Embryologie
2020-2021
AMÉLIE ROMBOUTS
,1
,Les 1:Voortplanting
1. 5 Basisbegrippen
Om een normale embryonale ontwikkeling te krijgen heb je 5 morfologische basisprincipes
nodig (→ als 1 van de 5 niet gebeurt, krijg je een abnormale embryonale ontwikkeling):
1. Celproliferatie (mitosen) → als er geen cellen kunnen vermenigvuldigen, krijg je
geen groter individu
2. Celgroei → je moet ook celgroei krijgen → vb. spiervezels → moeten groeien om tot
hun functie te komen
3. Celdifferentiatie → een neuron heeft niet dezelfde functie als een levercel → als we
denken aan een embryo, starten we met cellen die nog alles kunnen aanmaken →
geleidelijk aan krijgen we differentiatie en zullen de cellen bepaalde functies kunnen
uitoefenen
4. Celmigratie: bepaalde cellen moeten naar ergens anders migreren dan waar ze zijn
ontstaan → vb. melanocyten (zit in de huid, wordt pigment opgestapeld), deze
komen van de neurale lijstcellen (komen van de plaats waar ons ruggenmerg ligt)
Ander voorbeeld: het foetaal alcohol spectrum disorder, zwangere vrouwen die een
alcoholprobleem hebben, zullen baby’s krijgen met een heel specifiek abnormaal
gezicht → door het metaboliet van alcohol (alcohol dat omgezet is in de lever) zorgt
dit ervoor dat de neurale lijstcellen precies ‘dronken’ worden → ze zullen de juiste
plaats niet meer vinden → komen niet meer correct in het gezicht
5. Celdood (=apoptose van geprogammeerde cellen): vb. onze handen zagen er eerst
uit als de poten van een eend (vliezen tussen onze vingers) → weefsels zullen door
geprogammeerde cellen verdwijnen
2. Periodes embryologie
Prenatale periode
= periode van de embryologie
We kunnen in deze periode nog eens een onderscheid maken tussen:
- Embryonale periode: vanaf het moment dat de eicel bevrucht is tot de primitieve
gemeenschappelijke vorm van het embryo (→ op dit stadium ziet de embryo van de
meeste species er hetzelfde uit → na deze periode zien we species-specifieke
kenmerken)
- Foetale periode: alle organen zijn op dit moment aangelegd → gaan nog wel groeien
maar ze zijn er al
2
, Postnatale periode
Gaan we niet bespreken, maar tijdens deze periode gaan bepaalde orgaansystemen nog
matureren/ verdere ontwikkeling → vb. het centraal zenuwstelsel (groeit tot puberteit)
Vb2. Onze lensvezels van het oog blijft ontwikkelen
Er zijn grote diersoortverschillen:
- Nestvlieders → zijn al heel sterk ontwikkeld, prooidieren → moeten snel kunnen
weglopen, maar hebben wel een langere drachtduur (+-10 maanden)
- Nestblijvers → predatoren (honden, katten…) zijn vaak nestblijvers → kortere drachtduur
(+-2 maanden)
3. Voortplanting
Als we het hebben over de voortplanting, zullen we het hebben over de gametogenese en
de bevruchting. De gametogenese is het ontstaan/ontwikkelen van gameten →
spermatogenese (ontstaan sperma-cel) en ovogenese (ontstaan eicel)
Komt niet voor
bij de
zoogdieren
3.1 Gametogenese
Gametogenese gebeurt heel gelijkaardig namelijk in de gonaden (=geslachtsorganen) bij
vissen, amphibiën, vogels en zoogdieren
3
2020-2021
AMÉLIE ROMBOUTS
,1
,Les 1:Voortplanting
1. 5 Basisbegrippen
Om een normale embryonale ontwikkeling te krijgen heb je 5 morfologische basisprincipes
nodig (→ als 1 van de 5 niet gebeurt, krijg je een abnormale embryonale ontwikkeling):
1. Celproliferatie (mitosen) → als er geen cellen kunnen vermenigvuldigen, krijg je
geen groter individu
2. Celgroei → je moet ook celgroei krijgen → vb. spiervezels → moeten groeien om tot
hun functie te komen
3. Celdifferentiatie → een neuron heeft niet dezelfde functie als een levercel → als we
denken aan een embryo, starten we met cellen die nog alles kunnen aanmaken →
geleidelijk aan krijgen we differentiatie en zullen de cellen bepaalde functies kunnen
uitoefenen
4. Celmigratie: bepaalde cellen moeten naar ergens anders migreren dan waar ze zijn
ontstaan → vb. melanocyten (zit in de huid, wordt pigment opgestapeld), deze
komen van de neurale lijstcellen (komen van de plaats waar ons ruggenmerg ligt)
Ander voorbeeld: het foetaal alcohol spectrum disorder, zwangere vrouwen die een
alcoholprobleem hebben, zullen baby’s krijgen met een heel specifiek abnormaal
gezicht → door het metaboliet van alcohol (alcohol dat omgezet is in de lever) zorgt
dit ervoor dat de neurale lijstcellen precies ‘dronken’ worden → ze zullen de juiste
plaats niet meer vinden → komen niet meer correct in het gezicht
5. Celdood (=apoptose van geprogammeerde cellen): vb. onze handen zagen er eerst
uit als de poten van een eend (vliezen tussen onze vingers) → weefsels zullen door
geprogammeerde cellen verdwijnen
2. Periodes embryologie
Prenatale periode
= periode van de embryologie
We kunnen in deze periode nog eens een onderscheid maken tussen:
- Embryonale periode: vanaf het moment dat de eicel bevrucht is tot de primitieve
gemeenschappelijke vorm van het embryo (→ op dit stadium ziet de embryo van de
meeste species er hetzelfde uit → na deze periode zien we species-specifieke
kenmerken)
- Foetale periode: alle organen zijn op dit moment aangelegd → gaan nog wel groeien
maar ze zijn er al
2
, Postnatale periode
Gaan we niet bespreken, maar tijdens deze periode gaan bepaalde orgaansystemen nog
matureren/ verdere ontwikkeling → vb. het centraal zenuwstelsel (groeit tot puberteit)
Vb2. Onze lensvezels van het oog blijft ontwikkelen
Er zijn grote diersoortverschillen:
- Nestvlieders → zijn al heel sterk ontwikkeld, prooidieren → moeten snel kunnen
weglopen, maar hebben wel een langere drachtduur (+-10 maanden)
- Nestblijvers → predatoren (honden, katten…) zijn vaak nestblijvers → kortere drachtduur
(+-2 maanden)
3. Voortplanting
Als we het hebben over de voortplanting, zullen we het hebben over de gametogenese en
de bevruchting. De gametogenese is het ontstaan/ontwikkelen van gameten →
spermatogenese (ontstaan sperma-cel) en ovogenese (ontstaan eicel)
Komt niet voor
bij de
zoogdieren
3.1 Gametogenese
Gametogenese gebeurt heel gelijkaardig namelijk in de gonaden (=geslachtsorganen) bij
vissen, amphibiën, vogels en zoogdieren
3