Volledige samenvatting week 1 t/m 4 van Forensische Orthopedagogiek van de nieuwe literatuur (3 boeken)!!
209 views 20 purchases
Course
4.3 Forensische Orthopedagogiek
Institution
Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR)
Book
Handboek Forensische orthopedagogiek
Volledige samenvatting van de nieuwe literatuur van week 1 t/m 4. Deze samenvattingen zijn ook los te verkrijgen. In de samenvatting zijn belangrijke afbeeldingen uit de boeken toegevoegd en is bepaalde informatie in tabellen gezet, zodat dit makkelijker te leren is. Tot slot zijn belangrijke woord...
Gevoel is explosief materiaal H2
Casus Nino
Jongen die van vwo naar vmbo kader gaat, in de criminaliteit beland en een hardcore crimineel wordt
in de jeugdgevangenis. Op zijn 29ste studeert hij al vier jaar toegepaste psychologie. Hoe is hij hier
gekomen en hoe heeft hij de zorg ervaren?
Risicofactoren bij Nino
- Opvliegerige vader
- Gescheiden ouders
- Agressieve/gewelddadige stiefvader (vertrekt uiteindelijk)
- Broer die agressief en verslaafd raakt + VB broer
- Nino agressief op school, teruggezet qua niveau
- Nino hyperactief en druk
- Nino spijbelen
- Nino heeft de neiging om dreigende situaties aan te gaan, te overheersen, zodat hij daarna
niet meer bang is daarvoor (weggaan is enger dan het aangaan)
- Weinig sturing vanuit ouders (vader uit beeld, moeder te druk met werk en 3 kinderen)
- Opgroeien in een stad met veel criminaliteit (Amsterdam Zuidoost)
- Armoede uit jeugd inhalen door veel geld te verdienen in criminaliteit
- Naar jeugdgevangenis (‘’daar ben ik crimineel geworden’’ overleven, doodsbang,
groepsdruk)
Beschermende factoren bij Nino
- Gevoel dat hij zijn zusje wil beschermen
- Goede klik met hulpverlener Erik die hem liet inzien dat hij ook iets anders kon worden.
Kwaliteiten hulpverlener Erik
De kwaliteiten van hulpverlener Erik, die Nino waardeerde
- Oprecht en eerlijk (‘’als jij iets verteld dat een gevaar is voor de maatschappij moet ik het
melden, anders moet ik zwijgen’’, en niet ‘’je kan me vertrouwen dat alles binnen deze
muren blijft’’)
- Bewustwording creëren bij Nino i.p.v. hem terechtwijzen
- Erkenning (‘’jeugd en situatie hebben invloed gehad op hoe je worden bent, niet enkel jouw
schuld’’)
- Voorbeeldrol (Nino wilde worden zoals Erik, Erik vertelde hoe hij dit kon worden)
- Niet straffen (dat had hij al zo vaak gehoord/meegemaakt)
- Respect / begrip kunnen opbrengen voor de situatie
Vervolg casus Nino
Nino ging vervolgens een opleiding volgen en werken in de jeugdgevangenis waar hij zelf ook gezeten
heeft. Hij heeft nog steeds contact met zijn criminele vrienden en snapt niet dat anderen adviseren
met hen te breken. Zij zijn er voor hem geweest in tijdens van nood. Ze zijn trots op wat hij doet en
trekken hem niet terug de criminele wereld in. Als hulpverlener ziet hij dat jongeren die in de
criminele wereld zitten moeite hebben met luisteren als ze tegenover een volwassene zitten
weten ze al dat ze beschuldigd of gestraft gaan worden en luisteren ze niet goed. Verder beoordelen
1
,ze de persoon (‘’die man haat mij’’) in plaats van de functie die die persoon heeft (‘’als politieman
moet hij me beboeten voor wat ik heb gedaan, dat is niets persoonlijks’’).
Uithuisgeplaatste Jongeren H1
Uithuisplaatsing: wat is het, voor wie & wanneer?
Uithuisplaatsing = iemand wordt voor kortere of langere tijd in een ander milieu geplaatst dan waar
de opvoeding normaal plaatsvindt (in het eigen gezin). Dit verblijf kan verschillende vormen hebben:
- Plaatsing in gezinsverband Pleeggezin, zorgboerderij, logeerhuis etc.
- Plaatsing in leefgroepsverband instelling voor residentiele of intramurale zorg
Opname voor daghulp valt niet onder een uithuisplaatsing, iemand slaapt dan namelijk thuis. Een
opname van een jongere voor kamertraining valt wel onder een uithuisplaatsing, omdat iemand dan
‘’op kamers’’ woont, maar er ook gemeenschappelijke groepsruimtes zijn.
Voor wie?
Meer jongeren krijgen jeugdhulp met verblijf dan jeugdhulp zonder verblijf. Hoewel het beleid
gericht zou moeten zijn op ambulante hulp, is er zelfs na de invoering van de Jeugdwet weinig
verschoven van residentiele hulp naar ambulante hulp terwijl ambulante hulp wel goedkoper is!
Het aantal uithuisplaatsingen is de laatste jaren toegenomen. 1/3de van de uithuisgeplaatste heeft de
basisschoolleeftijd. In Nederland liggen we net iets boven het gemiddelde van uithuisplaatsingen
vergeleken met andere West-Europese landen.
Wanneer?
Kinderen mogen niet gescheiden worden van de ouders, mits dit in het belang is van het kind (IVRK,
artikel 9). Ouders zijn verantwoordelijk voor de opvoeding (IVRK, artikel 18), hebben het recht en de
plicht het kind zelf op te voeden én het kind heeft het recht door hen opgevoed te worden (IVRK,
artikel 7). Mits er geen sprake is van geestelijk of lichamelijk geweld.
Een uithuisplaatsing kan op vrijwillige of op gedwongen basis:
- Vrijwillig uitsluitend met instemming van/in overleg met de ouders. De gemeente moet
dan besluiten tot een uithuisplaatsing met verleningsbeschikking.
- Gedwongen machtiging door de kinderrechter + indicatiebesluit van de gemeente. Ook bij
een OTS moet de kinderrechter de machtiging afgeven, ook als ouders akkoord gaan.
OTS = wordt afgegeven als het kind in de ontwikkeling/gezondheid wordt bedreigd, ouders
onvoldoende/geen hulp accepteren, maar wel verwacht wordt dat ouders binnen afzienbare tijd de
verantwoordelijkheid voor de opvoeding weer kunnen dragen.
- !! De OTS kan aangevuld worden met een machtiging uithuisplaatsing. Een UHP wordt altijd
binnen een OTS afgegeven (is geen opzichzelfstaande kinderbeschermingsmaatregel).
- Voor 1 jaar (kan verlengd worden)
Gesloten jeugdhulp = wordt gedaan als er sprake is van ernstige opvoedproblemen + voorkomen dat
een jongeren zich aan de zorg onttrekt. Er is hiervoor een specifieke rechtelijke machtiging gesloten
jeugdzorg nodig!
Richtlijn Uithuisplaatsing
Professionals moeten zichzelf deze 5 vragen stellen:
1. Zijn de opvoedcapaciteiten van ouders en de ontwikkelingsbehoeftes van het kind in balans?
2. Is het uit balans zijn van deze opvoedcapaciteiten en ontwikkelingsbehoeftes gerelateerd aan
belangrijke gezins- en omgevingsfactoren?
2
, 3. Zijn de opvoedcapaciteiten en ontwikkelingsbehoeftes met steun van het sociale netwerk in
balans te brengen?
4. Zijn de opvoedcapaciteiten en ontwikkelingsbehoeftes met hulpverlening binnen een (half)
jaar in balans te brengen?
5. Is UHP nog te voorkomen met een gerichte interventie?
Als er op een van deze vragen met ‘’nee’’ geantwoord wordt zal worden toegewerkt naar een UHP.
De auteurs van deze richtlijn suggereren om het Framework fort he Assessment of Children in Need
and their Families toe te passen voor het orderenen van relevantie informatie:
- Kind: gezondheid, cognitieve/emotionele ontwikkeling, gedrag, vaardigheden
- Ouders: verzorging, veiligheid, warmte, regels/grenzen, stabiliteit
- Gezins- en omgevingsfactoren: huisvesting, inkomen, buurt, verleden, sportclub etc.
Belangrijkste redenen voor uithuisplaatsing
Problemen bij de jeugdige Problemen in de opvoeding
Ernstige emotionele en gedragsproblemen Ernstige en langdurige kindermishandeling of
hoog risico hierop
Gevaarlijk/bedreigend gedrag richting Tekort aan opvoedingsvaardigheden
gezinsleden
Verminderd contact met de realiteit (psychose, Grote onveiligheid in de ouder-kind relatie
AM, suïcide) (onveilige/gedesoriënteerde hechting)
Kan ook na een ‘critical incident’ Kan ook bij slechte psychische conditie van de
ouder, te lage draagkracht of hevige conflicten
Het is vaak een combinatie van kind- en ouderfactoren die leiden tot een onherstelbare disbalans.
Keuze plaatsingsmilieu
Voorkeur voor kleinschalige, gezinsgerichte opvang, zo veel mogelijk binnen het eigen netwerk.
1. Eigen netwerk
2. Pleeggezin
3. Pleeggezin + elders behandelen (bij gedrags-en ontwikkelingsproblemen)
4. Gezinshuis of residentiele instelling (bij te ernstige gedrags- en ontwikkelingsproblemen)
Kwaliteit besluitvorming UHP
Uit onderzoek blijkt dat:
- Zelfde probleembeschrijving leidt tot andere keuzes over noodzaak van wel/niet UHP
- Zorgtoewijzing vindt niet plaats zoals van tevoren gepland (bv. door plaatsgebrek/wachtlijst)
- Meervoudige problematiek jeugdigen leidt tot afwijzing door residentiele instellingen
- Gebrek aan onderbouwing van de UHP (niet o.b.v. behoeften jongeren of gebrek aan info)
De houding van de beslissing nemers t.o.v. UHP blijkt een grote rol te spelen (bv. kritisch over effect
UHP). Verder bleek in vervolgonderzoek naar de argumenten van Nederlandse beslissing nemers dat
er grote variëteit was. Gemiddeld vaak maar 3 argumenten die enkel hun eigen beslissing
goedspraken. Geen weerleggingen van mogelijke tegenargumenten.
Factoren die beïnvloeden hoe iemand beslist over UHP:
- Attitude tegenover UHP
- Langer werkzaam = minder snel UHP
- Context (drukke caseload, perceptie over hulpbronnen thuis om plaatsing te vermijden)
3
,De laatste jaren wil men dat jongeren meer inspraak krijgen in de beslissing van UHP. In de praktijk
blijkt echter dat het doel ‘betekenisvolle participatie’ nog niet goed bereikt wordt, doordat het bv.
een gedwongen plaatsing is. In Nederland, maar ook in andere West-Europese landen, is de
participatiegraad hierin laag.
Na de Uithuisplaatsing
Hoewel het beleid ‘kleinschalige, gezinsgerichte opvang’ is, is het aantal kinderen in pleegzorg
redelijk gelijk gebleven.
Verder hebben de kinderen recht op onderwijs. Zij kunnen vaker dan thuiswonende kinderen niet
deelnemen aan regulier onderwijs, door de ernstige emotionele- en gedragsproblemen. Het
onderwijs van de kinderen moet niet alleen aansluiten op de kennis en vaardigheden, maar moet ook
iets doen met de vorming van de persoon (zelfdeterminantie theorie: autonomie en verbondenheid
staan centraal). Kinderen met UHP kunnen problemen hebben op school. Ongeveer 1/3 de heeft
aanvullend problemen met sociale vaardigheden en aandacht.
- Kinderen in gezinshuizen/pleegzorg meestal naar regulier onderwijs
- Kinderen in een open & gesloten residentiele jeugdzorginstelling meestal speciaal
onderwijs (in een school verbonden aan de instelling)
Niet voor alle jongeren is het haalbaar om een volledig onderwijsprogramma te volgen, omdat ze
door hun ernstige beperkingen maar beperkt belastbaar zijn. Deze jongeren zijn gebaat bij passende
zorg-onderwijsarrangementen. Het is in specifieke situaties mogelijk af te wijken van het verplichte
aantal minimum schooluren.
Forensische Orthopedagogiek H1
Wat is forensische orthopedagogiek?
Forensische Orthopedagogiek = bestudeert de ontwikkeling en het in stand blijven van complexe
problematiek van kinderen, jongeren en jongvolwassenen. Denk hierbij aan delinquentie, ernstige
internaliserende, externaliserende of sociale problemen + daarmee samenhangende
opvoedingsproblemen, zoals kindermishandeling. De problemen zijn zo ernstig dat justitieel ingrijpen
(strafrechtelijk of civiel) dreigt of is ingezet.
Strafrechtelijk ingrijpen strafbaar feit, waardoor zorg wordt ingezet om recidive te voorkomen.
Civielrechtelijk ingrijpen zorgen over de veiligheid/ontwikkeling van het kind, waardoor er zorg
wordt ingezet om het kind te beschermen.
Forensische orthopedagogiek onderzoekt de effectiviteit van (justitiële) preventieve en curatieve
interventies onder praktijk-representatieve condities.
- Dit gebeurd op basis van kennis over statische (onveranderbare) en dynamische
(veranderbare) factoren die invloed hebben op het ontstaan en in stand houden van
gedrags- en opvoedingsproblemen.
- Verder is er kennis over hoe deze factoren beïnvloed kunnen worden op het niveau van het
kind, gezin en het systeem.
Forensische orthopedagogiek is hierdoor een interventiewetenschap met een multidisciplinair
karakter (maakt gebruik van kennis uit verschillende disciplines, bv. pedagogiek en criminologie).
Forensische orthopedagogiek bestudeert op welke manier ernstige ontwikkelingsrisico’s
voorkomen, beperkt of weggenomen kunnen worden.
Verder bestudeert de forensische orthopedagogiek hoe beschermende factoren (veerkracht,
vaardigheden) versterkt kunnen worden.
4
, Opvoeding
Opvoeden vindt in verschillende omgevingen plaats:
- Eerste opvoedingsmilieu: gezin/thuisomgeving
- Tweede opvoedingsmilieu: school
- Derde opvoedingsmilieu: domein van leeftijdsgenoten en vrije tijd
- Vierde opvoedingsmilieu: (semi-)residentiele zorg (bevat aspecten van bovenstaande
milieus)
Kinderdagverblijven tot gesloten jeugdzorg
Ecologisch ontwikkelingsmodel (Bronfenbrenner)
Beginpunt van de forensische orthopedagogiek, waarbij de ontwikkeling van het kind wordt gezien
als een samenspel van aanleg (biologische factoren) en omgeving.
Ecologisch = meerdere (causale) invloeden worden bestudeerd. Deze invloeden zijn:
- Individuele kenmerken kind (temperament)
- Individuele kenmerken ouder (persoonlijkheid)
- Interactie tussen kind en ouder
- Directe sociale omgeving (school, vrije tijd, vrienden)
- Sociaal-culturele context
Ontwikkeling = Niet enkel het kind en diens gedrag, maar ook de sociale context en de risico- en
beschermende factoren die veranderen met het ouder worden.
Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK)
In het IVRK is de leidraad voor de forensische orthopedagogiek, met 4 artikelen in hij bijzonder:
- Artikel 3 Belang van het kind
- Artikel 9 Recht op gezinsleven (opgroeien bij ouders)
- Artikel 12 Recht op participatie (kind moet gehoord worden, mening mogen geven)
- Artikel 16 Geen geoorloofde interventie (er mag geen onrechtmatige inmenging zijn je
privé leven, gezinsleven of woning).
Forensische orthopedagogiek is hiermee niet alleen evidence-based, maar ook georiënteerd op het
verhelderen van waarden. Het is kritisch t.a.v. vormen van ingrijpen die een inbreuk maken op de
rechten en autonomie van het kind. Een UHP is bijvoorbeeld een laatste redmiddel.
Het kind moet betrokken worden bij beslissingen en in het hulpproces, zodat aan de basale
behoeften van zelfdeterminatie (=contact, competentie en autonomie) kan worden voldaan.
Onderzoek
Elke vorm van (justitieel) ingrijpen kan risico’s meebrengen daarom moeten interventies worden
onderzocht op effectiviteit volgens de meest strenge criteria van wetenschappelijk onderzoek. Hierbij
geldt het primum non nocere-principe (= in eerste plaats geen schade toebrengen).
Sommige interventies kunnen onder dwang of drang worden opgelegd aan mensen. De effectiviteit
van deze interventie kan deze dwang of drang rechtvaardigen.
De onderzoeksdoeleinden van forensische orthopedagogiek zijn:
- Bestuderen van verschillende manifestaties van problemen waarin justitieel ingrijpen dreigt
of wordt ingezet.
- Ontwikkelen en evalueren van preventieve en curatieve (justitiële) interventies die zich
richten op de oorzaken en gevolgen van kindermishandeling/verwaarlozing/ delinquentie.
5
The benefits of buying summaries with Stuvia:
Guaranteed quality through customer reviews
Stuvia customers have reviewed more than 700,000 summaries. This how you know that you are buying the best documents.
Quick and easy check-out
You can quickly pay through credit card or Stuvia-credit for the summaries. There is no membership needed.
Focus on what matters
Your fellow students write the study notes themselves, which is why the documents are always reliable and up-to-date. This ensures you quickly get to the core!
Frequently asked questions
What do I get when I buy this document?
You get a PDF, available immediately after your purchase. The purchased document is accessible anytime, anywhere and indefinitely through your profile.
Satisfaction guarantee: how does it work?
Our satisfaction guarantee ensures that you always find a study document that suits you well. You fill out a form, and our customer service team takes care of the rest.
Who am I buying these notes from?
Stuvia is a marketplace, so you are not buying this document from us, but from seller madelieflambregts. Stuvia facilitates payment to the seller.
Will I be stuck with a subscription?
No, you only buy these notes for $10.25. You're not tied to anything after your purchase.