100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

BIO 4VWO ‘evolutie’ samenvatting

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
7
Geüpload op
16-11-2021
Geschreven in
2018/2019

Alle leerdoelen en antwoorden op deze leerdoelen samengevat in één document.

Niveau
Vak

Voorbeeld van de inhoud

7.1
1. Je kent de uitgangspunten van het creationisme.
 God heeft alles geschept.
2. Je kan uitleggen wat paleontologen onderzoeken.
 Paleontologen onderzoeken fossielen. Fossielen zijn restanten van vroeger
levende organismen.
3. Je kent de catastrofetheorie.
 Catastrofetheorie: een grote natuurramp was de oorzaak dat alle levende
organismen in het getroffen gebied stierven. Het is gebaseerd op een
natuurramp zoals de zondvloed, beschreven in de Bijbel. Na elke
natuurramp kwamen er nieuwe soorten en leverde dit weer nieuwe
fossielen op in de afzettingslagen.
4. Je weet wanneer een soort geëvolueerd is.
 Wanneer er mutaties zijn plaatsgevonden in het DNA.
5. Je kent de evolutietheorie volgens Lamarck.
 De Lamarck constateerde dat fossielen uit verschillende afzettingslagen
overeenkomsten in bouw vertonen. Dat gebruikte hij om een stamboom te
maken vanaf de fossiele soorten naar de levende soorten uit zijn tijd. Hij
ging ervan uit dat een organisme de aanpassingen aan zijn omgeving, die
hij in de tijd van zijn leven ontwikkelde, doorgaf aan zijn nakomelingen.
6. Je kent de evolutietheorie volgens Darwin.
 Uitgangspunten voor deze theorie zijn dat in een populatie individuen
verschillen in eigenschappen en de leefomgeving een selectiedruk
uitoefent op hun overlevingskansen. individuen die beter zijn aangepast
aan hun omgeving leven langer en krijgen de meeste nakomelingen.
Darwin spreekt van ‘the survival of the fittest’.
7. Je kent de evolutietheorie volgens het neodarwinisme.
 Deze theorie is de evolutietheorie van Darwin, maar dan opgevuld met
ontdekkingen die later plaats zijn gevonden. De erfelijkheidswetten van
Mendel en de ontdekking van DNA en mutaties vullen deze evolutietheorie
aan tot de neodarwinistische theorie.
8. Je weet waar en hoe Homo sapiens hoogstwaarschijnlijk is
ontstaan.
 Het riftvallei in Ethiopië ontstond door een scheur in de Afrikaanse
continentale plaat. Aan de oostelijke helft van de vallei ontstond een
savanne terwijl aan de westelijke helft een vochtige omgeving ontstond vol
bomen. Dit gaf een verschillende selectiedruk op organismen in de
oostelijke en westelijke helft. Aan de oostelijke kant waren er soorten die
zich aan hebben gepast aan de savanne. Volgens wetenschappers heeft de
moderne mens zich hier ontwikkeld. Aan de hoektanden is te zien dat het
aaseters waren. Fossiele vondsten tonen het gebruik van gereedschappen.
9. Je kan iets vertellen over de ontwikkeling van Homo sapiens als
soort (200 000 jaar geleden tot nu).
 Door de lange benen zou homo naledi een lange afstand loper geweest
zijn. Hierdoor kwamen de handen vrij om mee te jagen met speren. Ook
konden ze voedsel en wapens dragen met hun handen. Ze konden verder
kijken en tijdig vluchten voor roofdieren en het kostte minder energie dan
lopen op vier poten. De opponeerbaarheid van de grote teen verdween. De
hersenen ontwikkelde zich parallel aan de nieuwe mogelijkheden van de
handen. Hierdoor leerden ze hun voedsel te bereiden en vuur te gebruiken.
10. Je kent en snapt de onderbouwing voor de “out of Arica”-
hypothese.
 De moderne mens is in Afrika ontstaan. Daarna verlieten ze Afrika. Door
verwantschap in kaart leiden ze de migratiepatronen af waarmee hun

, voorouders de wereld hebben bevolkt. Via het Y-chromosoom leiden ze de
herkomst van de mannelijke voorouder, Y-chromosale Adam. De herkomst
van de gemeenschappelijke vrouwelijke voorouder mitochondriale Eva
leiden ze af via mtDNA.
11. Je kan verklaren waarom Afrikanen onderling meer genetisch
verschillen van elkaar dan Aziaten of Europeanen.
 Omdat de omgeving veel kan verschillen in de Afrikaanse continent.


7.2
12. Je kan uitleggen wat natuurlijke selectie is en je kan de
bijbehorende processen “struggle for life” en
“survivialof the fittest” uitleggen. Je gebruikt in het
beantwoorden van dit leerdoel ook het begrip “selectiedruk”.`
 In elke omgeving voeren organismen de strijd om te overleven: the
struggle of life. De omgeving oefent een selectiedruk uit op de
overlevingskansen van individuen. Individuen met eigenschappen die
gunstig zijn bij die selectiedruk hebben betere kansen in de strijd om te
bestaan: the survival of the fittest. The fittest zijn de individuen in een
populatie die het best zijn aangepast aan de selectiedruk, ze krijgen de
meeste nakomelingen.
13. Je kan uitleggen op welke manier mutaties in DNA en
geslachtelijke voortplanting invloed hebben op de variatie tussen
genetische eigenschappen van individuen binnen een bepaalde
soort.
 Door mutaties in het DNA ontstaan er nieuwe eigenschappen die gustig
kunnen zijn voor de nakomelingen. Bij geslachtelijke voortplanting worden
deze eigenschappen doorgegeven aan de nakomelingen. Hierdoor ontstaat
er meer variatie binnen een populatie waardoor de kans kleiner wordt dat
een ziekte een hele populatie uit kan roeien.
14. Je kan verklaren hoe natuurlijke selectie bijdraagt aan het
evolueren van soorten. Gebruik in je antwoord “de variatie binnen
de genenpool van een soort” en “de invloed van het milieu”.
 De invloed van het milieu op de soorten is dat de soorten zich moeten
aanpassen om zo te kunnen overleven in dat gebied. Bij natuurlijke
selectie overleven de individuen in een populatie met de meest gunstige
eigenschappen ten opzichte van het milieu. De variatie binnen de
genenpool van een soort met de meest gunstige eigenschappen heeft een
grotere kans om te overleven en om meer nakomelingen te krijgen.
15. Je kan uitleggen wat co-evolutie is en een voorbeeld noemen.
 Co-evolutie is een lange evolutionaire wapenwedloop tussen twee soorten,
waarbij de populatiesamenstelling van de ene soort wijzigt door een
selectiedruk van de andere, wat vervolgens weer selectiedruk levert voor
de eerste druk.
 Voorbeeld: salamanders produceren een zeer giftige stof wat meeste
roofdieren schaadde. mutaties in het DNA in sommige kousenbandslangen
leidden tot resistentie tegen het gif.
16. Je kan uitleggen hoe het proces van allopatrischesoortvorming
werkt. Noem een voorbeeld
 Allopatrische soortvorming is de evolutie van soorten door het splitsen van
een populatie door een barrière. Hierdoor wordt de vermenging van erfelijk
materiaal tussen individuen van beide populaties verhindert. Individuen
van beide populaties herkennen elkaar niet meer en kunnen geen
vruchtbare nakomelingen meer krijgen.

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Middelbare school
Niveau
Vak
School jaar
4

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
7
Geüpload op
16 november 2021
Aantal pagina's
7
Geschreven in
2018/2019
Type
Samenvatting

Onderwerpen

$6.67
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
merveyalcin

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
merveyalcin
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
-
Lid sinds
4 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
17
Laatst verkocht
-

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Populaire documenten

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen