Prof. De Bondt: Jeugdrecht
DEEL 2: INTEGRALE JEUGDHULP
H1: BASISPRINCIPES
1.1 MODULERING
Verbeden van de toegankelijkheid van de jeugdhulp: jeugdhulpmodule X: jeugdhulp onderbrengen in modules
- Soort indicatie
- Soort begeleiding (ambulant of residentieel)
- Doorlooptijd
- Aanbiedende organisatie
Voordeel van deze modules = je kan zoeken op verschillende parameters, overzichtelijker
Nadeel van deze modules = hokjes denken, sommige jongeren vallen tussen de mazen van het net omdat ze
niet 1 op 1 matchen met de hulpverlening, maar ook hulpverlening valt door mazen van het net omdat ze te
veel focussen op prioriteiten
1.2 RTJ EN NRTJ
De introductie van de intersectorale toegangspoort
RTJ = rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp (bv. JAK)
- Vaak korte doorlooptijd, makkelijk te organiseren, minder dure hulpverlening (bv. CLB, VAPH)
nRTJ = niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp (bv. pleegzorg, is niet bedoeling dat je ‘s morgens je valies
neemt en naar pleegzorg gaat)
- Vaak langere doorlooptijd, moeilijker te organiseren en vaak duurder
- Om hierbinnen te komen, moet je door de intersectorale toegangspoort, je moet een aanvraag doen,
je dossier wordt beoordeeld en dan kan je er terecht of niet
1.3 TOEPASSINGSGEBIED
Vroeger moest je zelf als kind of ouder weten bij welke hulpverlening je langs moest, nu niet meer, nu
juridische kader errond met niet meer 2 toegangspoorten maar 1 centrale toegangspoort
“Integraal” beperkt tot door Vlaanderen erkende aanbieders
Bareel = toegangspoort
1
, Prof. De Bondt: Jeugdrecht
Niet erkende (modules) van hulpverleners vallen buiten systeem van federale of Vlaamse bevoegdheid,
zelfstandig (handboek p188 voor voorbeelden)
1.4 RESPONSABILISERING
Responsabilisering en participatie van jongere + context staat centraal in integrale jeugdhulp, men probeert op
microniveau de eigen context maximaal te betrekken
Cfr. Eigen Kracht conferentie
- Familie, vrienden, buren, … kunnen hulp inroepen
- Plan van aanpak (onderscheid eigen kracht vs prof. hulp) – kan parallel aan een verplicht
hulpverleningstraject
- Coördinator = opgeleide vrijwilliger wordt aangesteld, gaat eerst met jongere aan de slag
(activeringsperiode): Wat is probleem? Oorzaak? Wie kan helpen?
- Voorbereiding = activeringsperiode van 6-8 weken
- Vergadering = informatieronde + overleg + voorstelling plan
Cfr. Eigen Kracht conferentie
Cfr. Familienetwerkberaad
Cfr. Dienst Ondersteuningsplan (VAPH)
Cfr. Burgerinitiatieven
Breed ondersteuningsbeleid
(Financieel) van de Vlaamse Overheid
1.5 CONTINUITEIT
Een jongere, één aanspreekpunt, één dossier (is niet altijd mogelijk door complexiteit van realiteit)
- Contactpersoon-aanmelder: als jongere contact zoekt met integrale jeugdhulp, zal die medewerker
contactpersoon blijven tot iemand anders de rol van hem/haar overneemt, dus niet doorverwijzen, is
beetje verwaterde versie van de trajectbegeleider
- Cliëntoverleg (casus leefloon, casus consultent JRB): iedere hulpverlener dat op dat moment bij het
gezin betrokken is stapt mee in overleg, er wordt gekeken wie er eigenlijk rond de tafel zit (kennen
elkaar niet altijd) Wat is problematiek? Wie werkt voor wat? Zo kan je tot conclusie komen dat er
een hulpverlener te veel of te weinig is
- Bemiddeling: bij discussie tussen jongere en hulpverleningsaanbieder gebruiken zodat hulpverlening
niet vroegtijdig stopgezet wordt
- Vertrouwenspersoon: persoon die jongere zelf kan kiezen
2
DEEL 2: INTEGRALE JEUGDHULP
H1: BASISPRINCIPES
1.1 MODULERING
Verbeden van de toegankelijkheid van de jeugdhulp: jeugdhulpmodule X: jeugdhulp onderbrengen in modules
- Soort indicatie
- Soort begeleiding (ambulant of residentieel)
- Doorlooptijd
- Aanbiedende organisatie
Voordeel van deze modules = je kan zoeken op verschillende parameters, overzichtelijker
Nadeel van deze modules = hokjes denken, sommige jongeren vallen tussen de mazen van het net omdat ze
niet 1 op 1 matchen met de hulpverlening, maar ook hulpverlening valt door mazen van het net omdat ze te
veel focussen op prioriteiten
1.2 RTJ EN NRTJ
De introductie van de intersectorale toegangspoort
RTJ = rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp (bv. JAK)
- Vaak korte doorlooptijd, makkelijk te organiseren, minder dure hulpverlening (bv. CLB, VAPH)
nRTJ = niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp (bv. pleegzorg, is niet bedoeling dat je ‘s morgens je valies
neemt en naar pleegzorg gaat)
- Vaak langere doorlooptijd, moeilijker te organiseren en vaak duurder
- Om hierbinnen te komen, moet je door de intersectorale toegangspoort, je moet een aanvraag doen,
je dossier wordt beoordeeld en dan kan je er terecht of niet
1.3 TOEPASSINGSGEBIED
Vroeger moest je zelf als kind of ouder weten bij welke hulpverlening je langs moest, nu niet meer, nu
juridische kader errond met niet meer 2 toegangspoorten maar 1 centrale toegangspoort
“Integraal” beperkt tot door Vlaanderen erkende aanbieders
Bareel = toegangspoort
1
, Prof. De Bondt: Jeugdrecht
Niet erkende (modules) van hulpverleners vallen buiten systeem van federale of Vlaamse bevoegdheid,
zelfstandig (handboek p188 voor voorbeelden)
1.4 RESPONSABILISERING
Responsabilisering en participatie van jongere + context staat centraal in integrale jeugdhulp, men probeert op
microniveau de eigen context maximaal te betrekken
Cfr. Eigen Kracht conferentie
- Familie, vrienden, buren, … kunnen hulp inroepen
- Plan van aanpak (onderscheid eigen kracht vs prof. hulp) – kan parallel aan een verplicht
hulpverleningstraject
- Coördinator = opgeleide vrijwilliger wordt aangesteld, gaat eerst met jongere aan de slag
(activeringsperiode): Wat is probleem? Oorzaak? Wie kan helpen?
- Voorbereiding = activeringsperiode van 6-8 weken
- Vergadering = informatieronde + overleg + voorstelling plan
Cfr. Eigen Kracht conferentie
Cfr. Familienetwerkberaad
Cfr. Dienst Ondersteuningsplan (VAPH)
Cfr. Burgerinitiatieven
Breed ondersteuningsbeleid
(Financieel) van de Vlaamse Overheid
1.5 CONTINUITEIT
Een jongere, één aanspreekpunt, één dossier (is niet altijd mogelijk door complexiteit van realiteit)
- Contactpersoon-aanmelder: als jongere contact zoekt met integrale jeugdhulp, zal die medewerker
contactpersoon blijven tot iemand anders de rol van hem/haar overneemt, dus niet doorverwijzen, is
beetje verwaterde versie van de trajectbegeleider
- Cliëntoverleg (casus leefloon, casus consultent JRB): iedere hulpverlener dat op dat moment bij het
gezin betrokken is stapt mee in overleg, er wordt gekeken wie er eigenlijk rond de tafel zit (kennen
elkaar niet altijd) Wat is problematiek? Wie werkt voor wat? Zo kan je tot conclusie komen dat er
een hulpverlener te veel of te weinig is
- Bemiddeling: bij discussie tussen jongere en hulpverleningsaanbieder gebruiken zodat hulpverlening
niet vroegtijdig stopgezet wordt
- Vertrouwenspersoon: persoon die jongere zelf kan kiezen
2