Digitale Reproductietechnieken
1. LICHT EN KLEUR
1.1. Begrip
Licht =
- Zichtbare stralingsenergie uit lichtbron
- Rechtlijnig voortplanten → alle richtingen
o 300.000 km/s
- Bepaalde amplitude
o Lichtintensiteit
- Bepaalde golflengte
o Kleur
1.2. Licht
Lichtbron straalt golven uit
- Trillen op bepaalde golflengte
o 380 – 740 nm → zichtbaar spectrum
▪ Elk andere kleur
▪ Som = wit licht
▪ Opgesplitst in 3 golflengtegebieden
• Blauw (400-500)
• Groen (500-600)
• Rood (600-700)
o 100 – 380 nm → ultravioletstraling
▪ 3 soorten
o 700 – 1.000.000 nm → infraroodstraling
1.3. Perceptie van de kleur
Kleur zien:
- Lichtbron
- Voorwerp waarop licht valt
- Oog
- Hersenen
Kleurvisus = vermogen van organisme om voorwerpen te onderscheiden op basis van
golflengte van licht dat die voorwerpen weerkaatsen
- Gele citroen
o Straalt geen geel licht uit
o Absorbeert alle golflengtes behalve geel
o Weerkaatste licht prikkelt KAKA’s
2 soorten zintuigcellen:
- Staafjes
o Weinig licht → actief
o Helderheidsverschillen
- Kegeltjes
1
, o Voldoende licht → actief
o Helderheids- + kleurverschillen
3 soorten kegels:
- Elk ander pigment
- Verschillende kleurgevoeligheid
1.4. Emissiespectrum en kleurentemperatuur
Samenstelling lichtbron → belicht voorwerp anders belichten → reflecterende licht ook
anders
- Oog past zich aan
- Belicht drukvorm
o Gebruik van lichtgevoelige emulsies
o Passen zicht niet aan!
➔ samenstelling kennen van licht is belangrijk
HOE?
- Emissiespectrum van lichtbron weergeven
o = verhouding van stralingsenergie die lichtbron uitzendt/golflengte
▪ Continue spectrum
▪ Discontinue spectrum
- Kleurtemperatuur
o = temp waarbij zwart lichaam licht uitstraalt die zelfde lichtindruk geeft als
lichtbron
▪ Kleur staaf verandert met temp
▪ Hoger = witter
▪ 2 lichtbronnen kunnen andere spectrale samenstelling hebben maar
zelfde lichtindruk
▪ Alleen voor continue emissiespectrum!
1.5. Kleurenmenging
Kleuren beoordelen
- Op beeldscherm → licht
- Op drukwerk → pigment
2 manieren om kleuren te mengen
Additieve Subtractieve
Primairen = R G B Primairen = C M G
Vertrekken van donkere omgeving Vertrekken van lichte omgeving
Som = wit licht Som = zwart
Menging van kleuren door menging van Absorberen licht door pigment
lichtintensiteiten - Gaat gedeelten van licht
- ° kleurschakelingen absorberen/reflecteren
- 8-bit per kleur - Gereflecteerd licht zwakker
o Andere samenstelling
o Andere kleur
Kleur = ...intensiteit R + ...intensiteit G o Alles onttrokken = zwart
+...intensiteit B Menging van kleuren door gebruik van
rastertechnieken
2
, Toepassingen: Toepassingen:
- Beelschermen - Print- en drukwerk
- Projecties
Autotypische kleurenmenging:
= waarneming waarbij de beide kleurmengsystemen naast elkaar te zien zijn
Meerkleurendruk → subtractieve menging
- Grote + kleine rasterpunten in CMY
- Op en naast elkaar drukken
- Kijken → rasterpunten samen 1 geheel
o Additief gemengd
Hoe verschillende kleuren aanmaken in …?
RGB Menging van lichtintensiteiten
CMYK Werken met transparante inkten
Licht en kleur:
Waarnemen van kleuren
- Kleur voorwerp bepaald door
o Kleur lichtbron +
o Spectrale transmissiefactor
o Of spectrale reflectiefactor van voorwerp
Dus = indien er wit licht op een rood voorwerp valt, zal dit voorwerp enkel het rode gedeelte
van het opvallende licht weerkaatsen of doorlaten
3
, Maar wat gebeurt er met een kleur indien er geen wit licht op valt, indien niet het volledig
spectrum aanwezig is?
- Bv cyaan voorwerp onder gele lichtbron
- De kleur van voorwerp zal groen zijn
2. EIGENSCHAPPEN VAN DIGITALE BEELDEN
2.1. Vector vs. pixels
manieren digitaal beeld opbouwen
Bestandsformaten → veel soorten digitale beelden
2 belangrijke soorten
Vectorbeelden Pixelbeelden
Tekeningen, lijnwerk, teksten, … Foto’s, filtereffecten, schaduwen, …
Tekenprogramma’s Uit pixels in rooster
- Lijnsegmenten Bestandsgrootte bepaald door afmetingen
- Curven beeld
Tekeningen = wiskundige berekeningen Resolutieafhankelijk
Verkleinen + vergroten → formules Uitvergroten → pixelstructuur duidelijk
- Zonder kwaliteitsverlies Meest voorkomend
Beeld transformeren → meetwaarden vast
- Scanner
GEEN RESOLUTIE! - Digitale fotografie + bewerkingen
- Pas bij doorsturen naar outputapp
of verwerkingsprog Bestandsformaten
Desktop: .PSD .TIFF .PICT .BMP
Postscriptfonts Web: .JPEG .GIF .PNG
Elk font:
- Pixeldata
o Afbeelding scherm
- Vectordata
o Letter groter en kleiner
maken
o Maar uiterlijke
eigenschappen houden bij
resolutie!
Bestandsformaten
4
1. LICHT EN KLEUR
1.1. Begrip
Licht =
- Zichtbare stralingsenergie uit lichtbron
- Rechtlijnig voortplanten → alle richtingen
o 300.000 km/s
- Bepaalde amplitude
o Lichtintensiteit
- Bepaalde golflengte
o Kleur
1.2. Licht
Lichtbron straalt golven uit
- Trillen op bepaalde golflengte
o 380 – 740 nm → zichtbaar spectrum
▪ Elk andere kleur
▪ Som = wit licht
▪ Opgesplitst in 3 golflengtegebieden
• Blauw (400-500)
• Groen (500-600)
• Rood (600-700)
o 100 – 380 nm → ultravioletstraling
▪ 3 soorten
o 700 – 1.000.000 nm → infraroodstraling
1.3. Perceptie van de kleur
Kleur zien:
- Lichtbron
- Voorwerp waarop licht valt
- Oog
- Hersenen
Kleurvisus = vermogen van organisme om voorwerpen te onderscheiden op basis van
golflengte van licht dat die voorwerpen weerkaatsen
- Gele citroen
o Straalt geen geel licht uit
o Absorbeert alle golflengtes behalve geel
o Weerkaatste licht prikkelt KAKA’s
2 soorten zintuigcellen:
- Staafjes
o Weinig licht → actief
o Helderheidsverschillen
- Kegeltjes
1
, o Voldoende licht → actief
o Helderheids- + kleurverschillen
3 soorten kegels:
- Elk ander pigment
- Verschillende kleurgevoeligheid
1.4. Emissiespectrum en kleurentemperatuur
Samenstelling lichtbron → belicht voorwerp anders belichten → reflecterende licht ook
anders
- Oog past zich aan
- Belicht drukvorm
o Gebruik van lichtgevoelige emulsies
o Passen zicht niet aan!
➔ samenstelling kennen van licht is belangrijk
HOE?
- Emissiespectrum van lichtbron weergeven
o = verhouding van stralingsenergie die lichtbron uitzendt/golflengte
▪ Continue spectrum
▪ Discontinue spectrum
- Kleurtemperatuur
o = temp waarbij zwart lichaam licht uitstraalt die zelfde lichtindruk geeft als
lichtbron
▪ Kleur staaf verandert met temp
▪ Hoger = witter
▪ 2 lichtbronnen kunnen andere spectrale samenstelling hebben maar
zelfde lichtindruk
▪ Alleen voor continue emissiespectrum!
1.5. Kleurenmenging
Kleuren beoordelen
- Op beeldscherm → licht
- Op drukwerk → pigment
2 manieren om kleuren te mengen
Additieve Subtractieve
Primairen = R G B Primairen = C M G
Vertrekken van donkere omgeving Vertrekken van lichte omgeving
Som = wit licht Som = zwart
Menging van kleuren door menging van Absorberen licht door pigment
lichtintensiteiten - Gaat gedeelten van licht
- ° kleurschakelingen absorberen/reflecteren
- 8-bit per kleur - Gereflecteerd licht zwakker
o Andere samenstelling
o Andere kleur
Kleur = ...intensiteit R + ...intensiteit G o Alles onttrokken = zwart
+...intensiteit B Menging van kleuren door gebruik van
rastertechnieken
2
, Toepassingen: Toepassingen:
- Beelschermen - Print- en drukwerk
- Projecties
Autotypische kleurenmenging:
= waarneming waarbij de beide kleurmengsystemen naast elkaar te zien zijn
Meerkleurendruk → subtractieve menging
- Grote + kleine rasterpunten in CMY
- Op en naast elkaar drukken
- Kijken → rasterpunten samen 1 geheel
o Additief gemengd
Hoe verschillende kleuren aanmaken in …?
RGB Menging van lichtintensiteiten
CMYK Werken met transparante inkten
Licht en kleur:
Waarnemen van kleuren
- Kleur voorwerp bepaald door
o Kleur lichtbron +
o Spectrale transmissiefactor
o Of spectrale reflectiefactor van voorwerp
Dus = indien er wit licht op een rood voorwerp valt, zal dit voorwerp enkel het rode gedeelte
van het opvallende licht weerkaatsen of doorlaten
3
, Maar wat gebeurt er met een kleur indien er geen wit licht op valt, indien niet het volledig
spectrum aanwezig is?
- Bv cyaan voorwerp onder gele lichtbron
- De kleur van voorwerp zal groen zijn
2. EIGENSCHAPPEN VAN DIGITALE BEELDEN
2.1. Vector vs. pixels
manieren digitaal beeld opbouwen
Bestandsformaten → veel soorten digitale beelden
2 belangrijke soorten
Vectorbeelden Pixelbeelden
Tekeningen, lijnwerk, teksten, … Foto’s, filtereffecten, schaduwen, …
Tekenprogramma’s Uit pixels in rooster
- Lijnsegmenten Bestandsgrootte bepaald door afmetingen
- Curven beeld
Tekeningen = wiskundige berekeningen Resolutieafhankelijk
Verkleinen + vergroten → formules Uitvergroten → pixelstructuur duidelijk
- Zonder kwaliteitsverlies Meest voorkomend
Beeld transformeren → meetwaarden vast
- Scanner
GEEN RESOLUTIE! - Digitale fotografie + bewerkingen
- Pas bij doorsturen naar outputapp
of verwerkingsprog Bestandsformaten
Desktop: .PSD .TIFF .PICT .BMP
Postscriptfonts Web: .JPEG .GIF .PNG
Elk font:
- Pixeldata
o Afbeelding scherm
- Vectordata
o Letter groter en kleiner
maken
o Maar uiterlijke
eigenschappen houden bij
resolutie!
Bestandsformaten
4