Literatuur
Weijers: HOOFDSTUK 1: Inleiding
Weijers: HOOFDSTUK 8: Wat werkt in de aanpak van jeugdcriminaliteit?
Weijers: HOOFDSTUK 10: Interventies voor jongeren met antisociaal gedrag
Weijers: HOOFDSTUK 16: Wat betekent de leerstraf Tools4U in de praktijk?
Weijers: HOOFDSTUK 6: Risico- en behoeftetaxatie bij jeugdige daders: het LIJ
Weijers: HOOFDSTUK 7: De deskundige in het strafproces
Weijers & Huijer (2017): Fragment Voorwaarden OTS
Weijers (2016): Afscheidsrede
Van der Put et al. (2018): Identifying effective components of child maltreatment
interventions: A meta-analysis
Van der Put et al. (2016): Het voorspellen van problematische opgroei- of
opvoedingssituaties
Weijers: HOOFDSTUK 2: Jeugdstrafrechtketen
Weijers: HOOFDSTUK 3: Taakstraffen in het jeugdstrafrecht
Weijers: HOOFDSTUK 4: Jeugdreclassering: werken aan veiligheid en perspectief
Weijers: HOOFDSTUK 9: Wat werkt bij risicojongeren?
Weijers: HOOFDSTUK 12: Schadelijke effecten van interventies
Weijers: HOOFDSTUK 14: Mentoring in de jeugdzorg
Weijers: HOOFDSTUK 15: De effectiviteit van Halt
Groense et al. (2016): Making ‘what works’ work: A meta-analytic study of the effect of
treatment integrity on outcomes of evidence-based interventions for juveniles with antisocial
behavior
Weijers: HOOFDSTUK 17: Multi Systeem Therapie voor jongeren met seksueel
grensoverschrijdend gedrag
Weijers: HOOFDSTUK 18: Relationele Gezinstherapie
Weijers: HOOFDSTUK 21: Individuele psychotherapie bij jeugdige veelplegers
,James et al., (2013): Aftercare programs for reducing recidivism among juvenile and young
adult offenders: A meta-analytic review
Spoormans (2019): Minderjarige daders van cybercrime: een doelgroep analyse
Van der Wagen et al. (2019): Cyberdaders: uniek profiel, unieke aanpak? Een onderzoek
naar kenmerken van en passende interventies voor daders van cybercriminaliteit in enge zin
Wissink et al. (2020): Advies aanpassing Landelijk Instrumentarium Jeugdstrafrechtketen
(LIJ) voor jeugdige online delinquenten
Moonen et al. (2017): Jeugdigen en jongvolwassenen met licht verstandelijke beperkingen
en criminaliteit
Weijers: HOOFDSTUK 22: De strafrechtketen en jeugdige delinquenten met een LVB
Van Rooijen & Ince (2013): Wat werkt bij migrantenjeugd en hun ouders?
Wilson et al. (2003): Are Mainstream Programs for Juvenile Delinquency Less Effective With
Minority Youth Than Majority Youth? A Meta-Analysis of Outcomes Research
Weijers: HOOFDSTUK 11: Effectieve interventies voor delinquente meisjes
Asscher et al.: De behandeling van delinquente meisjes
Weijers: HOOFDSTUK 5: De justitiële jeugdinrichtingen
Weijers: HOOFDSTUK 19: MDFT: gezinsgericht werken in justitiële jeugdinrichtingen
Weijers: HOOFDSTUK 24: Aanpassing van jongeren aan vrijheidsbeneming
Strijbosch et al., (2015): The outcome of institutional youth care compared to
non-institutional youth care for children of primary school age and early adolescence: A
multilevel meta-analysis
Vermaes & Nijhof (2014): Zijn jongeren in JeugdzorgPlus anders dan jongeren in de open
residentiële jeugdzorg?
De Valk et al., (2016): Repression in Residential Youth Care: A Scoping Review
Weijers: HOOFDSTUK 20: Het orthopedagogisch klimaat in de residentiële justitiële
jeugdzorg
,Weijers: HOOFDSTUK 1: Inleiding
- Voorheen: interventies ingevoerd zonder wetenschappelijke onderbouwing.
- Mogelijk schadelijk: ex-pupillen van Glen Mills interventie aanmerkelijk meer
recidive dan ex-pupillen justitiële jeugdbehandelinrichtingen.
- Drie factoren spelen rol in ontbreken effectiviteit:
1. Gebrek aan kennis
2. Ongeremde creativiteit
3. Groepsdruk maakt evenwicht lastiger
- Nu toenemende behoefte aan bewijs effectiviteit justitiële interventies:
evidence-based werken: verantwoording van beleid.
- Nadeel wetenschappelijke onderbouwing = gevaar voor statistische
discriminatie: mensen worden aangepakt op basis van statistische
informatie over groepen, terwijl het feitelijk gedrag van het individu niet meer
telt.
- Voordeel wetenschappelijke onderbouwing = terugdringen intuïtie, groter
belang screening, diagnostiek, risicotaxatie.
- RNR-model als uitgangspunt van effectiviteit justitiële interventies:
1. Risicoprincipe
2. Behoefteprincipe
3. Responsiviteitsbeginsel
- Actuele beleidsuitgangspunten:
1. Pakkans verhoogt als politie concentreert op bepaald gebied.
2. Sneller straffen: geen vermindering recidive.
3. Meer vrijheidsbeneming: geen vermindering recidive.
4. Korte vrijheidsstraffen: niet effectief.
- Nieuwe veiligheidsprogramma huidig kabinet, meer aandacht voor:
1. Preventie
2. Nazorg
3. Persoonsgerichte aanpak
Weijers: HOOFDSTUK 8: Wat werkt in de aanpak van jeugdcriminaliteit?
- Effectiviteit van justitieel ingrijpen beoordeeld:
1. Opleggen van straffen
2. Snelheid
3. Wijze van executie
Marinson (1974): What works?
- Studie naar behandelmethoden: resocialisatie en rehabilitatie van gedetineerden om
recidive terug te dringen.
- Grote invloed gehad: vertrouwen in de mogelijkheden van resocialisatie nam af.
- Nieuwe en betere onderzoeken nodig → meta-analyse van effectiviteitsonderzoeken.
Voorwaarden betrekken effectevaluaties in meta-analyses:
, 1. Minstens één kwantitatieve delinquentiemaat opgenomen.
2. Experimentele en vergelijkingsgroep (bij voorkeur aselect)
3. Indien niet aselect: uitkomstvariabele (delinquentie) vóór en na interventie
gemeten.
4. Matching van beide groepen op kenmerken zoals leeftijd, geslacht en type
criminaliteit.
- Voorwaarden voor effectiviteit van straffen:
- Onvermijdelijk: gegarandeerde reactie, consistente boodschap.
- Onmiddellijk: straf direct gegeven.
- Voldoende zwaar: maximale en passende intensiteit.
- Gevarieerd: zodat betrokkene niet gewend raakt aan straf.
- Begrijpelijkheid: rechtvaardiging én inhoud.
- Maar dit is moeilijk:
- Door beperkingen geen onmiddellijke en onvermijdelijke
reactie mogelijk.
- Onduidelijk of sancties zwaar genoeg zijn.
Wat werkt?
1. Risicobeginsel: Intensiteit van de reactie wordt afgestemd op de mate van risico dat
de dader recidiveert.
2. Behoeftebeginsel: Individuele beoordeling van de problemen van de dader.
- Strafrechtelijke interventies richten zich op de criminogene behoeften:
kenmerken, risicofactoren en problemen van een dader die direct
samenhangen met het delinquent gedrag.
3. Het responsiviteitsbeginsel: Afstemmen op intellectuele en sociale capaciteiten
van dader.
4. Behandelmodaliteit: Interventie richt zich op de veelheid van criminogene
behoeften, criminele sociale netwerk moet worden buitengesloten.
5. Programma-integriteit: Interventie uitgevoerd zoals bedoeld in theoretische basis.
Na afronding interventie: nazorg.
- Uitvoeren van een interventie met de inhoud, duur, frequentie en doelgroep
zoals ontwikkeld en op effectiviteit onderzocht.
a. Therapist adherence: programmatrouw werken.
- Methodiek uitgevoerd op de beoogde manier.
b. Competence: vakmanschap van uitvoerders.
- Vaardigheden die professionals moeten bezitten om de methodiek om
de juiste manier in te zetten.
6. Professionaliteitsbeginsel: Uitvoerder is goed opgeleid.
7. Gemeenschap-georiënteerd: Betrokkene mag niet uit zijn sociale leven worden
verwijderd, dus behandeling in woonomgeving.
Wat werkt niet?
- Interventies gericht op personen met gering recidiverisico.
- Subculturele of labeling-benaderingen
- Afschrikking en smart punishing
- Kale detentie