100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting van responsiecolleges (heel kort)

Rating
-
Sold
-
Pages
7
Uploaded on
02-09-2021
Written in
2019/2020

Samenvatting van 7 pagina's voor het vak De Mens 2 aan de HAN (/)

Institution
Course

Content preview

De mens 2 samenvatting en responsie college

LIPIDEN
Verzadigde en onverzadigde vetzuren hadden een algemene formule: C nH2n+1COOH. Het kon
verzadigd en onverzadigd zijn. Dit kon je zien aan de algemene formule en aan de naamgeving:
- ….aanzuur
- ….eenzuur
- ….dieenzuur
- ….trieenzuur
Bijvoorbeeld voraag  wat is de formule van een dieenzuur met C3  C3H3COOH (want 4 H weg).




Dit schema ook kennen alleen bij afgeleide
hoef je alleen te weten wat eronder valt.
Enkelvoudige lipiden zijn een glycerol met een vetzuur  te herkennen aan esterbinding. Bij wassen
zag je niet een alohol maar veel langer dan glycerol en veel langere vetzuren.
De samengestelde: (bij beide kon je als basis een glycerol of sphingosine)
- Fosfolipiden: Vetzuren en een fosfaatgroep
- Glycolipiden: vetzuren en een suikergroep
Sphingomyeline is dezelfde naam als fosfosphingosine alleen het bevind zich dan in de celmembraan
en wordt dan dus zo genoemd.
Bij de samengestelde moet je dus deze onderscheidingen kunnen maken:
- Fosfoglyceriden/fosfosphingolipiden
- Glycoglyceriden/glycosphingolipiden

DISSIMILATIE
- Stap 1: Glycolyse
Energy investment phase  2 ATP nodig om reactie op gang te brengen
Splitsing
Energy payoff phase  4 ATP vrij


 2 atp maar omdat ze
tegen elkaar zijn weggestreept.
Glucose gaat erin dus  en er blijft 2 pyrodruivenzuur over wat naar
de alcoholgisting of melkzuurgisting of citroenzuurcyclys en oxidatieve
fosfolyering gaat. (hangt dus van zuurstof af)

- Als het naar de citroenzuurcyclus gaat  Hier is eerst
decarboxalyering en ontstaat er een NADH groep. In de cyclus
ontstaan nog eens 1 FADH groep, 3 NADH en een GTP (is zelfde als
ATP). 1 glucose gaf 2 pyroduivenzuur dus deze cyclyus 2 x doorlopen.
Uiteindelijk dus 8NADH, 2 FADH2 en 2 GTP.
- Na de citroenzuurcyclus gaan we naar de oxidatieve foforyelering. We hebben in totaal dus
van de glycolyse  2 ATP en 2 NADH. En van citroenzuurcyclys zie hierboven

, Hier kun je mee rekenen:
- 1 NADH levert 2,5 ATP
- 1 FADH2 levert 1,5 ATP
Voor glucolyse levert dit dus 7 ATP op MAAR om NADH om te zetten naar ATP kost dit 1 ATP per
NADH want moet vervoert worden naar mitochondriën. Dus bruto 7 en netto 5 ATP.
Voor de citroenzuurcyclys is dit: 2 + 3 + 20 = 25 ATP. Dit wordt al in mitochondriën gevormd en heeft
dus geen aftrek.

Als er geen zuurstof is, komt er gisting/fermentatie. Met 2 verschillende mogelijkheden, bij beide
wordt de NADH uit de glycolyse gebruikt en wordt NAD zodat we weer opnieuw de glycolyse in
kunnen. Hier wordt dus niet alle energie omgezet in ATP, maar het is wel snel. Zo krijg je dus snel
nieuwe energie:
- Alcoholgisting. 2 pyrodruivenzuur (2C3)  dit wordt 2C2 met daarbij 2CO2
- Melkzuurgisting: Bijft gewoon 2C3

Je hoeft dus niet precies de cyclussen te kennen maar we wat eruit komt. Houd het boek bouwstenen
aan. Wat levert meeste energie? Kijk:
- 12.2 fysiologie
- Verbrandingswaarde
- Niet energieproductie bij verbruik 1L zuurstof kennen

Na de dissimilatie komt de assimilatie  lichtreactie (licht en water nodig wat werd omgezet in
zuurstof ATP en NADPH) ATP en NADHP ging in donkerreactie met CO2 en werd omgezet tot
glucose, ADP en NADP+. De donkerreactie (calvincyclys) moest je 6x doorlopen om 1 glucose
molecuul te vormen.
Bruto netto reacties kennen!!!!!!!!




(thylakoidmembraan hierin zitten
lichtvangende complexen 
elektronen hierin vangen licht en
kregen energie en gingen naar beneden en kregen daar weer energie en gingen weer naar beneden.
Waterstof van lumen naar stroma door concentratieverschi. Kijk college voor uitleg.
De donkerreactie hoef je stappen niet precies te kennen maar wel weten onder wat voor invloed de
reactie wel of niet kan plaatsvinden  temperatuur? pH?  kijk college en boek.
Dus wat komt erin en wat komt eruit.

ENZYMEN
De reactiesnelheid wordt beïnvloed door: soort stof, verdelingsgraad, concentratie, temperatuur en
(katalysator). De eerste 4 kunnen niet snel aangepast worden door onszelf binnen ons lichaam. Een
katalysator wel --.> biologische katalyator  is enzym.
Het verlaagt de activeringsenergie. Het sleutel slot principe, de vorm was belangrijk om te kijken of
het enzym de binding aan. Daarnaast was ook de lading belangrijk, enzym en substraat beiden
positief  elkaar afstoten. Wanneer ze allebei andere lading hebben zullen ze een binding maken.
Ook de polariteit is belangrijk, een polair enzym trekt een polair substraat aan, dus hier moet het

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
September 2, 2021
Number of pages
7
Written in
2019/2020
Type
SUMMARY

Subjects

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
margotdebruijn Vrije Hogeschool
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
7
Member since
7 year
Number of followers
5
Documents
43
Last sold
3 year ago

4.0

5 reviews

5
0
4
5
3
0
2
0
1
0

Trending documents

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions