3) Analyse van het
producentgedrag
1) De bepaling van de optimale productiegrootte
Doel van de onderneming: winst
o Ook: vergroten marktaandeel, verwerven van macht, invoeren, dienstverlening
o Deze zijn vaak in)direct gekoppeld aan winst
Keuzeprobleem
o Hoe kan ik die hoeveelheid zodanig dat mijn winst maximaal is
Winst= opbrengsten – kosten
Totale opbrengst = hoeveelheid (Q) * Prijs (P) – Totale kosten
TK = ingezette vergoeding * vergoeding (prijs)
Vaste kosten (pand, machines, …) en variabele kosten (zout,
amandelen, …)
o Wat is de ideale aantal repen chocolade?
Productie
o Al uw productiefactoren (natuur, arbeid en kapitaal) en output
o Formule productiviteit (alles wat je produceert delen door alles wat je erin steekt)
Liefst zoveel mogelijk productie met zo weinig mogelijk input
o Kapitaal = vaste kosten (machines, gebouwen, vrachtwagens
Kortetermijnproductiefunctie (op korte termijn liggen deze kosten vast)
o Langetermijnproductiefunctie
Alles is variabel
o Assumpties
De producent wilt max winst
Hij leeft in een wereld van volkomen concurrentie
Focus op korte termijn
o De wet van de toe- en afnemende meeropbrengst (kapitaal is de beperkende factor)
1 persoon
Geen specialisatie mogelijk
Productiviteit laag
Meerdere personen
Specialisatie mogelijk
Productiviteit te laag
Te veel personen
Lopen elkaar in de weg
Productiviteit neemt opnieuw af
!!! Kortetermijnproductiefunctie !!!
Boek p55, tabel op ppt
GP= gemiddelde productiviteit= Totaal productie delen door aantal
arbeidskrachten
MP= Marginale (kleine wijziging) productie= wijziging TP delen door
wijziging in arbeid
Kijken naar het marginaal product om te zien of er af- of
toenemende meeropbrengsten zijn
, Grafiek
Als uw rode lijn boven de blauwe ligt, dan stijgt de blauwe
Als de rode lijn onder de blauwe ligt, daalt de blauwe
Snijpunt van de rode en de blauwe lijn is het maximale productie per
arbeider
Ervaringsregel
Herhaling in woorden
Oefeningen
o Oefening 1 in bundel
Bij grafiek: gemiddelde begint in 1
Marginale begit in 0.5
producentgedrag
1) De bepaling van de optimale productiegrootte
Doel van de onderneming: winst
o Ook: vergroten marktaandeel, verwerven van macht, invoeren, dienstverlening
o Deze zijn vaak in)direct gekoppeld aan winst
Keuzeprobleem
o Hoe kan ik die hoeveelheid zodanig dat mijn winst maximaal is
Winst= opbrengsten – kosten
Totale opbrengst = hoeveelheid (Q) * Prijs (P) – Totale kosten
TK = ingezette vergoeding * vergoeding (prijs)
Vaste kosten (pand, machines, …) en variabele kosten (zout,
amandelen, …)
o Wat is de ideale aantal repen chocolade?
Productie
o Al uw productiefactoren (natuur, arbeid en kapitaal) en output
o Formule productiviteit (alles wat je produceert delen door alles wat je erin steekt)
Liefst zoveel mogelijk productie met zo weinig mogelijk input
o Kapitaal = vaste kosten (machines, gebouwen, vrachtwagens
Kortetermijnproductiefunctie (op korte termijn liggen deze kosten vast)
o Langetermijnproductiefunctie
Alles is variabel
o Assumpties
De producent wilt max winst
Hij leeft in een wereld van volkomen concurrentie
Focus op korte termijn
o De wet van de toe- en afnemende meeropbrengst (kapitaal is de beperkende factor)
1 persoon
Geen specialisatie mogelijk
Productiviteit laag
Meerdere personen
Specialisatie mogelijk
Productiviteit te laag
Te veel personen
Lopen elkaar in de weg
Productiviteit neemt opnieuw af
!!! Kortetermijnproductiefunctie !!!
Boek p55, tabel op ppt
GP= gemiddelde productiviteit= Totaal productie delen door aantal
arbeidskrachten
MP= Marginale (kleine wijziging) productie= wijziging TP delen door
wijziging in arbeid
Kijken naar het marginaal product om te zien of er af- of
toenemende meeropbrengsten zijn
, Grafiek
Als uw rode lijn boven de blauwe ligt, dan stijgt de blauwe
Als de rode lijn onder de blauwe ligt, daalt de blauwe
Snijpunt van de rode en de blauwe lijn is het maximale productie per
arbeider
Ervaringsregel
Herhaling in woorden
Oefeningen
o Oefening 1 in bundel
Bij grafiek: gemiddelde begint in 1
Marginale begit in 0.5