Deze oefenvragen geven een indicatie van het soort vragen die in het S.E. zullen
voorkomen. Het verschil is dat hier geen kleurenafbeeldingen zijn gebruikt, maar bij
het S.E. wel.
In de tekst Creatie en Mimesis wordt gesproken over ‘Imitatio, Variatio en Aemulatio’
als doelstelling voor kunstenaars vanaf de oudheid. Deze begrippen komen van het
Latijn.
1. Vertaal de drie Latijnse begrippen naar het Nederlands.
In de tekst ‘het cliché en de traditie’ legt Mariette Haveman uit dat als er het woordje
‘de’ voor een titel van een kunstwerk staat dat dit een teken is van authenticiteit.
2. Leg uit waarom het woordje ‘de’ het verschil maakt. Verwerk het begrip ‘cliché’
in je antwoord.
Vanaf ongeveer 1900 wordt de fotografie gezien als een kunstvorm, daarvoor niet.
3. Leg uit welke verandering ervoor zorgde dat de fotografie werd gezien als een
volwaardige kunstvorm.
In de tekst klassieke normen wordt gesproken over een verschuiving van het begrip
‘klassiek’ van Rome naar Athene.
4. Leg uit waarom er een verschuiving plaats vond van het idee ‘klassiek’ van
Rome naar Athene.
De kunsthistoricus Johan Joachim Winckelmann zorgde ervoor dat de Griekse kunst
werd gezien als de formele kunststijl in de 19 e eeuw. Hij maakte een vergelijking
tussen Romeinse en Griekse kunst. Dit is vreemd want hij is nooit in Griekenland
geweest en heeft nooit een origineel Grieks beeld gezien.
5. Leg uit hoe Winckelmann toch in staat was om Griekse en Romeinse beelden
te vergelijken.
Volgens Palladio was de Tempietto het eerste voorbeeld van goede architectuur
sinds de oudheid.