100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting H8: 10voorbiologie

Rating
-
Sold
1
Pages
18
Uploaded on
07-07-2021
Written in
2020/2021

Het gaat over heel hoofdstuk 8 en heeft 18 pagina's inclusief plaatsjes

Level
Course

Content preview

8.1

Cellen hebben behalve glucose ook zuurstof nodig en nog andere stoffen voor hun
stofwisseling. Ze produceren afvalstoffen. Er moet dan ook een constante aan- en
afvoer van stoffen plaatsvinden.

Een constant inwendig milieu rondom de cellen is nodig voor het goed functioneren
van de lichaamscellen.
Constante inwendig milieu:
1. Juiste osmotische waarde.= zodat de cellen niet te veel krimpen of uitzetten.
2. Zuurgraad en temperatuur optimaal.= enzymen goed werken

Het handhaven van een constant inwendig milieu noem je homeostase.

Buiten je lichaam, in het uitwendige milieu, zijn de omstandigheden allesbehalve
constant. Dagelijks wisselt de temperatuur om je heen. Het uitwendige milieu is voor
de cellen een storende factor. De organen in het lichaam zorgen daarvoor.

Door je eigen lichamelijke activiteiten wordt ook steeds het inwendige milieu rondom
de cellen verstoord. Als je heel actief bent, hebben de cellen zuurstof en glucose
nodig en dalen de zuurstof- en glucoseconcentraties rondom de cellen.

Je organen werken samen om verstoringen geen invloed te laten hebben op de
cellen

,8.2
In het systeem neemt de bloedsomloop een bijzondere positie in.

1= Het bloed wordt rondgepompt en komt langs de ademhalingsorganen. Daar wordt
zuurstof opgenomen in het bloed, terwijl koolstofdioxide het bloed verlaat.
2= Uit het verteringsstelsel neemt het bloed voedingsstoffen op.
3= De uitscheidingsorganen filteren afvalstoffen uit het bloed. In figuur 1 zie je dit
schematisch weergegeven.




Rondom de cellen zit weefselvocht. Het weefselvocht is een soort 'intermediair'
tussen de cellen van de organen en het bloed. Hierin vindt de meeste uitwisseling
van stoffen plaats.

bloed---->weefselvocht----->cellen
bloed←----weefselvocht<-----cellen

De stoffen gaan vanuit het bloed naar het weefselvocht en vanuit het weefselvocht
naar de cellen.

Het regelsysteem houdt via verschillende inwendige receptoren in de gaten of er
ernstige verstoringen van het inwendig milieu plaatsvinden. Als dat zo is, krijgen de
orgaanstelsels signalen om het evenwicht te herstellen.

Het bloed transporteert o.a. zuurstof en voedingsstoffen, koolstofdioxide en
afvalstoffen. In het bloed zitten ook hormonen en antistoffen.

Hormonen zorgen voor het onderling contact tussen de organen, zij werken als
boodschappers.

Antistoffen beschermen tegen ziekteverwekkers.




8.3

, Bloed:

Bloed is een vloeibaar, enigszins stroperig weefsel. Het bestaat uit bloedcellen die in een
waterige vloeistof zweven.

Bloed bestaat uit 55% bloedplasma en 45% uit bloedcellen.

Bloedplasma:
Het belangrijkste bestanddeel van bloedplasma is water (90%). Daarin zijn allerlei
zouten opgelost. Zouten zorgen ervoor dat het bloed de juiste zuurgraad heeft (pH =
7,4) en de juiste osmotische waarde (= 0,9% keukenzout-oplossing). Zowel de
constante zuurgraad als de constante osmotische waarde zijn van groot belang voor
de cellen. Zij kunnen anders niet goed functioneren.




Wat zit er in het bloedplasma:
1. Koolstofdioxide die na de verbranding in de cellen vrijkomt, is in opgeloste
vorm in het bloedplasma aanwezig. In de longen wordt het weer gasvormig en
kan dan het lichaam uit.


2. Er zit ook een kleine hoeveelheid zuurstof in het bloedplasma (de meeste
zuurstof wordt in de rode bloedcellen vervoerd). Bij de gaswisseling in de
longen gaat het stikstofgas dat in de lucht zit gewoon mee het bloed in. Het zit
dus ook in het bloedplasma. Het gas wordt in het lichaam niet gebruikt en
steeds weer mee uitgeademd.

3. In het bloedplasma zitten de zogeheten bloedeiwitten. Er zijn veel
verschillende bloedeiwitten. Sommige van deze eiwitten hebben een
transportfunctie. Andere hebben een functie bij de bloedstolling, zoals
fibrinogeen. Ook de antistoffen tegen ziekteverwekkers zijn eiwitten in het
bloedplasma.

4. Het bloedplasma bevat ook hormonen die door hormoonklieren afgegeven
zijn en naar andere plaatsen in het lichaam vervoerd moeten worden om daar
processen te beïnvloeden.

5. Tot slot zitten er in bloedplasma afvalstoffen en de uit het voedsel opgenomen
stoffen: glucose, aminozuren, vetzuren en vitamines.

Written for

Institution
Secondary school
Level
Course
School year
3

Document information

Uploaded on
July 7, 2021
Number of pages
18
Written in
2020/2021
Type
SUMMARY

Subjects

$6.48
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached


Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
juliusmolen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
21
Member since
4 year
Number of followers
11
Documents
6
Last sold
3 months ago

4.3

6 reviews

5
3
4
2
3
1
2
0
1
0

Trending documents

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions