Wereldoriëntatie: natuur
__________________________________________________________________________________
Een inleiding op de morfologische kenmerken v.h planten-
en dierenrijk
I. Inleiding op taxonomie in de natuur
Populatie = groep organismen
Biotoop = woonplaats van levensgemeenschap
Wero?
Natuur, tijdruimte, techniek
Meestal afgeleid van bijzondere kenmerken of eigenschappen
De taxonomie = systematiek: de wetenschap die zich bezighoudt met de rangschikking van
planten en dieren in hiërarchisch systeem, waarin de natuurlijke verwantschap zoveel
mogelijk tot uiting komt.
Meest gebruikte systeem is van C. Linnaeus
Regenboog: wit licht bestaat in 7 kleuren (prisma)
Systeem is de soort. Soort wordt verenigd in geslachten, geslachten in families, families in
orden, orden in klassen, klassen in stammen of afdelingen, stammen of afd. in een rijk
Vijf rijkensysteem door Whittaker (1969) en Margulius (1971) op basis van kenmerken
1. Het rijk der schimmels (meercellige met kern zonder celdifferentatie en bladgroen)
2. Het plantenrijk (meercellige met kern met celdifferentatie en met bladgroen)
3. Het dierenrijk (meercellige met kern met celdiffrentatie en zonder bladgroen)
4. Eencelligen met kern
5. Eencelligen zonder kern (bacteriën)
___________________________________________________________________________
II. Het rijk der schimmels
Zwammen of schimmels
- Ongewone vormen en felle kleuren
- Planten zich voort via sporen
- Heel veel verschillende soorten zwammen/schimmels
- Sommige schimmels vormen geen vruchtlichaam om hun sporen te verspreiden en
voeden zich met levend materiaal
Ze behoren samen met de bacteriën tot de afbrekers.
,Belangrijk voor de vruchtbaarheid van de bodem.
Afvalstoffen dood organisch materiaal opruimen – nuttige stoffen omzetten (mineralen)
Ziekten veroorzaken (sommige schimmelziekten zijn nog moeilijk te genezen), kan ook
dodelijk zijn
Zwammen groeien in/op iets waar ze voedsel uit halen
Samengesteld uit draden (voldoende voedingszouten) terwijl de cellen van gewone planten
in alle richtingen stevig et elkaar verbonden zijn
Bij de zakjeszwammen worden de sporen meestal per acht in zakjes gevormd.
Verschillende
Bij de zakjeszwammen zakjeszwam
worden de sporen (per
meestal 8
perzakjes), steeltjeszwam
acht in zakjes gevormd. (sporen per 4)
Bij de steeltjeszwammen ontstaan de sporen gesteeld, meestal per vier.
Bij de steeltjeszwammen ontstaan de sporen gesteeld, meestal per vier.
Paddenstoelen
Plaatjeszwam en buisjeszwam
1. Hoed
2. Kraag
3. Steel
4. Beurs of knol
5. Voedingsdraden of
mycelium of
zwamvlok
6. Sporen
7. Lamellen of buisjes
Vliegenzwam – aardappelbovist – weidechampignon – groene knolamaniet – inktzwam –
stinkzwam – eekhoornbrood – elfenbank
Korstmossen
- Een samenlevingsvorm van alg (wier) met een schimmel (zakjeszwam). Ze zijn zo
sterk met elkaar vergroeid dat het net lijkt of er is maar een organisme. De alg kan
, fotosynthese met suiker maken. De schimmel gebruikt deze suiker en levert op zijn
beurt voeding voor een alg.
- Korstmossen planten zich voort doordat de alg en de schimmel ieder sporen vormen.
__________________________________________________________________________________
III. Het plantenrijk
Planten kunnen d.m.v. zonlicht en bladgroen hun eigen voedsel maken.
- De zaadplanten: bedektzadige en naaktzadigen (grootste groep planten ter wereld)
- De sporenplanten
Werking:
1. Via de wortels onttrekt de plant water aan de grond en de daarin opgeloste minerale.
2. Dit sap w langs de transportvaten (o.a. de stengel) naar de bladeren gevoerd.
3. In de bladeren w water en koolzuurgas met behulp van zonne-energie omgezet in
suiker, de voedingstof voor de plant en zuurstof
4. Die voedingstoffen worden naar alle levende cellen vervoerd via de transportvaten,
zodat deze cellen optimaal kunnen blijven functioneren
Kelk + kroon = gespecialiseerde bladeren
Tegen bescherming en he lokken van insecten
Nectarklier: kleine organen waar een zoete stof wordt geproduceerd (=nectar)
Mannelijke voortplantingsorganen – meeldraden
Vrouwelijke voortplantingsorganen – stamper
Bloemen met alleen meeldraden of alleen stampers = éénslachtig
Bloemen met zowel mannelijke als vrouwelijke voortplantingsorganen = tweeslachtig
Mannelijke + vrouwelijke bloemen op dezelfde plant = éénhuizig (bijv. de hazelaar)
Mannelijke en vrouwelijke bloemen van dezelfde soort op verschillende plant = tweehuizig
(Bijv. mannelijke wilg, ernaast een vrouwelijke wilg)
__________________________________________________________________________________
Een inleiding op de morfologische kenmerken v.h planten-
en dierenrijk
I. Inleiding op taxonomie in de natuur
Populatie = groep organismen
Biotoop = woonplaats van levensgemeenschap
Wero?
Natuur, tijdruimte, techniek
Meestal afgeleid van bijzondere kenmerken of eigenschappen
De taxonomie = systematiek: de wetenschap die zich bezighoudt met de rangschikking van
planten en dieren in hiërarchisch systeem, waarin de natuurlijke verwantschap zoveel
mogelijk tot uiting komt.
Meest gebruikte systeem is van C. Linnaeus
Regenboog: wit licht bestaat in 7 kleuren (prisma)
Systeem is de soort. Soort wordt verenigd in geslachten, geslachten in families, families in
orden, orden in klassen, klassen in stammen of afdelingen, stammen of afd. in een rijk
Vijf rijkensysteem door Whittaker (1969) en Margulius (1971) op basis van kenmerken
1. Het rijk der schimmels (meercellige met kern zonder celdifferentatie en bladgroen)
2. Het plantenrijk (meercellige met kern met celdifferentatie en met bladgroen)
3. Het dierenrijk (meercellige met kern met celdiffrentatie en zonder bladgroen)
4. Eencelligen met kern
5. Eencelligen zonder kern (bacteriën)
___________________________________________________________________________
II. Het rijk der schimmels
Zwammen of schimmels
- Ongewone vormen en felle kleuren
- Planten zich voort via sporen
- Heel veel verschillende soorten zwammen/schimmels
- Sommige schimmels vormen geen vruchtlichaam om hun sporen te verspreiden en
voeden zich met levend materiaal
Ze behoren samen met de bacteriën tot de afbrekers.
,Belangrijk voor de vruchtbaarheid van de bodem.
Afvalstoffen dood organisch materiaal opruimen – nuttige stoffen omzetten (mineralen)
Ziekten veroorzaken (sommige schimmelziekten zijn nog moeilijk te genezen), kan ook
dodelijk zijn
Zwammen groeien in/op iets waar ze voedsel uit halen
Samengesteld uit draden (voldoende voedingszouten) terwijl de cellen van gewone planten
in alle richtingen stevig et elkaar verbonden zijn
Bij de zakjeszwammen worden de sporen meestal per acht in zakjes gevormd.
Verschillende
Bij de zakjeszwammen zakjeszwam
worden de sporen (per
meestal 8
perzakjes), steeltjeszwam
acht in zakjes gevormd. (sporen per 4)
Bij de steeltjeszwammen ontstaan de sporen gesteeld, meestal per vier.
Bij de steeltjeszwammen ontstaan de sporen gesteeld, meestal per vier.
Paddenstoelen
Plaatjeszwam en buisjeszwam
1. Hoed
2. Kraag
3. Steel
4. Beurs of knol
5. Voedingsdraden of
mycelium of
zwamvlok
6. Sporen
7. Lamellen of buisjes
Vliegenzwam – aardappelbovist – weidechampignon – groene knolamaniet – inktzwam –
stinkzwam – eekhoornbrood – elfenbank
Korstmossen
- Een samenlevingsvorm van alg (wier) met een schimmel (zakjeszwam). Ze zijn zo
sterk met elkaar vergroeid dat het net lijkt of er is maar een organisme. De alg kan
, fotosynthese met suiker maken. De schimmel gebruikt deze suiker en levert op zijn
beurt voeding voor een alg.
- Korstmossen planten zich voort doordat de alg en de schimmel ieder sporen vormen.
__________________________________________________________________________________
III. Het plantenrijk
Planten kunnen d.m.v. zonlicht en bladgroen hun eigen voedsel maken.
- De zaadplanten: bedektzadige en naaktzadigen (grootste groep planten ter wereld)
- De sporenplanten
Werking:
1. Via de wortels onttrekt de plant water aan de grond en de daarin opgeloste minerale.
2. Dit sap w langs de transportvaten (o.a. de stengel) naar de bladeren gevoerd.
3. In de bladeren w water en koolzuurgas met behulp van zonne-energie omgezet in
suiker, de voedingstof voor de plant en zuurstof
4. Die voedingstoffen worden naar alle levende cellen vervoerd via de transportvaten,
zodat deze cellen optimaal kunnen blijven functioneren
Kelk + kroon = gespecialiseerde bladeren
Tegen bescherming en he lokken van insecten
Nectarklier: kleine organen waar een zoete stof wordt geproduceerd (=nectar)
Mannelijke voortplantingsorganen – meeldraden
Vrouwelijke voortplantingsorganen – stamper
Bloemen met alleen meeldraden of alleen stampers = éénslachtig
Bloemen met zowel mannelijke als vrouwelijke voortplantingsorganen = tweeslachtig
Mannelijke + vrouwelijke bloemen op dezelfde plant = éénhuizig (bijv. de hazelaar)
Mannelijke en vrouwelijke bloemen van dezelfde soort op verschillende plant = tweehuizig
(Bijv. mannelijke wilg, ernaast een vrouwelijke wilg)