samenvatting colleges en tentamenstof leerkracht 2
0 view 0 purchase
Course
Leerkracht 2
Institution
Hogeschool Marnix Academie (Marnix Aca)
In dit document staat eerst de voorbereiding op het college waarin ik de tentamenstof heb samengevat. Vervolgens staan de aantekeningen die ik tijdens de colleges heb gemaakt eronder. Zo ziet ieder college eruit. Het document is uiteraard geordend per college.
Hoofdstuk 1 – De pedagogische opdracht van het onderwijs
1.2 De pedagogische opdracht van de basisschool
De inrichting en keuzes van de school zeggen iets over de pedagogische opdracht.
Pedagogie= letterlijk kind leiden/begeleiden
Discussie over welke rol de basisschool speelt in de opvoeding, spitste zich op 3 aspecten:
° De taak van de school de leerlingen voor te bereiden op het leven in een democratische samenleving
° De relatie tussen onderwijs en levensbeschouwing
° De manier waarop volwassenen en kinderen in de school met elkaar omgaan
Menswording heeft te maken met het worden van meeloper en dwarsligger. Om zo een betrokken, sociale
volwassene te worden.
De ouders zijn de natuurlijke opvoeders.
De school verzorgt in de opdracht van de ouders.
Onder het handelen van de leerkrachten liggen zijn pedagogische opvattingen, normen en waarden.
1.6 Over opvoeding gesproken
1.6.1 Wat is opvoeden?
Ieder kind is uniek, het is de taak van de opvoeder om dit tot zijn recht te laten komen.
Volwassen worden is een doorlopend proces waarin je jezelf in de wereld leert zien.
Volgens Biesta moet een opvoeder een kind soms onderbreken om ze te laten nadenken over wenselijkheid,
gevolgen en effecten.
Het kind kiest dan niet altijd waar jij hem heen leidt, dat is ‘het prachtige risico van onderwijs’.
Opvoeden= het begeleiden van kinderen op weg naar hun menswording.
Je kan het onderscheiden in:
- het kind dat iets leert, ervaring opdoet
- de opvoeder die invloed uitoefent
Je kan niet een volwaardig mens worden als er geen sprake is van opvoeding.
Pedagoog Langeveld onderscheidt in het geheel van de opvoeding:
- het opvoeden als het handelen dat bewust worden verricht om een opvoedingsdoel te bereiken
- het actief deelnemen van de opvoeding
- de omgang
- het milieu
Er is sprake van opvoeden, wanneer de opvoeder bewust met het oog op een doel een opvoedingsmiddel
hanteert.
De opvoeder handelt zelf bewust, maar voor het kind moet het zo ongemerkt mogelijk zijn.
Er is sprake van een natuurlijke verhouding tussen opvoeder en kind.
Opvoedingsrelatie, neemt de leerling wel aan dat de leerkracht hem iets wilt leren. Als de leerling het niet
aanneemt van de opvoeder is er geen sprake van een opvoedingsrelatie.
,Noodzakelijk in een opvoedingssituatie is dat er sprake is van een relatie tussen opvoeder en kind, waarbij de
opvoeder vertrouwen heeft in het kind en omgekeerd. Vertrouwen is een belangrijke voorwaarde.
Gezag speelt ook een belangrijke rol in de opvoeding. Gezag heeft in de opvoeding vooral te maken met ‘elkaar
iets te zeggen hebben’, maar ook ‘iets te zeggen over’. Gezag heb je niet maar je moet het verwerven.
Het kind moet het gezag aanvaarden anders spreken we van macht.
Ouders = de verantwoordelijke opvoeders & natuurlijke opvoeders van het kind.
Leerkracht = beroepsopvoeder
De leerkracht heeft de verantwoordelijkheid om de eigenheid van het kind te erkennen en te waarborgen.
Hiervoor is een onderzoekende houding nodig.
Eerst handelt de opvoeder plaatsvervangend voor het kind met het oog op zijn toekomst.
Gaandeweg neemt het gezag af en neemt de eigen verantwoordelijkheid van het kind toe.
Een belangrijk aspect van opvoeden is het inleiden van betekenissen. Het kind moet worden ingeleid met de
betekenissen die de mens heeft ontwikkeld.
Betekenissysteem, verschilt per cultuur.
1.6.2 Führen oder Wachsen-lassen: enkele opvattingen over opvoeding
Führen= het kind moet leren van anderen. Het moet geleid worden.
Wachsen-lassen= het kind ontwikkelt zich vanzelf. Natuurlijke ontwikkeling. Rijpingsprocessen.
De natuurlijke ontwikkeling lag gepaard met gevoelige perioden, waarin het kind in die periode sneller dingen
oppakt.
Führen ß à Wachsen-lassen
Cultuur-historisch mensbeeld Naturalisch mensbeeld
Leren van anderen/ leren dankzij omgeving Aanleg belangrijk
Ontwikkeling gaat via gestuurd leren Natuurlijke ontwikkeling van het kind/ leren gaat vanzelf
Gedifferentieerde ontwikkeling Lineaire ontwikkeling
De zone der naaste ontwikkeling= een kind kan morgen dingen die het vandaag met behulp van een volwassene
moet doen. Je leert kinderen dingen waar ze interesse in hebben en klaar voor zijn.
Opvoeden heeft:
- intentioneel karakter; een opzettelijke bedoeling om op te voeden
- functioneel karakter; onbedoeld opvoeden
Opvoeden:
• het gaat over het doel van opvoeden
• er is geen verschil tussen opvoeden en onderwijzen
1.6.3 Opvoedingsmiddelen
Opvoedingsmiddelen worden door de opvoeder bewust gehanteerd met het oog op een doel.
Opvoedingsfactoren horen bij de omgang en het milieu; ze zijn dus niet door de opvoeder gekozen maar hebben
wel invloed.
,Enkele opvoedingsmiddelen zijn:
- Goedkeuring/beloning:
Het effect hiervan is afhankelijk van het pedagogisch klimaat.
- Gebod/verbod:
Hierdoor maak je de regels duidelijk. Kinderen weten wat er verlangd word van hen.
- Allerlei middelen om de zelfstandigheid te bevorderen:
Het geven van opdrachten of aanwijzingen, het geven van voorbeelden die het kind in staat stellen zelf iets te
doen.
- Straf:
Vanuit veiligheidsoverwegingen wordt er straf gegeven.
Andere geven geen straf omdat zij vinden dat dit de relatie tussen opvoeder en kind beïnvloeden.
Er zijn dus verschillende visies op straf geven.
De leerkracht moet wel laten merken dat hij straf geven niet leuk vindt.
7.2 Het pedagogisch klimaat
7.2.1 Opvattingen
Het montessori onderwijs gaat ervanuit dat het kind van nature een drang heeft om te leren.
Het kind geeft zelf aan wanneer het toe is aan leren.
De natuurlijke ontwikkeling gaat haar eigen gang en de opvoeder moet het natuurlijke proces respecteren en
begeleiden.
Het pedagogische klimaat gaat dan ook gekenmerkt met veel vrijheid voor de leerlingen en een terughoudende
leerkracht.
Pavlov (Behaviorisme) gaat juist uit van het tegenovergestelde.
Mensen reageren op prikkels en als je de reactie van mensen beloont of bestraft kun je hun gedrag beïnvloeden.
De omgeving is bepalend voor datgene wat een kind leert.
De leerkracht heeft een grote invloed op het kind.
De leraar-opvoeder leidt het kind via opdrachten, uitdagingen en uitleg naar een hoger niveau.
Vygotsky, gaat er vanuit dat beide aspecten belangrijk zijn: de natuurlijke ontwikkeling en de beïnvloeding door
de omgeving.
Vygotsky noemt dit onderwijs in de zon van de naaste ontwikkeling.
Het pedagogisch klimaat wordt gekenmerkt aan een sfeer die gericht is op leren en ontdekkingen doen.
Maslow, stelt dat veiligheid een basisbehoefte is van de mens.
Een kind dat zich in een veilige omgeving bevindt experimenteert en leert meer dan een kind dat bang is.
Het pedagogisch klimaat wordt gekenmerkt door veel aandacht voor het welzijn van het kind.
Bij het inrichten van een goede leeromgeving is het van belang dat de volgende aspecten gewaarborgd worden:
- veilige sfeer
- pedagogisch handelen; de interventies (vragen stellen, discussies aangaan) van de leerkracht doen er toe.
- de leraar is pedagoog
- persoonlijkheid
7.2.2 Opvoedingsstijlen
Een opvoedingsstijl is een overheersend patroon aan gewoonten dat een opvoeder gebruik in interactie met de
kinderen.
, Er zijn 4 opvoedingsstijlen:
1. Autoritaire opvoedingsstijl
Opvoeders die dingen zelf graag in de hand houden en redelijk snel straffen als regels worden overschreden.
Kinderen moeten niet te veel ruimte hebben.
2. Laissez-faire
Hierbij bepalen kinderen in hoge mate zelf wat er gebeurt. Zowel opvoeder als kind is met eigen dingen bezig.
Deze opvoedingsstijl hangt tegen verwaarlozing aan.
3. Democratische/autoritatieve opvoedingsstijl
Deze opvoedingsstijl geeft ruimte aan de mening en ideeën van de kinderen, maar ook geldt het principe dat zij
van volwassenen leren.
Deze opvoeder vraagt zich af: ‘Worden de afspraken wel nagekomen, loopt het kind geen risico bij het maken van
eigen keuzes?’
4. Permissieve opvoedingsstijl
Ook wel de onverschillige stijl genoemd, waarbij een grote acceptatie gepaard gaat met gebrek aan controle over
en interesse in het gedrag van het kind.
Ouders weten niet waar de kinderen zijn en wat ze doen en alles wordt al gauw goed gevonden.
Communicatie bestaat uit:
- Actief luisteren
- Gevoelens van het kind herkennen, benoemen en accepteren
- De ik-boodschap inzetten bij onacceptabel gedrag
Je zou kunnen zeggen dat het pedagogisch klimaat het totaal aan bewust gecreëerde en aanwezige
omgevingsfactoren is die inspelen op het welbevinden van kinderen en die de voorwaarde zijn voor hun
ontwikkeling en vermogen om te leren.
Opvoeden= het bewust hanteren van middelen om het kind te begeleiden op weg nar de volwassenheid.
opvoeding= is veel breder, want in de opvoeding werken allerlei factoren in op het kind.
Door het kind zoveel mogelijk positieve ervaringen laat opdoen met situaties groeit het zelfvertrouwen.
Een goed pedagogisch klimaat is ook een voorwaarde voor een positief en uitdagend leerklimaat.
Bijlage 1: Het goede doen, ook in de ogen van de leerlingen
Pedagogische ogenblikken: zijn momenten waarin de leraar in een ‘split second’ een beslissing moet nemen. De
leerkrachten moeten gelijk weten wat ze wel en juist niet moeten doen.
Pedagogische Tact= Het fenomeen waarin zichtbaar en voelbaar is dat de leerkracht op het goede moment de
goede dingen doet en zegt, ook in de ogen van de kinderen.
3 psychologische basisbehoeften:
1. Relatie; het gevoel dat het kind erbij hoort
2. Competentie; vertrouwen in eigen kunnen
3. Autonomie; controle en sturing
De 3 psychologische basisbehoeften samen is ook wel de interactie.
De kwaliteit van het pedagogische klimaat hangt af van het handelen naar de behoefte van de kinderen op ieder
moment.
De pedagogische tact bepaalt de kwaliteit van de inteeractie en daarmee de kwaliteit van de school.
The benefits of buying summaries with Stuvia:
Guaranteed quality through customer reviews
Stuvia customers have reviewed more than 700,000 summaries. This how you know that you are buying the best documents.
Quick and easy check-out
You can quickly pay through credit card or Stuvia-credit for the summaries. There is no membership needed.
Focus on what matters
Your fellow students write the study notes themselves, which is why the documents are always reliable and up-to-date. This ensures you quickly get to the core!
Frequently asked questions
What do I get when I buy this document?
You get a PDF, available immediately after your purchase. The purchased document is accessible anytime, anywhere and indefinitely through your profile.
Satisfaction guarantee: how does it work?
Our satisfaction guarantee ensures that you always find a study document that suits you well. You fill out a form, and our customer service team takes care of the rest.
Who am I buying these notes from?
Stuvia is a marketplace, so you are not buying this document from us, but from seller daniquevanderwerf. Stuvia facilitates payment to the seller.
Will I be stuck with a subscription?
No, you only buy these notes for $8.07. You're not tied to anything after your purchase.