De peuterjaren
Psychologische geboorte van de mens (voldoende vaardigheden verworven)
Motoriek:
Lichaam groeit minder snel dan in vorige periode maar neemt tussen de 1 en 3 jaar zo’n 10cm toe
per jaar.
tegen 3e verjaardag ongeveer 100cm.
Het lichaamsgewicht stijgt in verhoudding minder snel. (zo’n 2-3kg per jaar)
Cognitie:
Sociale en persoonlijkheidsontwikkeling:
! 2 kenmerken van deze fase:
Leren lopen
Zindelijkheidstraining
Grove motoriek:
- bewegingen die te maken hebben met de lichaamshouding en het zich voortbewegen
- oefening baart kunst (met vallen en opstaan)
- aandacht voor andere dingen; (bv. voortduwen van speelgoed, bv. aanbrengen van voorwerpen,)
- aandacht voor andere dingen; (bv. voortduwen van speelgoed, bv. aanbrengen van voorwerpen,)
Fijne motoriek:
- toenemende verfijning van de oog-hand-coördinatie.
- in deze fase kan een kind al (grote) blokken stapelen, kralen rijgen, bladzijden boek omslaan, kledij
aan en uittrekken,…
bied ze een experimenteeromgeving aan want er zijn risico’s aan verbonden.
, Zindelijkheidstraining:
Drie zaken zijn nodig:
subtiele gewaarwordingen opmerken (vollle blaas of nakende darmlediging)
controle verwerven over spieren (sluitspieren)
motivatie om aan dit proces mee te werken
Meeste kinderen zijn overdag zindelijk rond 2-2,5 jaar, en ’s nachts rond 3-4 jaar.
De darmbeheersing komt meestal als eerst.
Uit onderzoek: doorheen de tijd schuift het moment waarop kinderen zindelijk worden steeds meer
op. Dit kan te maken hebben met de aanpak van de ouders. (toenemend gebruik van
wegwerpluiers,te weinig tijd voor de training)
leerproces duurt ongeveer 6 maand)
Cognitie:
Lopen (motoriek) = impact op de wijze waarop wij de dingen waarnemen.
Actief manipuleren en experimenteren
Samenhang tussen oorzaak en gevolg (cognitie)
Einde sensomotorische periode…
introductie van actief experimenteergedrag.
Pre-operationele fase of intuïtieve denken (2-7 jaar) causaal of oorzaak-gevolg denken
Van actief naar inwending experimenteer gedrag
* Een gestabiliseerd wereldbeeld
orthoscopisch waarnemen (de mogelijkheid om alles rechtop te zien, ongeacht
de positie vanwaar je kijkt
beginnende naar gevestigde objectpermanentie
* Structureren van ruimte & tijd
doordat het kind kruipt….
- ruimte en tijd worden belevingstijd- en ruimte (kamerindeling, opstaan, ontbijt,
spelen, tv kijken,…)
(nog niet innerlijk cognitief: mentaal plan- & kloktijd…)
Psychologische geboorte van de mens (voldoende vaardigheden verworven)
Motoriek:
Lichaam groeit minder snel dan in vorige periode maar neemt tussen de 1 en 3 jaar zo’n 10cm toe
per jaar.
tegen 3e verjaardag ongeveer 100cm.
Het lichaamsgewicht stijgt in verhoudding minder snel. (zo’n 2-3kg per jaar)
Cognitie:
Sociale en persoonlijkheidsontwikkeling:
! 2 kenmerken van deze fase:
Leren lopen
Zindelijkheidstraining
Grove motoriek:
- bewegingen die te maken hebben met de lichaamshouding en het zich voortbewegen
- oefening baart kunst (met vallen en opstaan)
- aandacht voor andere dingen; (bv. voortduwen van speelgoed, bv. aanbrengen van voorwerpen,)
- aandacht voor andere dingen; (bv. voortduwen van speelgoed, bv. aanbrengen van voorwerpen,)
Fijne motoriek:
- toenemende verfijning van de oog-hand-coördinatie.
- in deze fase kan een kind al (grote) blokken stapelen, kralen rijgen, bladzijden boek omslaan, kledij
aan en uittrekken,…
bied ze een experimenteeromgeving aan want er zijn risico’s aan verbonden.
, Zindelijkheidstraining:
Drie zaken zijn nodig:
subtiele gewaarwordingen opmerken (vollle blaas of nakende darmlediging)
controle verwerven over spieren (sluitspieren)
motivatie om aan dit proces mee te werken
Meeste kinderen zijn overdag zindelijk rond 2-2,5 jaar, en ’s nachts rond 3-4 jaar.
De darmbeheersing komt meestal als eerst.
Uit onderzoek: doorheen de tijd schuift het moment waarop kinderen zindelijk worden steeds meer
op. Dit kan te maken hebben met de aanpak van de ouders. (toenemend gebruik van
wegwerpluiers,te weinig tijd voor de training)
leerproces duurt ongeveer 6 maand)
Cognitie:
Lopen (motoriek) = impact op de wijze waarop wij de dingen waarnemen.
Actief manipuleren en experimenteren
Samenhang tussen oorzaak en gevolg (cognitie)
Einde sensomotorische periode…
introductie van actief experimenteergedrag.
Pre-operationele fase of intuïtieve denken (2-7 jaar) causaal of oorzaak-gevolg denken
Van actief naar inwending experimenteer gedrag
* Een gestabiliseerd wereldbeeld
orthoscopisch waarnemen (de mogelijkheid om alles rechtop te zien, ongeacht
de positie vanwaar je kijkt
beginnende naar gevestigde objectpermanentie
* Structureren van ruimte & tijd
doordat het kind kruipt….
- ruimte en tijd worden belevingstijd- en ruimte (kamerindeling, opstaan, ontbijt,
spelen, tv kijken,…)
(nog niet innerlijk cognitief: mentaal plan- & kloktijd…)