100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Biologie samenvatting examenstof 2021 Nectar 4, 5 en 6 vwo

Rating
-
Sold
4
Pages
51
Uploaded on
07-05-2021
Written in
2020/2021

In dit document staan alle hoofdstukken en paragrafen van Nectar boeken die je moet kennen voor het examen in 2021. De informatie die je niet hoeft te kennen heb ik er voor het grootste gedeelte uitgehaald. De hoofdstukken die er in staan zijn: Biologie H2: soorten en erfelijkheid Biologie H3: ecosystemen Biologie H4: celbiologie Biologie H6: Voortplanting Biologie H7: Erfelijkheid Biologie H8: Evolutie Biologie H9: Bloedsomloop Biologie H10: Uitscheiding Biologie H11: Voeding en vertering Biologie H12: Afweer Biologie H13: Hormonen Biologie H14: Zenuwstelsel Biologie H16: Sport Biologie H17: Stedelijke ecosystemen Biologie H18: Wereldwijde kringlopen Biologie H19: DNA Biologie H20: Eiwit Biologie H21: Planten

Show more Read less
Level
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Secondary school
Level
Course
School year
6

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
May 7, 2021
File latest updated on
May 8, 2021
Number of pages
51
Written in
2020/2021
Type
Summary

Subjects

Content preview

Biologie examenstof 2021
Door: Jamie Zwirs


Inhoudsopgave
Biologie H2: soorten en erfelijkheid ........................................................................................................ 2
Biologie H3: ecosystemen ....................................................................................................................... 4
Biologie H4: celbiologie ........................................................................................................................... 6
Biologie H6: Voortplanting .................................................................................................................... 10
Biologie H7: Erfelijkheid ........................................................................................................................ 11
Biologie H8: Evolutie ............................................................................................................................. 14
Biologie H9: Bloedsomloop ................................................................................................................... 16
Biologie H10: Uitscheiding .................................................................................................................... 19
Biologie H11: Voeding en vertering....................................................................................................... 22
Biologie H12: Afweer ............................................................................................................................. 25
Biologie H13: Hormonen ....................................................................................................................... 28
Biologie H14: Zenuwstelsel ................................................................................................................... 31
Biologie H16: Sport ................................................................................................................................ 34
Biologie H17: Stedelijke ecosystemen................................................................................................... 36
Biologie H18: Wereldwijde kringlopen.................................................................................................. 38
Biologie H19: DNA ................................................................................................................................. 41
Biologie H20: Eiwit................................................................................................................................. 45
Biologie H21: Planten ............................................................................................................................ 48

,Biologie H2: soorten en erfelijkheid
§2.1 Definitie van een soort
Individuen horen bij dezelfde soort als ze samen vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen. Een soort
heeft een wetenschappelijke naam. De naam bestaat uit twee delen: dit is de binominale
naamgeving. Het eerste deel van de naam is de geslachtsnaam en het tweede deel is de
soortaanduiding.
Linnaeus heeft door middel van de taxonomie deelde hij duizenden dieren in:
Domein→ rijk → stam → klasse → orde → familie → geslacht → soort

Soms kruisen twee verschillende soorten elkaar en krijgen ze vruchtbare nakomelingen, deze
nakomelingen zijn dan hybriden.

§2.2 populaties
Een groep van organismen van dezelfde soort in een gebied is een populatie. Dieren in een populatie
planten vaak voort met elkaar. Ze hebben dan vaak dezelfde genen.
Een beperkende factor bepaalt de levenskansen en de groei een populatie. Wanneer de beperkende
factor erg groot is zullen de dieren wegtrekken.
Een grotere genetische diversiteit zorgt ervoor dat de soort de benodigde allelen heeft om zich beter
kan aanpassen wanneer de omstandigheden veranderen.

De populatiegrootte bepaal je door:
𝑣1 𝑥 𝑣2
𝑁𝑝𝑜𝑝 =
𝑔𝑒𝑚𝑒𝑟𝑘𝑡𝑒 𝑣2

Wanneer een leefgebied wordt opgedeeld in verschillende stukken noem je dat versnippering.
Populaties kunnen hierdoor uiteenvallen. Het gebrek aan uitwisseling van genetisch materiaal
verzwakt de populatie. De versnipperde gebieden kunnen weer verbonden worden, dat is
ontsnippering.
In veel gebieden hebben mannetjes hun eigen territorium, leefgebied van een dier.

§2.3 elke soort is anders
Een habitat is de leefomgeving van een organisme met de specifieke en belangrijke biotische
(levende) en abiotische (niet levende) factoren.
populatie
Ieder organisme krijgt te maken met verschillende
optimumgebied
milieufactoren Voor elke factor heeft het organisme
een eigen optimum. Bij het optimum is het leven het
best. Voor abiotische factoren is er ook een minimum
en een maximumwaarde, dat zijn tolerantiegrenzen.
Voorbij deze grenzen gaat het organisme dood.




Dieren die hetzelfde eten en in het zelfde territorium zitten zijn niet altijd concurrenten. Dat komt
doordat ze een verschillende functie in het ecosysteem hebben. Ieder dier maakt op een andere

2

,manier gebruik van voedselaanbod, plaats en ruimte. Ieder dier heeft zijn eigen niche, maar niches
kunnen overlappen. Wanneer twee soorten in dezelfde habitat leven en dezelfde niche hebben
spreken we van concurrentie.
Wanneer soorten verhuizen naar een ander ecosysteem passen ze zich daaraan aan. Het kan zijn dat
andere soortgenoten hen later niet meer herkennen omdat de verschillen zo groot zijn geworden dat
ze hen als een andere soort zien.

§2.4 relaties
Herbivoren hoeven in hun habitat niet veel moeite te doen voor hun voedsel. Carnivoren hebben het
minder makkelijk. Als een organisme (predator) een prooi vangt, doodt en opeet spreken we van
predatie.

Populaties wisselen van grootte, zijn er veel
prooien. Groeit de populatie predatoren en
zijn er weinig predatoren, dan groeit de
- predatoren populatie prooien.
- prooien




In een voedselketen worden voedingsstoffen via schakels (organisme) doorgegeven naar de
toppredator. Elke schakel verbruikt een deel van de energie. Wanneer verschillende voedselketens
verbonden raken ontstaat er een voedselweb.
Door bestrijdingsmiddelen kan er gif in de voedselketen komen. Hoe hoger je in de keten komt hoe
hoger de concentratie gif wordt. Dit is accumulatie.
Wanneer twee soorten een langdurige ‘relatie’ hebben, spreek je van symbiose. Soorten symbiose:
- mutualisme +/+, beide soorten hebben voordeel
- commensalisme +/o, de ene soort voordeel de andere soort heeft geen nadeel
- epifytisme +/o, voordeel/geen nadeel wanneer het planten/planten is
- parasitisme +/-, een soort voordeel en de andere soort nadeel




3

, Biologie H3: ecosystemen
§3.1 kwetsbare ecosystemen
Ecosysteem = afgebakend gebied met organismen en biotische en abiotische relaties
Kringlopen zorgen ervoor dat ecosystemen nauwelijks uitwisseling met andere ecosystemen hebben.

Producent (autotroof): zonlicht + CO2 + H2O → organisch
Consument (heterotroof): gebruikt organische stoffen uit andere organismen
Reducent (heterotroof): zet organische stoffen om in anorganische stoffen

Draagkracht = de maximale populatiegrootte die een gebied kan onderhouden

Door veranderingen in biotische en abiotische factoren ontstaat populatiedynamiek. Het veranderen
van de populatie beïnvloed het ecosysteem. Die blijvende, snel optredende veranderingen in het
ecosysteem zijn verstoringen.

§3.2 Energie
Biologen werken met het begrip biomassa. Dit is de hoeveelheid energierijke stoffen in de
organismen, zonder water. Met deze biomassa’s kun je een voedselpiramide maken.

Een voedselpiramide heeft verschillende trofische niveaus.
Elke laag van de voedselpiramide verbruikt energie, vandaar de
afnemende hoeveelheid biomassa.




In een energiestroomschema is zichtbaar op welke
manier de energie wordt gebruikt. Heterotrofe
organismen nemen als voedsel organische stoffen op
die ze gebruiken als brand- en bouwstoffen.

Producenten zijn autotrofe organismen, ze zetten
anorganische stoffen om in organische stoffen. De
primaire productie is de hoeveelheid organische
stoffen die producenten maken (g/opp./jaar). De producenten gebruiken energie van de zon.

Factoren die de invloed van de groei van fytoplankton beïnvloeden:
- Licht is waarschijnlijk niet beperkend voor de primaire productie
- Voedingsstoffen
Verrijking van water met voedingsstoffen, eutrofiëring. Fosfaat beïnvloed de primaire
productie, maar is niet beperkend voor de biomassa van de consumenten. Te veel
nitraat (NO3-) zorgt voor algenbloei. De biomassa van de algen neemt toe. De stijging
van de primaire productie geeft minder helder water. Ook worden dode bacteriën
afgebroken, daarvoor wordt zuurstof verbruikt. Veel dode algen zorgen voor
zuurstofloos water wat er weer voor zorgt dat andere consumenten sterven.
- Temperatuur kan tot een hogere primaire productie leiden


4

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
jamiezwirs
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
27
Member since
4 year
Number of followers
22
Documents
20
Last sold
6 months ago

4.5

2 reviews

5
1
4
1
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions