte door de trillingstijd (korte trillingstijd, hoge toon).
3. Klank.
- Resonantie treedt op als een trilling steeds sterker wordt door een oorzaak.
- Als een trilling zachter wordt, noem je dit demping.
- Als twee tonen gelijktijdig klinken met een klein verschil in de frequentie ontstaan er zwevingen.
Geluid, trillingen en zuivere tonen.
Bepaling amplitude.
De evenwichtsstand berekenen in u,t diagram → (max - min) / 2.
De amplitude berekenen → maximale uitwijking - de berekende evenwichtsstand.
Bepaling trillingstijd.
De trillingstijd is de tijd die 1 trilling duurt (van top tot top). Je kan ook tijdstip tot tijdstip
toppen doen.
Frequentie:
De frequentie en trillingstijd hangen samen volgens de formule: f = 1/T en T = 1/f.
Slinger.
Formule voor de trillingstijd: T = 2 π ·√ l
g
Massa-veersysteem:
Een massa-veersysteem bestaat uit een voorwerp met massa aan een veer of elastiek. Als dit systeem
uit de evenwichtsstand wordt gehaald, dan ontstaat een harmonische trilling om de evenwichtsstand.
De snelheid van het voorwerp is maximaal als het de evenwicht passeert en staat stil in de uiterste
standen. Als het blokje in de evenwicht stil hangt dan geldt:
Fz = Fv > m · g = C · u.
Soms moet je C uit een diagram bepalen. In het (F,u) diagram wordt C gegeven door de
richtingscoëfficiënt van de lijn door de punten. rc = Δy ÷ Δx.
De trillingstijd van het massa-veersysteem wordt gegeven door de formule:
T = 2π ·√ m
C
Methode: Newton
Newton - Hoofdstuk 7 Trillingen en golven
Definitie trilling: Een trilling is een periodieke beweging om een evenwicht stand. Dus er moet iets
heen en weer of op en neer gaan, en dat moet regelmatig gebeuren. Geluid is een voorbeeld van een
trilling.
Geluid heeft een aantal eigenschappen:
1. Luidheid → De luidheid van het geluid wordt bepaald door de amplitude.
2. Toonhoogte → De toonhoogte door de trillingstijd (korte trillingstijd, hoge toon).
3. Klank.
- Resonantie treedt op als een trilling steeds sterker wordt door een oorzaak.
- Als een trilling zachter wordt, noem je dit demping.
- Als twee tonen gelijktijdig klinken met een klein verschil in de frequentie ontstaan er zwevingen.
Geluid, trillingen en zuivere tonen.
Bepaling amplitude.
De evenwichtsstand berekenen in u,t diagram → (max - min) / 2.
De amplitude berekenen → maximale uitwijking - de berekende evenwichtsstand.
Bepaling trillingstijd.
De trillingstijd is de tijd die 1 trilling duurt (van top tot top). Je kan ook tijdstip tot tijdstip
toppen doen.
Frequentie:
De frequentie en trillingstijd hangen samen volgens de formule: f = 1/T en T = 1/f.
Slinger.
Formule voor de trillingstijd: T = 2 π ·√ l
g
Massa-veersysteem:
Een massa-veersysteem bestaat uit een voorwerp met massa aan een veer of elastiek. Als dit systeem
uit de evenwichtsstand wordt gehaald, dan ontstaat een harmonische trilling om de evenwichtsstand.
De snelheid van het voorwerp is maximaal als het de evenwicht passeert en staat stil in de uiterste
standen. Als het blokje in de evenwicht stil hangt dan geldt:
Fz = Fv > m · g = C · u.
Soms moet je C uit een diagram bepalen. In het (F,u) diagram wordt C gegeven door de
richtingscoëfficiënt van de lijn door de punten. rc = Δy ÷ Δx.
De trillingstijd van het massa-veersysteem wordt gegeven door de formule:
T = 2π ·√ m
C