Inhoudsopgave
TITEL IV – VERBINTENISSEN UIT ONRECHTMATIGE DAAD ................................................................ 2
HOOFDSTUK 1 – DE GRONDEN VAN AANSPRAKELIJKHEID VOOR ONRECHTMATIGE DAAD ..................................... 2
AFDELING 1 – INLEIDENDE BEGRIPPEN ............................................................................................................ 2
AFDELING 2 – PERSOONLIJKE AANSPRAKELIJKHEID ............................................................................................ 2
AFDELING 3 – KWALITATIEVE AANSPRAKELIJKHEID ............................................................................................ 4
HOOFDSTUK 4 – DE AANSPRAKELIJKHEIDSREGIMES ..................................................................................... 9
AFDELING 1 – BEGRIPSAFBAKENING ............................................................................................................... 9
AFDELING 2 – SAMENLOOP VAN AANSPRAKELIJKHEIDSREGIMES ......................................................................... 10
AFDELING 3 – CO-EXISTENTIE VAN CONTRACTUELE EN BUITENCONTRACTUELE AANSPRAKELIJKHEID ......................... 11
, Titel IV – Verbintenissen uit onrechtmatige daad
Hoofdstuk 1 – De gronden van aansprakelijkheid voor onrechtmatige daad
Afdeling 1 – Inleidende begrippen
Foutaansprakelijkheid, foutloze aansprakelijkheid en alternatieve vergoedingssystemen
• Foutaansprakelijkheid en foutloze aansprakelijkheid
o Gemeen recht: foutaansprakelijkheid - Art. 1382 BW: buitencontractuele
integrale schadevergoeding, ongeacht de zwaarte van de fout
o Bijzonder recht: objectieve / foutloze aansprakelijkheid: schadevergoeding
betalen zonder dat oorzakelijk verband fout-schade moet w aangetoond
§ Risicoaansprakelijkheid: “bepaalde band” tussen aangesprokene en
schade volstaat voor toerekenbaarheid
Persoonlijke en kwalitatieve aansprakelijkheid
• Persoonlijke aansprakelijkheid: voor de eigen foutieve gedraging – art. 1382-1383 BW
• Kwalitatieve aansprakelijkheid: van personen met een bep. hoedanigheid, voor de
schade veroorzaakt voor een persoon/zaak/dier waarvoor zij instaan
o Art. 1384, lid 1 BW
1. Gebrekkige zaken (lex generalis) Groen = weerlegbaar
vermoeden van fout
o Art. 1384, lid 2-4 BW
Blauw = onweerlegbaar
2. Ouders voor hun minderjarige kinderen vermoeden van fout
3. Aanstellers voor hun aangestelden
4. Onderwijzers en ambachtslieden voor hun leerlingen en leerjongens
• Contractuele aansprakelijkheid: ook aansprakelijk voor hulppersonen = algemeen
rechtsbeginsel
• Buitencontractuele aansprakelijkheid: art. 1384-1386 BW
Afdeling 2 – Persoonlijke aansprakelijkheid
Drie voorwaarden voor aansprakelijkheid
• Art. 1382-1383 BW è bewust foutieve daad, nalatigheid of onvoorzichtigheid
1. Fout
2. Schade
3. Oorzakelijk verband fout-schade
Twee bestanddelen van de fout
• Objectief bestanddeel: een onrechtmatig handelen of nalaten = de daad
o Schending van een specifieke rechtsnorm
§ Specifieke rechtsnorm die een bepaald gedrag oplegt of verbiedt = alle
materiële wetsbepalingen
§ Leidt autom. tot een fout è toetsing aan zorgvuldigheidsnorm niet
vereist tenzij:
• De rechtsnorm voor specifieke personen geldt en de persoon in
kwestie hier niet toe behoort: toch toetsen aan zvh.norm