100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached
logo-home
Samenvatting Hoofdstuk 12 en 13 sprekend verleden $4.88   Add to cart

Summary

Samenvatting Hoofdstuk 12 en 13 sprekend verleden

 11 views  0 purchase
  • Course
  • Level
  • Book

Hoofdstuk 12 en 13 van de SV filmpjes samengevat + kenmerkende aspecten 29, 30, 37, 38, 39. Let op: hoofdstuk 13 in de samenvatting bevat niet alle informatie uit het boek, het is dus belangrijk om het boek door te nemen voor meer detail!

Preview 2 out of 12  pages

  • No
  • Hoofdstuk 12 t/m 13
  • December 1, 2021
  • 12
  • 2021/2022
  • Summary
  • Secondary school
  • 5
avatar-seller
Mirte Mulder V5Tb

Hoofdstuk 12 en 13: Twee grootmachten uit de 20 e eeuw: de VS en de Sovjetunie
KA 29 – Slavernij en abolitionisme
Tijdvak 7, Tijd van pruiken en revoluties
“Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en
de daarmee verbonden trans-Atlantische slavenhandel, en de opkomst van het
abolitionisme.”

Plantagekoloniën: Overzees Europees gebiedsdeel met grote landbouwbedrijven. Vaak
werden hier slaven tewerk gesteld. Deze slaven werden later ook uit Afrika gehaald en
naar Amerika gebracht.
Trans-Atlantische slavenhandel: handel van zwarte slaven van Afrika naar
Amerika.
De driehoekshandel begint in Europa, waar handelaren met goederen naar de
Afrikaanse westkust varen en daar ruilen ze de goederen tegen slaven. De slaven worden
vervolgens over de oceaan gebracht (Trans-Atlantische slavenhandel), deze reis
veroorzaakte al veel doden door de slechte omstandigheden. De slaven werden in
Amerika verkocht op de slavenmarkt, waar de omstandigheden niet veel beter waren. De
producten die de slaven daar verbouwden werden vervolgens weer terug naar Europa
gebracht, wat de driehoek compleet maakt.
18e eeuw: de verlichting ging onder anderen om de gelijkheid van een mens, mensen
realiseerden dat de zwarte slaven gelijk waren aan de witte mensen.
Abolitionisme: streven naar afschaffing van de slavernij en de slavenhandel.
Afschaffing slavernij:
1803: Denemarken
1833: Engeland
1848: Frankrijk
1863: Nederland
1865: Verenigde Staten
1869: Portugal
1886: Spanje
1888: Brazilië

KA 30 – Democratische revoluties
Tijdvak 7, Tijd van pruiken en revoluties
“De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over
grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap.”

Democratische revolutie: Verandering in het bestuur van een land, waardoor het volk
meer macht krijgt ten koste van de macht van de koning. Deze verandering wordt
vastgelegd in een grondwet.
Een staatsburger is iemand die burgerrechten in een staat heeft.
De democratische revoluties vonden plaats onder invloed van de verlichting.
Amerikaanse revolutie (1775-1783):
Op de Amerikaanse oostkust liggen 13 Engelse koloniën, waar veel vrijheid in bestuur is
wat de bevolking fijn vindt. Maar op een gegeven moment wil de Engelse koning George
III absolute macht. Hij is verwikkeld in veel oorlogen en wil nieuwe belastingen om oorlog
te betalen. De bevolking wil alleen belasting betalen als ze zeggenschap krijgen.
1773: Boston tea party
1775: Eerste veldslag
1776: Koloniën verklaren onafhankelijkheid (bescherming van de natuurlijke rechten)
1781: Strijd wordt gestaakt
1783: Vrede gesloten tussen Engeland en de koloniën
1789: Invoering van de grondwet (trias politica)
Bataafse revolutie (1795-1806):
In de Nederlandse republiek lag de macht bij de gewesten, maar in de loop van de 18 e
eeuw had de stadhouder steeds meer macht naar zich toegetrokken en daar kwam kritiek
op van de patriotten. Patriotten waren mensen die onder invloed van de verlichting een
ander bestuur wilden. Zij vonden het niet goed dat Willem V (stadhouder) zich als een
vorst ging gedragen in een tijd waarin de welvaart in de republiek afnam.

Pagina 1 van 12

, Mirte Mulder V5Tb

1781: ‘Aan het volk van Nederland’ werd verspreid (modernisering van het bestuur)
1784-1787: Burgeroorlog (wordt gewonnen door de stadhouder)
1795: Bataafse Republiek (patriotten komen terug met een Frans leger en ze winnen)
1798: Grondwet (kiesrecht voor mannen + trias politica)
1806: Napoleon neemt Bataafse republiek in en voegt het bij het Franse rijk
Franse revolutie (1789-1799):
De staatsschuld was aan het einde van de 18e eeuw enorm opgenomen. Frankrijk kwam
aan inkomen door de belastingen, die alleen de derde stand moest betalen. De
misoogst in 1787 en 1788 zorgt voor een grote hongersnood in de steden wat de situatie
alleen maar verergert. Wanneer Lodewijk XVI de belasting wil verhogen is de derde stand
nog ontevredener. Veel mensen gaven Lodewijk het advies om ook de eerste en de
tweede stand belasting te laten betalen, maar dat had de geestelijkheid en adel
afgewezen.
1789: Staten-Generaal komen bijeen (eerste, tweede en derde stand)
1789: Oprichting Nationale Vergadering (derde stand stapt uit Staten-Generaal)
1791: Grondwet (afschaffen Ancien Régime, bescherming van natuurlijke rechten,
censuskiesrecht, trias politica. De koning heeft dus minder macht)
1793-1794: Terreur (radicale revolutionairen laten iedere tegenstander ombrengen door
de guillotine)
1795: Grondwet (zorgt voor rust nadat de leider van de radicalen ook is omgebracht)
1799: Napoleon (heerst als dictator, maar gebruikt verlichte ideeën)
1815: Napoleon definitief verslagen (einde van periode van politieke veranderingen in
Europa)

KA 37 – Propaganda en communicatie
Tijdvak 9, Wereldoorlogen
“De rol van moderne propaganda en communicatiemiddelen en vormen van
massaorganisatie.”

Propaganda: Het beïnvloeden van de mening van een grote groep mensen om
aanhangers te winnen voor bepaalde (politieke) ideeën  propaganda is dus reclame
maken voor politieke ideeën.
Propaganda kan twee richtingen uitgaan:
Positieve kant Negatieve kant
Benadrukken van de eigen kracht  Benadrukken van de zwakte van de
bijvoorbeeld, dat het waard is om tegenstander.
voor Engeland te vechten.
In de 20e eeuw neemt het gebruik van propaganda toe dankzij de komst van nieuwe
communicatiemiddelen  zoals de radio en de film. Met deze middelen wordt het
mogelijk om een groot publiek op een andere manier te bereiken. De totalitaire
systemen proberen de mening van de bevolking ook te beïnvloeden door de oprichting
van massaorganisaties  Grote organisaties die bij elkaar kwamen om dingen te
bespreken, maar de ideeën van de regering waren daar altijd aanwezig.

KA 38 – Totalitaire systemen
Tijdvak 9, Wereldoorlogen
“Het in de praktijk brengen van totalitair ideologieën: communisme en nationaal-
socialisme.”

Totalitaire  Politiek systeem streeft de controle van de maatschappij na, inclusief het
denken en voelen van alle mensen.
 Eén partij met één sterke leider  zijn wil is wet.
 Propaganda/censuur om te zorgen dat de bevolking het eens is met de
ideeën.
 Onderdrukking tegenover mensen die zich verzetten.
Ideologieën  Een geheel van opvattingen over de maatschappij:
 “Zo zit de maatschappij in elkaar, maar zo moet de maatschappij eruitzien.”
Het communisme is bedacht door Karl Marx  Politieke stroming met als voornaamste
streven gelijkwaardigheid en gemeenschappelijk bezit.


Pagina 2 van 12

The benefits of buying summaries with Stuvia:

Guaranteed quality through customer reviews

Guaranteed quality through customer reviews

Stuvia customers have reviewed more than 700,000 summaries. This how you know that you are buying the best documents.

Quick and easy check-out

Quick and easy check-out

You can quickly pay through credit card or Stuvia-credit for the summaries. There is no membership needed.

Focus on what matters

Focus on what matters

Your fellow students write the study notes themselves, which is why the documents are always reliable and up-to-date. This ensures you quickly get to the core!

Frequently asked questions

What do I get when I buy this document?

You get a PDF, available immediately after your purchase. The purchased document is accessible anytime, anywhere and indefinitely through your profile.

Satisfaction guarantee: how does it work?

Our satisfaction guarantee ensures that you always find a study document that suits you well. You fill out a form, and our customer service team takes care of the rest.

Who am I buying these notes from?

Stuvia is a marketplace, so you are not buying this document from us, but from seller mirte5. Stuvia facilitates payment to the seller.

Will I be stuck with a subscription?

No, you only buy these notes for $4.88. You're not tied to anything after your purchase.

Can Stuvia be trusted?

4.6 stars on Google & Trustpilot (+1000 reviews)

64438 documents were sold in the last 30 days

Founded in 2010, the go-to place to buy study notes for 14 years now

Start selling
$4.88
  • (0)
  Add to cart