Taal en
meertaligheid
Wat is taal?
Definitie. Taal wordt gebruikt voor algemene communicatie. Jargon wordt
aangepast aan het onderwerp. Deze zijn ook onderdeel van de natuurlijke taal als
geheel en maken tot op zeer grote hoogte gebruik van dezelfde identieke
grammatica.
Taal heeft ook een bepaalde structuur
- Je moet voldoen aan regels. Tussen verschillende talen hebben we vaak
een gemeenschappelijke basis grammatcia
Universele eigenschappen van talen = universalia
Talen
- Bestaan uit elementen namelijk ( klanken en gebarentaal). Uit deze
elementen worden er grotere eenheden opgebouwd namelijk een woord.
Deze worden gecombineerd om zinnen te vormen
- Dubbele articulatie ( woorden die los een bepaalde betekenis hebben
maar samen een complexere boodschap.
- Een taal heeft klinker en medeklinkers
- Heeft een manier op complexe zinnen te maken.
- Taalgebruikers kunnen ontkennende, vragende en bevelende zaken
doorgeven.
- Worrden verworven door interactie met de omgeving en van generatie tot
generatie doorgegeven
- Het aantal klanken in gelimiteerd van een taal ( skj bestaat niet in het
nederlands)
- Taal is ook arbitair ( livre – book – boek)
- Taal is generatief: woorden, letters kunnen een oneindig aantal zinnen
maken.
Andere talen
( bijvoorbeeld de taal van de mensen en dierentaal)
- Menselijke taal is creatief: mensen maken regels en vinden steeds nieuwe
dingen uit
- We zijn interactief ( we stemmen ons gebruik af op onze tegenspeler)
- Spontaan: we kunnen elk moment over iets beginnen praten
- Onafhankelijk van het hier en nu
- Mensentaal is willekeurig of arbitair.
Onomatopeeën = uitzonderingen op willekeurigheid ( klanknaabottsende
woorden zoals tjilpen. In andere dierentalen is taal wel arbitrair.
meertaligheid
Wat is taal?
Definitie. Taal wordt gebruikt voor algemene communicatie. Jargon wordt
aangepast aan het onderwerp. Deze zijn ook onderdeel van de natuurlijke taal als
geheel en maken tot op zeer grote hoogte gebruik van dezelfde identieke
grammatica.
Taal heeft ook een bepaalde structuur
- Je moet voldoen aan regels. Tussen verschillende talen hebben we vaak
een gemeenschappelijke basis grammatcia
Universele eigenschappen van talen = universalia
Talen
- Bestaan uit elementen namelijk ( klanken en gebarentaal). Uit deze
elementen worden er grotere eenheden opgebouwd namelijk een woord.
Deze worden gecombineerd om zinnen te vormen
- Dubbele articulatie ( woorden die los een bepaalde betekenis hebben
maar samen een complexere boodschap.
- Een taal heeft klinker en medeklinkers
- Heeft een manier op complexe zinnen te maken.
- Taalgebruikers kunnen ontkennende, vragende en bevelende zaken
doorgeven.
- Worrden verworven door interactie met de omgeving en van generatie tot
generatie doorgegeven
- Het aantal klanken in gelimiteerd van een taal ( skj bestaat niet in het
nederlands)
- Taal is ook arbitair ( livre – book – boek)
- Taal is generatief: woorden, letters kunnen een oneindig aantal zinnen
maken.
Andere talen
( bijvoorbeeld de taal van de mensen en dierentaal)
- Menselijke taal is creatief: mensen maken regels en vinden steeds nieuwe
dingen uit
- We zijn interactief ( we stemmen ons gebruik af op onze tegenspeler)
- Spontaan: we kunnen elk moment over iets beginnen praten
- Onafhankelijk van het hier en nu
- Mensentaal is willekeurig of arbitair.
Onomatopeeën = uitzonderingen op willekeurigheid ( klanknaabottsende
woorden zoals tjilpen. In andere dierentalen is taal wel arbitrair.