100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached
logo-home
Samenvatting Praktisch bedrijfsrecht H3 Overeenkomst $3.71
Add to cart

Summary

Samenvatting Praktisch bedrijfsrecht H3 Overeenkomst

 4 views  0 purchase
  • Course
  • Institution
  • Book

Dit is een samenvatting van het boek Praktisch bedrijfsrecht druk 4. Het is hoofdstuk 3 Overeenkomst.

Preview 2 out of 9  pages

  • No
  • H3
  • September 30, 2021
  • 9
  • 2021/2022
  • Summary
avatar-seller
Hoofdstuk 3 Overeenkomst
Een bedrijf levert een dienst of verkoopt een product. In beide gevallen zullen de afspraken
komen vast te liggen in een overeenkomst. De wet kent een algemeen deel dat voor alle
soorten van overeenkomsten geldt.

§1 Totstandkomingsvereisten
Een overeenkomst is volgens de wet (art. 6:213 lid 1 BW) een meerzijdige rechtshandeling
waarbij 1 of meer partijen jegens 1 of meer andere partijen een verbintenis aangaan. Door
het aangaan van die verbintenis ontstaan er over en weer rechten, maar ook verplichtingen.
Voordat de overeenkomst tot stand is gekomen, zijn een bedrijf en een klant binnen zekere
grenzen vrij om te doen en laten wat ze willen. Maar op het moment dat er een
overeenkomst is, ontstaan er rechten en verplichtingen over en weer. De verkoper moet
lever, de koper betalen. De werkgever moet salaris betalen, de werknemer moet werken. Er
is dus een moment in de tijd waarop partijen aan elkaar verbonden worden, waarop ze
rekening hebben te houden met elkaar. Daarom is het van belang dat exacte moment van
het ontstaan van de overeenkomst te bepalen.

Aanbod en aanvaarding
De wet in art. 6:217 lid 1 BW met betrekking tot de totstandkoming van de overeenkomst de
volgende regel: ‘Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan’ . 2
vereisten dus: aanbod en aanvaarding. De ene partij biedt iets aan en op het moment dat de
andere partij dat aanbod accepteert, ontstaat de overeenkomst en ontstaan de rechten en
verplichtingen naar elkaar toe.
Een aanbod kan in beginsel worden herroepen zo lang het nog niet is aanvaard. Dat staat
in art. 6:219 lid 2 BW. Op het moment dat een aanbod wel aanvaard wordt, kan het dus niet
meer worden ingetrokken. Een vrijblijvend aanbod kan nog wel na aanvaarding worden
ingetrokken of gewijzigd.
Soms geeft een bedrijf aan zijn klanten een bepaalde periode om te beslissen of ze een
aanbod willen aanvaarden. Dat is erg klantvriendelijk, want het geeft de klant wat extra
bedenktijd. Maar door het stellen van een termijn beperkt het bedrijf zichzelf ook. Want zo
lang de aanvaardingstermijn loopt, kan een aanbod niet worden ingetrokken (art. 6:219 lid 1
BW). De aanbieder is gebonden aan zijn eigen gestelde termijn. Wil hij van het aanbod af,
dan zal hij moeten wachten totdat de termijn is verstreken en niemand het aanbod aanvaard
heeft.
Een aanbod kan ook vervallen. Vervallen is iets anders dan herroepen. In het eerste geval is
er geen actieve handeling van de aanbieder geweest, in het tweede geval wel. Er is een
aantal gevallen waarin een aanbod vervalt. De manier waarop het aanbod is gedaan, speelt
daarbij een belangrijke rol (art. 6:221 lid 1 BW). Is het een mondeling aanbod (zonder
termijn) dan vervalt het als het niet direct wordt aanvaard. Een heldere en makkelijke
bepaling, want de mondelinge aanbieder weet meteen waar hij aan toe is. Als er geen
reactie komt uit het publiek, dan is er geen directe aanvaarding en dus geen overeenkomst.
Is er daarentegen een schriftelijk aanbod (zonder termijn) gedaan, dan vervalt dat
aanbod ‘na een redelijke tijd’. Wanneer dit moment precies is, zal van een aantal
omstandigheden afhangen, zoals de aard van het aangebodene en de prijs. Een aanbod
met een termijn erin vervalt alleen als de termijn afloopt. Dit geldt bij zowel een schriftelijk
als een mondeling aanbod. Een laatste manier waarop een aanbod kan vervallen is als de
aanbieder het verwerpt (art. 6:221 lid 2 BW).

, Wilsovereenstemming
Als er een aanbod is en dat is aanvaard, dan is er in principe sprake van een overeenkomst.
Een bijkomend vereiste is wel dat wat de aanbieder respectievelijk aanvaarder verklaart, ook
echt is wat ze willen verklaren. Er moet wel wilsovereenstemming zijn. Dat staat in art.
3:33 BW.
Als de wil en de verklaring niet overeenkomen, dan is er geen wilsovereenstemming, en
daardoor ontstaat er geen overeenkomst.
Er kan gemakkelijk van de regeling misbruik worden gemaakt. Art. 3:33 BW maakt in dit
soort gevallen in feite de theorie over het herroepen en vervallen van een aanbod tot
misleiding. De wetgever heeft dat voorzien door in art. 3:35 BW het vertrouwensbeginsel
op te nemen in de wet. Als voor de andere partij in de gegeven omstandigheden niet
duidelijk was, en ook niet duidelijk hoefde te zijn, dat de verklaring niet overeenkwam met de
wil, dan kan geen beroep worden gedaan op art. 3:33 BW. Met andere woorden, iemand die
een beroep doet op het feit dat datgene wat hij verklaarde niet overeenstemde met wat hij
wilde verklaren, kan daar dus geen beroep op doen als het voor zijn toehoorder of lezer niet
duidelijk was dat zijn wil en verklaring niet overeenstemden.




§2 Handelingsonbekwaamheid
Als het aanbod aanvaard is en er is wilsovereenstemming, dan is er een overeenkomst. Dat
wil niet zeggen dat er in sommige gevallen geen mogelijkheden bestaan om iets te doen
tegen de verplichtingen die op dat moment zijn ontstaan. Een voorbeeld daarvan is de
vernietiging van de overeenkomst. Vernietiging houdt in dat de gevolgen die de
overeenkomst in eerste instantie heeft, weer ongedaan moeten worden gemaakt. De situatie
wordt weer zoals hij was. Het heeft dus vergaande consequenties en kan slechts in een
aantal gevallen worden ingeroepen: als een handelingsonbekwame een overeenkomst
sluit (art. 3:32 lid 2 BW) of als er een wilsgebrek is (3:44 BW en 6:228 BW).
Handelingsonbekwamen hebben wettelijke vertegenwoordigers die het aangaan van een
overeenkomst kunnen tegengaan en zelfs na het sluiten van een overeenkomst kunnen
protesteren en daardoor alles ongedaan kunnen maken. Handelingsonbekwaam is:
1. Persoon die minderjarig is
2. Persoon die onder curatele staat

Persoon die minderjarig is
Iemand in Nederland is minderjarig als hij de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (art.
1:233 BW). Deze minderjarige kan alleen met toestemming van zijn wettelijke

The benefits of buying summaries with Stuvia:

Guaranteed quality through customer reviews

Guaranteed quality through customer reviews

Stuvia customers have reviewed more than 700,000 summaries. This how you know that you are buying the best documents.

Quick and easy check-out

Quick and easy check-out

You can quickly pay through credit card or Stuvia-credit for the summaries. There is no membership needed.

Focus on what matters

Focus on what matters

Your fellow students write the study notes themselves, which is why the documents are always reliable and up-to-date. This ensures you quickly get to the core!

Frequently asked questions

What do I get when I buy this document?

You get a PDF, available immediately after your purchase. The purchased document is accessible anytime, anywhere and indefinitely through your profile.

Satisfaction guarantee: how does it work?

Our satisfaction guarantee ensures that you always find a study document that suits you well. You fill out a form, and our customer service team takes care of the rest.

Who am I buying these notes from?

Stuvia is a marketplace, so you are not buying this document from us, but from seller xninaxx. Stuvia facilitates payment to the seller.

Will I be stuck with a subscription?

No, you only buy these notes for $3.71. You're not tied to anything after your purchase.

Can Stuvia be trusted?

4.6 stars on Google & Trustpilot (+1000 reviews)

48072 documents were sold in the last 30 days

Founded in 2010, the go-to place to buy study notes for 15 years now

Start selling
$3.71
  • (0)
Add to cart
Added