HC Schoudergordel
Schouder-arm complex: 3 synoviale gewrichten en 2 glijgewrichten
3 synoviale gewrichten:
1. art. sternoclavicularis
2. art. acromioclavicularis
3. art. humeri
2 glijverbindingen, bewegen als gevolg van beweging in de drie synoviale gewrichten:
1. scapula-thorax
2. humeruskop-acromion
Anders geformuleerd,
Glenohumeraal systeem, bestaande uit:
̶ art. humeri
̶ glijverbinding humeruskop en acromion
Scapulothoracaal systeem, bestaande uit:
̶ art. sternoclavicularis (SC)
̶ art. acromioclavicularis (AC)
̶ glijverbinding scapula-thorax
De schoudergordel is een incomplete ring die bovenop de thorax is geplaatst:
̶ 2 claviculae: sleutelbeenderen
̶ 2 scapulae: schouderbladen
Clavicula is een S-vormig botstuk dat via gewrichtjes verbonden is met het sternum en de scapulae. De
scapulae heeft de vorm van een driehoek, de drie hoeken worden angulus superior, -inferior en -
lateralis genoemd. De drie zijden heten margo medialis, -lateralis en -superior. Hoeken en zijden zijn
belangrijke aanhechtingspunten voor spieren.
Uitsteeksels van scapula:
̶ Spina scapulae: dorsale zijde, anders genoemd als schouderkam
̶ Acromion: spina scapulae loopt lateraal uit in het acromion, schoudertop
̶ Processus coracoideus: ravenbekuitsteeksel
, De scapula projecteert zich op de dorsale thorax want, hij strekt van de 2e rib t/m 8ste rib. De scapula staat
10-15o voorover gekanteld, en maakt een hoek van 30o met het frontale vlak
Articulatio sternoclavicularis (SC-gewricht):
Kop: facies articularis sternalis v.d clavicula
Kom: incisura clavicularis van het sternum
Hulpstructuur: discus articularis (biconcaaf)
Kop en kom zijn bedekt met vezelig kraakbeen en vormen een onduidelijk zadelvorm. Toch is het SC-
gewricht een functioneel kogelgewricht. Dik, slap kapsel.
Kapsel sternoclaviculair gewricht is wijd en wordt door ligamenten versterkt:
1. Lig. sternoclavicularis anterius: voorachterwaarste stabiliteit (C)
2. Lig. sternoclavicularis posterius: voorachterwaarste stabiliteit (C)
3. Lig. interclaviculare: craniaal, verbindt beide SC-gewrichten (C)
4. Lig. costoclaviculare: caudaal, verbindt clavicula met 1e rib (EC)
Bewegingen SC-gewricht:
Elevatie-depressie: acromiale uiteinde gaat omhoog en omlaag (depressie is zeer gering) (sag. as)
Protractie-retractie: acromiale uiteinde van de clavicula gaat naar ventraal en dorsaal. (long. as)
Rotatie: dwangrotatie door beweging van de arm, roteren om eigen as. (lengte-as)
Articulatio acromioclavicularis (AC-gewricht):
Kop: facies articularis acromialis v.d. clavicula
Kom: facies articularis acromii v.d. scapula
Hulpstructuur: discus articularis (incomplete schijf)
Kop en kom zijn bedekt met vezelig kraakbeen. Zowel AC-gewricht als SC-gewricht zijn functionele
kogelgewrichten, ze zien er niet uit als kogelgewrichten maar zijn het wel. Het SC-gewricht is alleen veel
bewegelijker dan het AC-gewricht. Wijd kapsel.
Kapsel acromioclavicularis is wijd en wordt versterkt door ligamenten:
1. Lig. acromioclaviculare (C):
2. Lig coracoclaviculare: basis proc. coracoideus <-> caudale zijde acromiale uiteinde clavicula (EC)
a. Lig. trapezoideum: lateroventraal gelegen
b. Lig. conoideum: dorsaal gelegen Dragen last van arm. Om AC te ontlasten
Schouder-arm complex: 3 synoviale gewrichten en 2 glijgewrichten
3 synoviale gewrichten:
1. art. sternoclavicularis
2. art. acromioclavicularis
3. art. humeri
2 glijverbindingen, bewegen als gevolg van beweging in de drie synoviale gewrichten:
1. scapula-thorax
2. humeruskop-acromion
Anders geformuleerd,
Glenohumeraal systeem, bestaande uit:
̶ art. humeri
̶ glijverbinding humeruskop en acromion
Scapulothoracaal systeem, bestaande uit:
̶ art. sternoclavicularis (SC)
̶ art. acromioclavicularis (AC)
̶ glijverbinding scapula-thorax
De schoudergordel is een incomplete ring die bovenop de thorax is geplaatst:
̶ 2 claviculae: sleutelbeenderen
̶ 2 scapulae: schouderbladen
Clavicula is een S-vormig botstuk dat via gewrichtjes verbonden is met het sternum en de scapulae. De
scapulae heeft de vorm van een driehoek, de drie hoeken worden angulus superior, -inferior en -
lateralis genoemd. De drie zijden heten margo medialis, -lateralis en -superior. Hoeken en zijden zijn
belangrijke aanhechtingspunten voor spieren.
Uitsteeksels van scapula:
̶ Spina scapulae: dorsale zijde, anders genoemd als schouderkam
̶ Acromion: spina scapulae loopt lateraal uit in het acromion, schoudertop
̶ Processus coracoideus: ravenbekuitsteeksel
, De scapula projecteert zich op de dorsale thorax want, hij strekt van de 2e rib t/m 8ste rib. De scapula staat
10-15o voorover gekanteld, en maakt een hoek van 30o met het frontale vlak
Articulatio sternoclavicularis (SC-gewricht):
Kop: facies articularis sternalis v.d clavicula
Kom: incisura clavicularis van het sternum
Hulpstructuur: discus articularis (biconcaaf)
Kop en kom zijn bedekt met vezelig kraakbeen en vormen een onduidelijk zadelvorm. Toch is het SC-
gewricht een functioneel kogelgewricht. Dik, slap kapsel.
Kapsel sternoclaviculair gewricht is wijd en wordt door ligamenten versterkt:
1. Lig. sternoclavicularis anterius: voorachterwaarste stabiliteit (C)
2. Lig. sternoclavicularis posterius: voorachterwaarste stabiliteit (C)
3. Lig. interclaviculare: craniaal, verbindt beide SC-gewrichten (C)
4. Lig. costoclaviculare: caudaal, verbindt clavicula met 1e rib (EC)
Bewegingen SC-gewricht:
Elevatie-depressie: acromiale uiteinde gaat omhoog en omlaag (depressie is zeer gering) (sag. as)
Protractie-retractie: acromiale uiteinde van de clavicula gaat naar ventraal en dorsaal. (long. as)
Rotatie: dwangrotatie door beweging van de arm, roteren om eigen as. (lengte-as)
Articulatio acromioclavicularis (AC-gewricht):
Kop: facies articularis acromialis v.d. clavicula
Kom: facies articularis acromii v.d. scapula
Hulpstructuur: discus articularis (incomplete schijf)
Kop en kom zijn bedekt met vezelig kraakbeen. Zowel AC-gewricht als SC-gewricht zijn functionele
kogelgewrichten, ze zien er niet uit als kogelgewrichten maar zijn het wel. Het SC-gewricht is alleen veel
bewegelijker dan het AC-gewricht. Wijd kapsel.
Kapsel acromioclavicularis is wijd en wordt versterkt door ligamenten:
1. Lig. acromioclaviculare (C):
2. Lig coracoclaviculare: basis proc. coracoideus <-> caudale zijde acromiale uiteinde clavicula (EC)
a. Lig. trapezoideum: lateroventraal gelegen
b. Lig. conoideum: dorsaal gelegen Dragen last van arm. Om AC te ontlasten