Psychodiagnostiek:
Deel 1: Inleiding tot psychodiagnostiek:
1. Inleiding:
1.1. Omschrijving & belang:
Alledaags impliciet diagnosticeren: toekennen van oorzaken aan gedragingen of
verschijnselen (attributietheorie) IEDEREEN DOET HET ELKE DAG: media!!
o Probleem: leidt tot foutenbronnen = tekorten en vertekeningen
o Heuristiek: regel om sneller tot oplossing van probleem te komen
Vaak onbewust, impliciet, speculatieve oplossingsstrategieën
i.t.t algoritmen, zijn heuristieken strategieën die we leren gebruiken in
specifieke situaties die niet altijd een oplossing garanderen
bv: beschikbaarheidsheuristiek, gevoelsheuristiek, representativiteitsh.
=Beschikbaarheid omdat mensen makkelijker op woorden komen die ‘r’ als beginletter
hebben dan woorden met ‘r’ als 3e letter
Representativiteit: als we onvoldoende info hebben gaan we invullen a.d.h.v. schema’s
Beschikbaarheid: we gaan voor hetgeen kiezen dat ons het snelst aan de geest komt
- Bv: psycholoog gespecialiseerd in ADHD gaat sneller iemand met ADHD
diagnosticeren dan bv., autisme terwijl de symptomen bij beide patronen passen
Expliciete diagnostiek: diagnostiek volgens een model, wetenschappelijk
1.2. Geschiedenis:
Historische voorlopers:
- 2200v.C.: Ratrace: degene die wonnen: sollicitatie bij de keizer door selectie
o Persoonlijkheid getest
o Soldaten moesten uit een beek drinken: op knieën drinken/ recht blijven staan
o Rechtstaan was beter om de vijand snel te zien
, - 4de eeuw v.C.: Griekse typologieën: Hippocrates: PH door lichaamssappen
- 13de eeuw: schoolprestaties via examens: examens, toetsen, ….
- 16de eeuw: meten uitzonderlijke intelligentie: eerste poging door Huarte
- 19de eeuw: persoonlijkheid door uiterlijk: mooi mens= slimmer, frenologie: schedel
Maatschappelijke context:
1. Einde 19de eeuw: bevolkingsgroei, opkomst
wetenschap & biologie
1. Bijdrage aan hoe we aan diagnostiek doen:
1.1. Psychiatrie:
1. Salpêtriëre
- Zachte psychologische aanpak (<> wrede ‘behandelingen’ voor bezeten
patiënten)
- Open, vriendelijke relatie naar patiënt
- Doelgerichte activiteiten
- Correcte fysieke verzorging & voeding
- Diagnostiek obv observatie en onderzoek
- Kennis bij personeel door training
- Examenvraag: wat bracht Salpetriëre bij aan de diagnostiek?
2. Esquirol:
- Zwakzinnigheid = permanent, ongeneeslijk
- Psychiatrische stoornis:
o kan ontstaan op latere leeftijd
o kan verbeteren
3. Séguin (student Esquirol)
- zwakzinnigheid = veranderlijk door zenuwstelsel te stimuleren, trainen & versterken
- Trainingsmethode:
o Training van zwakzinnige kinderen, Focus op motorische en sensorische
, 4. Kraepelin:
- Eerste classificatie in de psychiatrie:
o Symptoomcluster met verloop van ziekte, oorzaak en afloop (o.a. manisch-
depressie & dementia-precox, Alzheimer...)
o Nadruk op fysiologische oorzaak
o Test en meting noodzakelijk om psychiatrische stoornissen te onderscheiden
testontwikkeling van persoonlijkheidsstoornissen
Examenvraag: geef chronologisch de belangrijkste maatschappelijke contexten:
Deel 1: Inleiding tot psychodiagnostiek:
1. Inleiding:
1.1. Omschrijving & belang:
Alledaags impliciet diagnosticeren: toekennen van oorzaken aan gedragingen of
verschijnselen (attributietheorie) IEDEREEN DOET HET ELKE DAG: media!!
o Probleem: leidt tot foutenbronnen = tekorten en vertekeningen
o Heuristiek: regel om sneller tot oplossing van probleem te komen
Vaak onbewust, impliciet, speculatieve oplossingsstrategieën
i.t.t algoritmen, zijn heuristieken strategieën die we leren gebruiken in
specifieke situaties die niet altijd een oplossing garanderen
bv: beschikbaarheidsheuristiek, gevoelsheuristiek, representativiteitsh.
=Beschikbaarheid omdat mensen makkelijker op woorden komen die ‘r’ als beginletter
hebben dan woorden met ‘r’ als 3e letter
Representativiteit: als we onvoldoende info hebben gaan we invullen a.d.h.v. schema’s
Beschikbaarheid: we gaan voor hetgeen kiezen dat ons het snelst aan de geest komt
- Bv: psycholoog gespecialiseerd in ADHD gaat sneller iemand met ADHD
diagnosticeren dan bv., autisme terwijl de symptomen bij beide patronen passen
Expliciete diagnostiek: diagnostiek volgens een model, wetenschappelijk
1.2. Geschiedenis:
Historische voorlopers:
- 2200v.C.: Ratrace: degene die wonnen: sollicitatie bij de keizer door selectie
o Persoonlijkheid getest
o Soldaten moesten uit een beek drinken: op knieën drinken/ recht blijven staan
o Rechtstaan was beter om de vijand snel te zien
, - 4de eeuw v.C.: Griekse typologieën: Hippocrates: PH door lichaamssappen
- 13de eeuw: schoolprestaties via examens: examens, toetsen, ….
- 16de eeuw: meten uitzonderlijke intelligentie: eerste poging door Huarte
- 19de eeuw: persoonlijkheid door uiterlijk: mooi mens= slimmer, frenologie: schedel
Maatschappelijke context:
1. Einde 19de eeuw: bevolkingsgroei, opkomst
wetenschap & biologie
1. Bijdrage aan hoe we aan diagnostiek doen:
1.1. Psychiatrie:
1. Salpêtriëre
- Zachte psychologische aanpak (<> wrede ‘behandelingen’ voor bezeten
patiënten)
- Open, vriendelijke relatie naar patiënt
- Doelgerichte activiteiten
- Correcte fysieke verzorging & voeding
- Diagnostiek obv observatie en onderzoek
- Kennis bij personeel door training
- Examenvraag: wat bracht Salpetriëre bij aan de diagnostiek?
2. Esquirol:
- Zwakzinnigheid = permanent, ongeneeslijk
- Psychiatrische stoornis:
o kan ontstaan op latere leeftijd
o kan verbeteren
3. Séguin (student Esquirol)
- zwakzinnigheid = veranderlijk door zenuwstelsel te stimuleren, trainen & versterken
- Trainingsmethode:
o Training van zwakzinnige kinderen, Focus op motorische en sensorische
, 4. Kraepelin:
- Eerste classificatie in de psychiatrie:
o Symptoomcluster met verloop van ziekte, oorzaak en afloop (o.a. manisch-
depressie & dementia-precox, Alzheimer...)
o Nadruk op fysiologische oorzaak
o Test en meting noodzakelijk om psychiatrische stoornissen te onderscheiden
testontwikkeling van persoonlijkheidsstoornissen
Examenvraag: geef chronologisch de belangrijkste maatschappelijke contexten: