College 2 – verandering en verhalen
Vandaag:
De centrale boodschap is dat er bepaalde woorden worden gebruikt om verandering te benoemen.
Je kent verandering niet anders dan via woorden en teksten.
1. Verandering: een narratieve of discursieve benadering
2. De temporele dimensie: verhalen over verleden, heden en toekomst
3. De relationele dimensie: macht & identiteit in verhalen
4. Casus van organisatieverandering: de Stoffel
1. Verandering: een narratieve of discursieve benadering
Feiten hebben geen betekenis, wij geven ze betekenis
Als je iets ziet, dan geef je daar z.s.m. betekenis. Dat gaat via verhalen die we vertellen.
= Wij vertellen elkaar verhalen over wat er is gebeurd, wat je van plan bent. Je hebt die verhalen
nodig om iets te begrijpen.
We creëren zelf een bepaalde werkelijkheid door die verhalen vertellen.
= Je gaat er niet vanuit dat een verhaal op voorbaat al betekenis heeft. Maar je kan ook stellen dat
het andersom is. Het verhaal construeert de gebeurtenis. Het krijgt ook kleur door het verhaal. Dus
het verhaal is een constructie van de werkelijkheid. Er is ook een vertekening: de ene persoon ziet
een gebeurtenis anders dan de andere persoon.
, = De vertekening is juist interessant om te onderzoeken. Waar zit de subjectiviteit van het verhaal?
Dan kom je erachter dat er een dieper, onderliggende, betekenis. Wat zijn diegene zijn ideeën,
belangen, wensen, etc.?
= Ze zetten zich af tegen het ‘single voiced stories’. Dus het is niet 1 verhaal maar meerdere verhalen
(monologisch). Er zijn altijd luidere stemmen, dan anderen. Waardoor die andere verhalen
ondergesneeuwd raken. Dus als je een veranderproces wil begrijpen moet je ook de andere verhalen
begrijpen en belichten (vele verhalen). Daarnaast gaat het er ook om dat er niet maar 1 persoon 1
verhaal heeft, die persoon 1 zal zijn verhaal vertellen per context verschillend (ene met en ene met
zonder details) (veranderlijke verhalen). Tot slot zijn verhalen vaak tegenstrijdig. Het wordt
onderdeel van een woordenstrijd. De wijze waarop iemand zijn verhaal verteld, bepaalt het effect.
Andere gaan het bijvoorbeeld betwijfelen en betwisten.
Vandaag:
De centrale boodschap is dat er bepaalde woorden worden gebruikt om verandering te benoemen.
Je kent verandering niet anders dan via woorden en teksten.
1. Verandering: een narratieve of discursieve benadering
2. De temporele dimensie: verhalen over verleden, heden en toekomst
3. De relationele dimensie: macht & identiteit in verhalen
4. Casus van organisatieverandering: de Stoffel
1. Verandering: een narratieve of discursieve benadering
Feiten hebben geen betekenis, wij geven ze betekenis
Als je iets ziet, dan geef je daar z.s.m. betekenis. Dat gaat via verhalen die we vertellen.
= Wij vertellen elkaar verhalen over wat er is gebeurd, wat je van plan bent. Je hebt die verhalen
nodig om iets te begrijpen.
We creëren zelf een bepaalde werkelijkheid door die verhalen vertellen.
= Je gaat er niet vanuit dat een verhaal op voorbaat al betekenis heeft. Maar je kan ook stellen dat
het andersom is. Het verhaal construeert de gebeurtenis. Het krijgt ook kleur door het verhaal. Dus
het verhaal is een constructie van de werkelijkheid. Er is ook een vertekening: de ene persoon ziet
een gebeurtenis anders dan de andere persoon.
, = De vertekening is juist interessant om te onderzoeken. Waar zit de subjectiviteit van het verhaal?
Dan kom je erachter dat er een dieper, onderliggende, betekenis. Wat zijn diegene zijn ideeën,
belangen, wensen, etc.?
= Ze zetten zich af tegen het ‘single voiced stories’. Dus het is niet 1 verhaal maar meerdere verhalen
(monologisch). Er zijn altijd luidere stemmen, dan anderen. Waardoor die andere verhalen
ondergesneeuwd raken. Dus als je een veranderproces wil begrijpen moet je ook de andere verhalen
begrijpen en belichten (vele verhalen). Daarnaast gaat het er ook om dat er niet maar 1 persoon 1
verhaal heeft, die persoon 1 zal zijn verhaal vertellen per context verschillend (ene met en ene met
zonder details) (veranderlijke verhalen). Tot slot zijn verhalen vaak tegenstrijdig. Het wordt
onderdeel van een woordenstrijd. De wijze waarop iemand zijn verhaal verteld, bepaalt het effect.
Andere gaan het bijvoorbeeld betwijfelen en betwisten.