De weg die een voedselbrok aflegt van mond tot kont is;
1. Mondholte
2. Keelholte – Farynx
3. Slokdarm – Oesophagus
4. Middenrif – Diafragma
5. Maag – Ventriculus
6. 12 vingerige darm – duodenum
7. Nuchtere darm – Jejunum
8. Kronkeldarm – Ileum
9. Wormvormig aanhangsel – Appendix
10. Blinde darm – Appendix
11. Dikke darm, opstijgend – Colon ascendens
12. Dikke darm, dwars – Colon transversum
13. Dikke darm, dalend – Colon descendens
14. Dikke darm, S-vorm – Colon sigmoideum
15. Endeldarm – Colon rectalis
,1. Mondholte
In de mondholte begint de spijsvertering. Het is een multifunctioneel orgaan. De holte is
bekleed met slijmvlies en bestaat uit niet-verhoornend plaveiselepitheel. Het dak van de
mondholte is het gehemelte; palatum. Het voorste gedeelte is het harde gehemelte;
palatum durum. Het achterste gedeelte is het zachte gehemelte; palatum Molle. Het
palatum Molle bestaat voornamelijk uit spierweefsel. Aan de achterkant van je mond lopen
de gehemeltebogen; Farynxbogen. Tussen deze bogen liggen de keelamandelen.
Helemaal achterin de mond ligt de huig; uvula.
In de wangen en in de lippen; Labiae zitten dwarsgestreepte spieren.
Functies mondholte;
- Voedsel betasten
- Voedsel verkleinen en verscheuren
- Voedsel vermengen met speeksel en slijm
- Voedsel gedeeltelijk verteren
- Voedsel doorslikken
- Speelt grote rol bij het spreken
- Zorgt dat je kan proeven.
Voedselbewerking in de mondholte;
- Kauwspieren; sterke spieren. Het kauwen is een ritmische beweging van de
mandibula ten opzichte van de Maxilla.
- Gebit; Tanden en kiezen samen. Bestaat uit de Maxilla en de Mandibula. Deze zijn
hoefijzervormig en passen op elkaar. Een volledig gebit bestaat uit 32 tanden en
kiezen. Elke kwadrant heeft 2 snijtanden, 1 hoektand, 2 valse kiezen en 3 ware
kiezen. Op latere leeftijd krijgt elk kwadrant nog een verstandskies. Het zichtbare
deel van de tand en kies noem je de kroon, deze is bedekt met tandglazuur.
Daaronder hebben de tanden 1 wortel en de kiezen 2 tot 4 wortels.
- Speekselklieren; De oorspeekselklier, onderkaakspeekselklier en de
ondertongspeekselklier.
- Tong; Lingua; is een dwarsgestreepte spier. Tussen je tong en de mondbodem zit de
tongriem. Aan de achterkant zit de tong vast aan het tongbeen. Op de lingua zit op
het einde de tongamandel. Bevat ook veel smaakpapillen, deze bevatten de
smaakreceptoren; hier kun je mee proeven.
Functies lingua; Het voedsel vermengen met speeksel, voedselonderzoeken,
temperatuur voelen, proeven, spreken, reinigen gebit en voor seksuele activiteiten.
, 2. De keelholte; Farynx;
De Farynx is en buisvormige ruimte die vanaf de neusholte tot aan het strottenhoofd loopt.
Het is de doorgang voor voedsel, ingeademde lucht en uitgeademde lucht.
Verbinding farynx;
- Neusholte
- Mondholte
- Oesophagus
- Strottenhoofd; Glottis
- Buis van Eustachius
Wand van de farynx; De wand bestaat uit niet-verhoornend meerlagig plaveiselepitheel met
daar onder dwarsgestreepte spieren.
Functie van de farynx; De enige functie van de farynx voor het spijsverteringsstelsel is het
laten passeren van de voedselbrok naar de oesophagus.