THEORIE VAN HET STADSONTWERP: SAMENVATTING LESSEN + PPT
Les 1: Case Kempen: van terra incognita tot hotspot (14 pagina’s) 3
Les 2: Case Antwerpen: ringlandschap (15 pagina’s) 16
Les 3: Patronen (9 pagina’s) 30
Les 4: Collectieve ruimte (17 pagina’s) 38
Les 5: Geïntegreerd ontwerpen (4 pagina’s) 54
1
,2
,THEORIE VAN HET STADSONTWERP
Literatuur: aanvullend bij de les, niet verplicht
Deze les: omvat stedenbouwkundige concepten vanaf de 19de eeuw
CASE KEMPEN
“Van terra incognita tot hotspot”
Met tal van externe en interne grenzen heeft men de Kempen doorheen de tijd trachten af te bakenen en in te delen
in subregio’s. Geen van die grenzen zijn volledig objectief te onderbouwen, wat wetenschappers deed besluiten dat
een exacte afbakening van de Kempen wellicht onmogelijk is.
Doorheen de tijd: nieuwe grenzen en subregio’s
→ grenzen heel onduidelijk: voorkempen, zuiderkempen etc..
Deze case: vooral kijken naar de Antwerpse Kempen
Dialecten: Ook de verspreiding van dialectwoorden laat geen duidelijke afbakening van de Kempen zien.
Concentratie kempische bedrijven: Het aantal bedrijven per 1.000 met een naam waarin ‘Kempen’ of een afgeleide
vorm ervan voorkomt. Dit schetst een mentaal beeld van de regio. Hier associeert men zich met de Kempen. De vele
bedrijven in de Maasvallei zijn te wijten aan namen als ‘Van Kempen’ en ‘Kempenaers’.
Familienaam ‘Kempenaers’: komt net vooral voor buiten de Kempen.
Vroeger: zandvlakken en riviervalleien
Nu: nog inderdaad veel groen, maar ook grijze vlakken (verstedelijking)
EVOLUTIE Kempense heidelandschap < 1840
→ Het natuurlijke, bijna maagdelijke landschap van de Kempen zou in de twintigste eeuw in een mum van tijd
transformeren tot een van de meest geïndustrialiseerde regio’s van België.
→ Het verstedelijkingspatroon van de Kempen wordt vaak aangehaald als exemplarisch voor de wanordelijke
verstedelijking, geassocieerd met de zogenaamde diffuse ‘rasterstad’.
→ Deze schijnbare isotrope conditie werd sinds de oprichting van de Belgische staat gedeeltelijk gestuurd door
infrastructuur. Die infrastructuurprojecten zijn vandaag nog nationale monumenten, met ronkende namen die de
toenmalige internationale ambities onthullen, of ten minste een nationale bravoure: de Yzeren Rijn, het Albertkanaal
en de Koning Boudewijnsnelweg.
Moeras, dennenbomen, zandvlaktes, heide,…
Verbazing door trein in de Kempen, hoort er precies niet bij: men denkt aan rust en vlakte
Nu: groen ja, maar geen vlakte meer (hoe? Komt later nog)
Stedenbouwkundige modellen gebaseerd op autarkie en gericht isolement:
3
, - Kempen wit vlak in 1705: vooral zandhopen en heel soms een kerk
- toch kleine gemeenschappen die rust opzoeken: bv abdij, paters, kloosters…
- ook Kunstenaars zoeken de Kempen op omwille van de desolaatheid en stilte
- weinig verkeer door de Kempen door weinig infrastructuur investeringen
- ze hadden schrik om grote straten aan te leggen voor de Nederlanders, België was net onafhankelijk
- weinig infrastructuur in de Kempen werd dus een tijd bewust in stand gehouden
- wel militaire investeringen om mogelijke invasie van Nederland tegen te houden
- één van de eerste nieuwe ontwikkelingen was een militair kamp
- Kamp Leopoldsburg (1835) bestond uit 1250 barakken en tenten, inclusief een koninklijk paleis
- nu nog altijd in de oude Kempen terug te vinden
De meeste beleidsmakers beschouwden echter de ‘maagdelijke’ status van de regio als onwaardig voor een
geïndustrialiseerd land en pleitten voor een ‘valorizatie’ van de streek en om de woeste gronden te temmen.
4
Les 1: Case Kempen: van terra incognita tot hotspot (14 pagina’s) 3
Les 2: Case Antwerpen: ringlandschap (15 pagina’s) 16
Les 3: Patronen (9 pagina’s) 30
Les 4: Collectieve ruimte (17 pagina’s) 38
Les 5: Geïntegreerd ontwerpen (4 pagina’s) 54
1
,2
,THEORIE VAN HET STADSONTWERP
Literatuur: aanvullend bij de les, niet verplicht
Deze les: omvat stedenbouwkundige concepten vanaf de 19de eeuw
CASE KEMPEN
“Van terra incognita tot hotspot”
Met tal van externe en interne grenzen heeft men de Kempen doorheen de tijd trachten af te bakenen en in te delen
in subregio’s. Geen van die grenzen zijn volledig objectief te onderbouwen, wat wetenschappers deed besluiten dat
een exacte afbakening van de Kempen wellicht onmogelijk is.
Doorheen de tijd: nieuwe grenzen en subregio’s
→ grenzen heel onduidelijk: voorkempen, zuiderkempen etc..
Deze case: vooral kijken naar de Antwerpse Kempen
Dialecten: Ook de verspreiding van dialectwoorden laat geen duidelijke afbakening van de Kempen zien.
Concentratie kempische bedrijven: Het aantal bedrijven per 1.000 met een naam waarin ‘Kempen’ of een afgeleide
vorm ervan voorkomt. Dit schetst een mentaal beeld van de regio. Hier associeert men zich met de Kempen. De vele
bedrijven in de Maasvallei zijn te wijten aan namen als ‘Van Kempen’ en ‘Kempenaers’.
Familienaam ‘Kempenaers’: komt net vooral voor buiten de Kempen.
Vroeger: zandvlakken en riviervalleien
Nu: nog inderdaad veel groen, maar ook grijze vlakken (verstedelijking)
EVOLUTIE Kempense heidelandschap < 1840
→ Het natuurlijke, bijna maagdelijke landschap van de Kempen zou in de twintigste eeuw in een mum van tijd
transformeren tot een van de meest geïndustrialiseerde regio’s van België.
→ Het verstedelijkingspatroon van de Kempen wordt vaak aangehaald als exemplarisch voor de wanordelijke
verstedelijking, geassocieerd met de zogenaamde diffuse ‘rasterstad’.
→ Deze schijnbare isotrope conditie werd sinds de oprichting van de Belgische staat gedeeltelijk gestuurd door
infrastructuur. Die infrastructuurprojecten zijn vandaag nog nationale monumenten, met ronkende namen die de
toenmalige internationale ambities onthullen, of ten minste een nationale bravoure: de Yzeren Rijn, het Albertkanaal
en de Koning Boudewijnsnelweg.
Moeras, dennenbomen, zandvlaktes, heide,…
Verbazing door trein in de Kempen, hoort er precies niet bij: men denkt aan rust en vlakte
Nu: groen ja, maar geen vlakte meer (hoe? Komt later nog)
Stedenbouwkundige modellen gebaseerd op autarkie en gericht isolement:
3
, - Kempen wit vlak in 1705: vooral zandhopen en heel soms een kerk
- toch kleine gemeenschappen die rust opzoeken: bv abdij, paters, kloosters…
- ook Kunstenaars zoeken de Kempen op omwille van de desolaatheid en stilte
- weinig verkeer door de Kempen door weinig infrastructuur investeringen
- ze hadden schrik om grote straten aan te leggen voor de Nederlanders, België was net onafhankelijk
- weinig infrastructuur in de Kempen werd dus een tijd bewust in stand gehouden
- wel militaire investeringen om mogelijke invasie van Nederland tegen te houden
- één van de eerste nieuwe ontwikkelingen was een militair kamp
- Kamp Leopoldsburg (1835) bestond uit 1250 barakken en tenten, inclusief een koninklijk paleis
- nu nog altijd in de oude Kempen terug te vinden
De meeste beleidsmakers beschouwden echter de ‘maagdelijke’ status van de regio als onwaardig voor een
geïndustrialiseerd land en pleitten voor een ‘valorizatie’ van de streek en om de woeste gronden te temmen.
4