100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached
logo-home
Alle werkcolleges Inleiding Constitutioneel Recht (660452-B-6) 2020/2021 $4.66
Add to cart

Class notes

Alle werkcolleges Inleiding Constitutioneel Recht (660452-B-6) 2020/2021

 20 views  1 purchase
  • Course
  • Institution

Alle werkcolleges van Inleiding Constitutioneel Recht (-B-6). Door covid-19 werd dit vak volledig online gegeven, hierdoor alles mee getypt.

Last document update: 3 year ago

Preview 3 out of 30  pages

  • April 29, 2021
  • April 29, 2021
  • 30
  • 2020/2021
  • Class notes
  • J. goossens & g. van der schyff & t.d. geldof
  • All classes
avatar-seller
Werkcollege Inleiding Constitutioneel recht

Week 3: 18 september 2020 – Inleiding constitutioneel recht, machtsverdeling en democratie
Internationaal recht EU-recht
De vijf beginselen van de democratische rechtstaat: Statuut
 Het legaliteitsbeginsel
Grondwet
 Machtenscheiding
Formele wet
 Toegang tot een onafhankelijke rechter
 Grondrechten Algemene maatregel van bestuur
 Democratie Ministeriële regeling
Provinciale verordening
Vraag 1: Leg telkens kort uit wat het verschil is tussen de onderstaande Gemeentelijke verordening
begrippenparen.
1. grondwet en constitutie
De Grondwet is een wet met hoger rechtskarakter. De grondwet is belangrijker dan andere rechtsregels. In de
Grondwet vinden wij de belangrijkste constitutionele regels van de staat. Een constitutie kan meer omvatten dan
alleen de Grondwet. Er zijn namelijk ook belangrijke regels vastgelegd buiten de Grondwet. Er bestaan
zelfs ongeschreven praktijken die tot onze constitutie worden gerekend. Een constitutie is dan het
geheel aan constitutionele regels dat voor een staat geldt.
 Art. 4 GW: Kiesrecht is belangrijk voor de democratie. Daarom staat dit in de grondwet. Je hebt hier
omheen nog andere regels nodig. Art. 4 Grondwet wordt nader uitgewerkt in de Kieswet.
 Boven de Grondwet zitten de statuten en de verdragen.
 Een wet in formele zin wordt gemaakt door de regering en de Staten-Generaal art. 81 GW.
 Alle landen hebben een constitutie. Want elk land heeft een staatsinrichting nodig, en die staatsinrichting
wordt uitgewerkt in de constitutie.
 Niet alle landen hebben een Grondwet ( VK). VK heeft alleen een constitutie.

2. een kiesstelsel gebaseerd op evenredige vertegenwoordiging en een meerderheidsstelsel
Een ander naam voor het kiesstelsel gebaseerd op evenredige vertegenwoordiging is het proportionaliteitstelsel.
Een andere naam voor een meerderheidsstelsel is een districtenstelsel.

Evenredige vertegenwoordiging: De samenstelling van het parlement is een evenredige afstemming van de
verkiezing. Indien 10% op de VVD heeft gestemd, dan heeft de VVD 10% van de kamer. Nederland heeft dit. Hoe
weet je of je een zetel hebt gehad? Kiesdeler= aantal stemmen / 150 (zetels) = minimale aantal stemmen.
 Het nadeel hiervan is een versplintering van het aantal partijen, want er zijn vaak namelijk veel kleine partijen.
Ze voegen hierdoor soms een kiesdrempel toe. Dit is een regeling die ervoor zorgt dat je partij pas een zetel krijgt
als je een vooraf vastgesteld percentage van de stemmen hebt behaald. Nederland hanteert vaste kiesdrempel.

Meerderheidsstelsel: Een land wordt ingedeeld in meerdere districten. Per district wordt er dan een verkiezing
gehouden. Per district komt er dan een kandidaat uit. Je moet de meerderheid halen. (Frankrijk, India, VS)
Relatieve meerderheid: Meer stemmen dan de andere.
Absolute meerderheid: Meer dan 51% van de stemmen.


Voordelen Nadelen




Pre-master Fiscaal Recht
Periode 1.1

,Werkcollege Inleiding Constitutioneel recht

- Evenredige vertegenwoordiging - Evenredige vertegenwoordiging
 Het vormt de beste afspiegeling van de  Versplintering, hierdoor wordt het
samenleving. moeilijker om de meerderheid te vinden die
 Er gaan weinig stemmen verloren. het vier jaar met het uit kan houden in de
 Ook kleine partijen kunnen in de kamer coalitie/regering.
komen.  Mindere band met de Kamerleden. Vaak
komen ze niet uit Brabant.

- Meerderheidsstelsel: - Meerderheidsstelsel:
 Er is een band tussen de kiezer en de  Veel stemmen gaan verloren.
gekozene. Partijen/kandidaten die geen meerderheid
 Belangen van dat district behartigen. hebben gehaald, komen überhaupt niet in
 Minder kleine partijen het parlement. Die mensen die daarop
hebben gestemd, hebben pech.

Het kiesstelsel stelt burgeres mede in staat een stem uit te brengen ( op een bepaalde manier) bij verkiezingen,
en vormt daarmee een uitwerking van het democratiebeginsel.

3. kabinet en ministerraad (uitvoerend)
De begrippen kabinet en minsterraad sluiten het beste aan bij machtenscheiding. Het kabinet en de minsterraad
maken onderdeel uit van de uitvoerende macht en staan als zodanig in een vertrouwensrelatie tot het gekozen
parlement.
Trias politica  De uitvoerende macht, de wetgevende macht en de rechtsprekende macht.
De begrippen kabinet en de minsterraad vallen onder de uitvoerende macht.
Minsterraad: Art. 45 lid 1 GW: De ministers vormen te samen de minsterraad.
Staatssecretaris: Een staatssecretaris is een onderminister. Zij zijn niet lid van de minsterraad.
Kabinet: De ministers en de staatssecretarissen.

4. Koning en regering (uitvoerend)
De koning + de ministers + de staatssecretarissen = de regering
Art. 42 GW: In de praktijk is de definitie ruimer dan is opgenomen in de Grondwet.

Regeringsleiding is de minister president.

5. Staten-Generaal en parlement (wetgevend)
Staten-Generaal = de Eerste Kamer en de Tweede Kamer.
De Eerste Kamer (senaat) wordt indirect gekozen. Je kan stemmen op de
kandidaten voor de provincies. De kandidaten voor de provincie kiezen wie er in de Eerste Kamer komen.
De Tweede Kamer wordt direct gekozen door de genen die stemmen.

Het parlement is een algemeen wordt, en de Staten-Generaal is heel specifiek. Dit zijn dus eigenlijk synoniemen.
Het parlement hoeft geen twee kamers te hebben, denk aan de Scandinavische landen.
 Een democratie heeft een parlement.




Pre-master Fiscaal Recht
Periode 1.1

, Werkcollege Inleiding Constitutioneel recht

Vraag 2: Neem de Nederlandse Grondwet voor u. In welke artikelen ziet u de beginselen van de democratische rechtstaat
(machtenscheiding, het legaliteitsbeginsel, rechtelijke controle, grondrechten en democratiebeginsel) uitgedrukt? Geef bij
elk van de genoemde beginselen ten minste drie voorbeelden.
Wat is de definitie van het legaliteitsbeginsel? Al het overheidsoptreden moet berusten op een wettelijke grondslag. Het
legaliteitsbeginsel voorkomt machtsmisbruik en willekeur. Zonder wettelijke grondslag zou de overheid immers op
willekeurig burgers kunnen beboeten, van de ene burger wel belasting kunnen heffen en van de andere burger niet, of
bijvoorbeeld zomaar de doodstraf kunnen uitvoeren.
Art. 16 GW bevat het strafrechtelijke legaliteitsbeginsel. Het legaliteitsbeginsel heeft een breder toepassingsbereik dan
alleen het strafrecht. Immers, ook al het andere (niet-strafrechtelijke) overheidsoptreden moet een wettelijke basis hebben
op grond van het legaliteitsbeginsel. Dit ‘’bredere’’ legaliteitsbeginsel is nergens opgeschreven en is dus een ongeschreven
rechtsbeginsel.
Art. 104 GW: Belastingen worden geregeld op basis van de Wet.
Art. 127 GW: De gemeente en de provincies wordt de bevoegdheid gegeven om verordeningen te maken, d.w.z. regels die
voor een specifieke gemeente of provincie gelden en die de daar wonende burgers kunnen binden. Er wordt dus precies
geregeld wie regels mogen maken, en dat is een uitwerking van het legaliteitsbeginsel.
Een algemene maatregel van bestuur is een soort rechtsregel. Art. 89 GW  De regering maakt amvb.

Machtenscheiding voorkomt machtsconcentratie, en daarmee opnieuw machtsmisbruik. Het idee is dat als je de
belangrijkste staatsmachten uit elkaar haalt en opdraagt aan verschillende organen, die elkaar vervolgens ook nog eens
mogen controleren, je nooit te veel macht bij een persoon of een orgaan legt. ( Absolute macht kan leiden tot
machtsmisbruik).
Art. 57 GW: Niemand kan lid van beide kamers zijn. Dit is een interne machtenscheiding. Een lid van een wetgevend orgaan
kan niet ook lid zijn van een uitvoerend orgaan.
Hoofdstuk 6: Rechtspraak.
Art. 112 GW: De rechtelijke macht moet berechten.
Art. 81 GW: De vaststelling van wetten geschiedt door de Regering en de Staten-Generaal. wet in de Grondwet = wet in
formele zin. Dit wordt ook wel de machtenspreiding genoemd ofwel een relatieve machtenscheiding. (relatieve
machtenscheiding)
Art. 120 GW: De rechter mag niet kijken of de wet in formele zin grondwettig is. De rechter mag alleen de wet toepassen. Als
het gaat om de grondwettigheid van het recht moet de formele wetgever toetsen of die in overeenstemming is met de
grondwet. (Strikte machtenscheiding).

Rechtelijke controle: De rechter in de wetstaat moet de wetten gaan toepassen en moet de andere machten controleren.
Art. 112 lid 1 GW: De rechter bekijkt naar geschillen.
Art. 113 GW: De rechter kijkt naar strafbare feiten.
Art. 120 GW: Geeft aan wanneer de rechter niet mag controleren.
Art. 94 GW: Een wet in formele zin wordt niet toegepast als dit in strijd is met het internationaalrecht. Hier is een relatieve
machtenscheiding. De rechter makt de wet in formele zin, en als het niet in overeenstemming is met het internationale
recht, dan wordt het internationale recht toegepast. De rechter controleert de formele wetgever.
Art. 121 GW regelt dat terechtzittingen bij de rechter openbaar zijn, en dat de rechter in het openbaar uitspraak doet. De
reden daarvoor is dat de onafhankelijkheid van de rechter op die manier gewaarborgd kan worden. Als alles in het openbaar
gebeurt, kan de rechter moeilijk worden beïnvloed en kan iedereen tijdens de rechtszaak en achteraf vaststellen of de zaak
op een correcte en onafhankelijke manier behandeld is.
Hoofdstuk 6: Veel voorbeelden over de controlerende taak van de rechter.

Grondrechten zijn fundamentele rechten die ieder toekomen. Ze dienen van oudsher als afweerrecht tegen de overheid. Ze
kunnen worden onderscheiden in klassieke en sociale grondrechten. De traditionele functie van grondrechten is een verticale
functie. Dat betekend dat de burger wordt beschermd tegen de staat. Er is ook nog een horizontale functie. Dat betekend
dat burgers onderling aanspraak kunnen maken op grondrechten.
Klassieke rechten: Vrijheidsrechten  vrijheid van meningsuiting, vrijheid van drukpers ( de overheid moet er van afblijven)
Sociale rechten: Mogelijk maken  Recht op bijstand, recht op hoop, recht op onderwijs ( de overheid moet presteren)
Art. 4 GW: Klassieke rechten.
Art. 31 GW: Sociale rechten.
Art. 114 GW: Bescherming van het recht op leven. Dus een klassiek recht.
Hoofdstuk 1: Veel voorbeelden van grondrechten. De klassieke rechten vind je vooral voor in hoofdstuk 1 en de sociale
rechten vind je meer achteraan in hoofdstuk 1.




Pre-master Fiscaal Recht
Periode 1.1

The benefits of buying summaries with Stuvia:

Guaranteed quality through customer reviews

Guaranteed quality through customer reviews

Stuvia customers have reviewed more than 700,000 summaries. This how you know that you are buying the best documents.

Quick and easy check-out

Quick and easy check-out

You can quickly pay through credit card or Stuvia-credit for the summaries. There is no membership needed.

Focus on what matters

Focus on what matters

Your fellow students write the study notes themselves, which is why the documents are always reliable and up-to-date. This ensures you quickly get to the core!

Frequently asked questions

What do I get when I buy this document?

You get a PDF, available immediately after your purchase. The purchased document is accessible anytime, anywhere and indefinitely through your profile.

Satisfaction guarantee: how does it work?

Our satisfaction guarantee ensures that you always find a study document that suits you well. You fill out a form, and our customer service team takes care of the rest.

Who am I buying these notes from?

Stuvia is a marketplace, so you are not buying this document from us, but from seller moniekvandeven. Stuvia facilitates payment to the seller.

Will I be stuck with a subscription?

No, you only buy these notes for $4.66. You're not tied to anything after your purchase.

Can Stuvia be trusted?

4.6 stars on Google & Trustpilot (+1000 reviews)

47561 documents were sold in the last 30 days

Founded in 2010, the go-to place to buy study notes for 15 years now

Start selling
$4.66  1x  sold
  • (0)
Add to cart
Added