Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Exam (elaborations)

Nederlandse- Taalkunde- samenvatting .

Rating
-
Sold
-
Pages
28
Grade
A+
Uploaded on
17-10-2021
Written in
2021/2022

Nederlandse-Taalkunde-samenvatting . HET ZELFSTANDIG NAAMWOORD – ZN. - eigennamen: noemen een entiteit (persoonsnamen, namen van talen, namen van politieke bewegingen) bijvoorbeeld: Cabernet Sauvignon - soortnamen: noemen de klasse waartoe een entiteit behoort bijvoorbeeld: wijn 2 HET BIJVOEGLIJK NAAMWOORD – BN. gebruik van een bn.: - atrributief: bij een zn. de lekkere wijn - predicatief: bij een koppelwerkwoord de wijn is lekker - adverbiaal: als satelliet ( niet bij zn. of koppelwerkwoord) de wijn smaakt lekker vormen van een bn. - buigins-e de lekkere wijn - substantiverings-s iets lekkers - trappen van vergelijking de lekkerste wijn 3 HET TELWOORD indeling van de tw.: - Tellende telwoorden: o bepaald: twee, vijftien, driehonderd o onbepaald: veel, honderden, een vijftal - ordenende telwoorden: eerste, achtste, dertigste rangtelwoorden 4 - absolute telwoorden: beide, alle een deel van of de gehele verzameling? - gehele verzameling = absoluut telwoord 4 HET VOORNAAMWOORD – VN. De klasse van de voornaamwoorden is een gesloten klasse. Een voornaamwoord wijst naar (eigenschappen van) personen of zaken. 4.1 PERSOONLIJKE VOORNAAMWOORDEN onderwerp voorwerp vol dof vol dof 1 ev ik ‘k mij me 2 ev jij je jou je gij ge u / u / u / 3 ev M hij ie hem ‘m 3 ev V zij ze haar ze / d’r / ‘r 3 ev O / het / ‘t / Het (‘t) 1 mv wij we ons / 2 mv jullie je jullie je gij ge u / u / u / 3 mv zij ze hen / hun ze 4.2 BEZITTELIJKE VOORNAAMWOORDEN vol dof 1 ev mijn m’n 2 ev jouw je uw / 3 ev zijn z’n haar d’r / ‘r 1 mv ons / 2 mv jullie je uw / 3 mv hun d’r / ‘r 5 4.3 WEDERKERENDE EN WEDERZIJDSE VOORNAAMWOORDEN deze vn. refereren altijd aan het onderwerp wederkerendvn. zich: enkel 3 ev. voor de andere personen wordt telkens de doffe objectvormen van het persoonlijke vn. gebruikt. wederzijdsvn. elkaar: meervoudig onderwerp actie wordt door de ene op de andere toegepast en omgekeerd. 4.4 AANWIJZENDE VOORNAAMWOORDEN - wijzend: deze / dezen / dit - verwijzend o terugverwijzend (al vernoemd) die / dat o vooruitverwijzend (nog te vernoemen) deze / dit 4.5 ONBEPAALDE VOORNAAMWOORDEN zelfstandig bijvoeglijk één entiteit personen zaken iemand iets / wat zeker (het / de) een en / of ander(e) een of ander niemand niets / collectiviteit ieder / elk al ieder / elk iedereen alles alle* * alle: bij een mv is alle een telwoord alle jongens bij een ev is alle een onbepaald vn. alle wijn 4.6 VRAGENDE VOORNAAMWOORDEN - enkel zelfstandig wie / wat - enkel bijvoeglijk wat voor (‘n) - beiden welk / welke 4.7 BETREKKELIJKE VOORNAAMWOORDEN Een betrekkelijk vn. verwijst naar een entiteit die zowel bij de actie uitgedrukt wordt door de hoofdzin als bij die uitgedrukt door de daarvan afhankelijke bijzin betrokken is. - die / dat 6 - welke / hetwelk (archaïsch) - wie / wat - hetgeen 5 HET BIJWOORD – BW. Een bijwoord is altijd onveranderlijk en kan verwijzen naar een plaats, een tijdstip en een wijze. De lijst van bijwoorden is zeer uitgebreid. extra: de voornaamwoordelijkebijwoorden: voornaamwoord + bijwoord. bijvoorbeeld: ernaar, waartoe, daarover… 6 HET VOEGWOORD – VW. Het voegwoord geeft aan dat er tussen twee zinnen een verband bestaat en welk dat verband is. - nevenschikkende: en, of, maar, dus, noch, doch (volledige lijst) - onderschikkende: als, dat, toen, terwijl, omdat, zodat, hoewel… 7 HET VOORZETSEL – VZ. Het voorzetsel geeft een relatie van plaats, tijd, toegeving… aan en is steeds onveranderlijk. Alle voorzetsels zijn combineerbaar met een substantief en eventueel haar lidwoord. 8 HET LIDWOORD – LW. - bepaalde: de / het - onbepaald: een 9 HET WERKWOORD – WW. - formeel (vorm) o zwak (stappen) o sterk (lopen) o onregelmatig (zijn) - functioneel o hulpwerkwoord o hoofdwerkwoord - semantisch o handelingswerkwoorden (spelen, supporteren, werken) o toestandswerkwoorden (aanbranden, overkomen) 7 9.1 FORMELE KENMERKEN - nominale vormen: infinitief, onvoltooid deelwoord, voltooid deelwoord - persoonsvorm 9.2 FUNCTIONELE KENMERKEN 9.2.1DE HOOFDWERKWOORDEN - meeste betekenis - kunnen als alleenstaande werkwoordsvorm voorkomen - zelfstandige vs. koppelwerkwoorden 9.2.2DE HULPWERKWOORDEN

Show more Read less
Institution
Module

Content preview

KULEUVEN @ THOMAS MORE
Campus Sint-Andries




NEDERLANDSE
TAALKUNDE
samenvatting

, 1




1 INHOUD
1 Het zelfstandig naamwoord – zn....................................................................................................3
2 Het bijvoeglijk naamwoord – bn.....................................................................................................3
3 Het telwoord..................................................................................................................................3
4 Het voornaamwoord – vn...............................................................................................................4
4.1 Persoonlijke voornaamwoorden.............................................................................................4
4.2 Bezittelijke voornaamwoorden...............................................................................................4
4.3 Wederkerende en wederzijdse voornaamwoorden................................................................5
4.4 Aanwijzende voornaamwoorden............................................................................................5
4.5 Onbepaalde voornaamwoorden.............................................................................................5
4.6 Vragende voornaamwoorden.................................................................................................5
4.7 Betrekkelijke voornaamwoorden............................................................................................5
5 Het bijwoord – bw..........................................................................................................................6
6 Het voegwoord – vw.......................................................................................................................6
7 Het voorzetsel – vz..........................................................................................................................6
8 Het lidwoord – lw............................................................................................................................6
9 Het werkwoord – ww......................................................................................................................6
9.1 Formele kenmerken................................................................................................................6
9.2 Functionele kenmerken..........................................................................................................7
9.2.1 De hoofdwerkwoorden...................................................................................................7
9.2.2 De hulpwerkwoorden.....................................................................................................7
9.3 Indeling naar valentie.............................................................................................................8
10 Het tussenwerpsel......................................................................................................................8
1 De zinsrelator.................................................................................................................................0
1.1 Tang........................................................................................................................................0
1.2 Valentie...................................................................................................................................0
1.3 Semantisch rollen...................................................................................................................0
1.4 Perspectiefomkering...............................................................................................................1
2 Het subject.....................................................................................................................................2
3 De objecten....................................................................................................................................3
3.1 Direct object...........................................................................................................................3
3.2 Oorzakelijk object...................................................................................................................3
3.3 Indirect object........................................................................................................................4
3.3.1 Meewerkend voorwerp (MwV).......................................................................................4
3.3.2 Meemakend voorwerp (MmV).......................................................................................4

, 2


3.3.3 Belanghebbend voorwerp (BV).......................................................................................4
3.3.4 Oordelend voorwerp (OV)..............................................................................................4
3.3.5 Possessieve datief...........................................................................................................5
3.3.6 Reflexieve verbindingen..................................................................................................5
3.4 Agens-object en bron-object als tegenhanger van DO en IO..................................................5
3.5 Voorzetselobject.....................................................................................................................6
4 De complementen..........................................................................................................................7
4.1 Copulatief complement (gezegde)..........................................................................................7
4.1.1 Koppelwerkwoord...........................................................................................................7
4.1.2 Soorten gezegdes............................................................................................................7
4.2 Semicopulatief complement...................................................................................................7
4.2.1 Het maatcomplement.....................................................................................................7
4.2.2 Het hoedanigheidscomplement......................................................................................8
4.3 Niet-copulatief gezegde..........................................................................................................8
4.3.1 Met predicatieve relatie..................................................................................................8
4.3.2 Adverbiale complement..................................................................................................8
5 De satellieten..................................................................................................................................9
5.1 Bepaling van gesteldheid........................................................................................................9
5.2 Andere satellieten...................................................................................................................9

Written for

Institution
Study
Module

Document information

Uploaded on
October 17, 2021
Number of pages
28
Written in
2021/2022
Type
Exam (elaborations)
Contains
Questions & answers

Subjects

$5.99
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
ExcelAcademia2026 Chamberlain College Of Nursing
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
2166
Member since
4 year
Number of followers
1649
Documents
9056
Last sold
6 hours ago
EXCEL ACADEMIA TUTORS

At Excel Academia Tutoring, You will get solutions to all subjects in both assignments and major exams. Contact me for assistance. Good luck! Well-researched education materials for you. Expert in Nursing, Mathematics, Psychology, Biology etc. My Work has the Latest & Updated Exam Solutions, Study Guides and Notes (100% Verified Solutions that Guarantee Success)

3.7

364 reviews

5
152
4
78
3
66
2
22
1
46

Trending documents

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these revision notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No problem! You can straightaway pick a different document that better suits what you're after.

Pay as you like, start learning straight away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and smashed it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions