Hoofdstuk 6: Eukaryote cellen II
• Endomembraansysteem: RER en SER (allemaal membranen: buizen, zakken en blaasjes)
↓
geheel via vesikeltransport naar golgi-apparaat, lysosomen, extracellulair milieu
• ER: bestaat uit cisternae die verbonden zijn ↱ vesikels
▪ RER: eiwitsynthese: → blijven in systeem of worden getransporteerd
→ modificatie in lumen van ER door enzymen die suikers of →
→ lipiden toevoegen
▪ GER: → buisvormig
→ synthese koolhydraten, vetzuren, lipiden, steroïden
→ hoeveelheid afhankelijk van cel tot cel
• Golgi-apparaat:
▪ Afgevlakte membraanzakken
Modificeren, ▪ Lumen niet verbonden
sorteren, ▪ Cis-zijde: oriëntatie naar nucleus (opname)
verpakken van ▪ Trans-zijde: oriëntatie naar plasmamembraan (wegsturen)
proteïnen
→ Exocytose of secretie
→ Anterogade transport: van cis naar trans en verder
→ Retrogade transport: vesikels terug naar ER
• Lysosomen: (dieren)
▪ Primaire lysosomen < vesikels van golgi → gemaakt in RER en met suikersignaal
▪ Recyclatie biologische moleculen
▪ Bescherming cel (bv. van endosomen)
Secretie: stoffen worden elders gebruikt
Excretie: stoffen zijn afvalstoffen
• Vacuole: (planten, fungi)
▪ 1 membraan: tonoplast
▪ Geen onderscheidbare interne structuren
▪ Samensmelting tot grote vacuole
▪ Afweer tegen herbivoren
▪ Autofagie = afbraak en recyclage van celorganellen en stoffen
▪ Structuur en vorm → turgordruk
• Peroxisomen: (dieren, planten)
▪ 1 membraan met in lumen oxidasen
→ H naar O2 → H2O2 (toxisch) => katalyse zet H2O2 om in H2O of O2
→ Afbraakplaats lange vetzuren (>22 C) → mitochondriën voor verdere afbraak via
β-oxidatie
→ Afbraak toxische verbindingen
→ Glyoxisomen: (in plantenzaden) lipiden naar suikers
• Cytoskelet: eiwitaggregaten die vezels vormen
→ mechanische ondersteuning cel, voortbeweging, transport in cel
→ dynamisch, constante variatie (opbouw/ afbraak van vezels)
→ microtubuli: stijf, hol, intracellulair transport, celdeling
• Endomembraansysteem: RER en SER (allemaal membranen: buizen, zakken en blaasjes)
↓
geheel via vesikeltransport naar golgi-apparaat, lysosomen, extracellulair milieu
• ER: bestaat uit cisternae die verbonden zijn ↱ vesikels
▪ RER: eiwitsynthese: → blijven in systeem of worden getransporteerd
→ modificatie in lumen van ER door enzymen die suikers of →
→ lipiden toevoegen
▪ GER: → buisvormig
→ synthese koolhydraten, vetzuren, lipiden, steroïden
→ hoeveelheid afhankelijk van cel tot cel
• Golgi-apparaat:
▪ Afgevlakte membraanzakken
Modificeren, ▪ Lumen niet verbonden
sorteren, ▪ Cis-zijde: oriëntatie naar nucleus (opname)
verpakken van ▪ Trans-zijde: oriëntatie naar plasmamembraan (wegsturen)
proteïnen
→ Exocytose of secretie
→ Anterogade transport: van cis naar trans en verder
→ Retrogade transport: vesikels terug naar ER
• Lysosomen: (dieren)
▪ Primaire lysosomen < vesikels van golgi → gemaakt in RER en met suikersignaal
▪ Recyclatie biologische moleculen
▪ Bescherming cel (bv. van endosomen)
Secretie: stoffen worden elders gebruikt
Excretie: stoffen zijn afvalstoffen
• Vacuole: (planten, fungi)
▪ 1 membraan: tonoplast
▪ Geen onderscheidbare interne structuren
▪ Samensmelting tot grote vacuole
▪ Afweer tegen herbivoren
▪ Autofagie = afbraak en recyclage van celorganellen en stoffen
▪ Structuur en vorm → turgordruk
• Peroxisomen: (dieren, planten)
▪ 1 membraan met in lumen oxidasen
→ H naar O2 → H2O2 (toxisch) => katalyse zet H2O2 om in H2O of O2
→ Afbraakplaats lange vetzuren (>22 C) → mitochondriën voor verdere afbraak via
β-oxidatie
→ Afbraak toxische verbindingen
→ Glyoxisomen: (in plantenzaden) lipiden naar suikers
• Cytoskelet: eiwitaggregaten die vezels vormen
→ mechanische ondersteuning cel, voortbeweging, transport in cel
→ dynamisch, constante variatie (opbouw/ afbraak van vezels)
→ microtubuli: stijf, hol, intracellulair transport, celdeling