EUROPEES RECHT
Europees recht in juridische context:
Europees (en internationaal recht) bestaat uit:
- Publiekrecht
- Privaatrecht
Publiekrecht bestaat uit:
- Staatsrecht
- Strafrecht
- Bestuursrecht
Waarom Europees recht?
Wetgeving afkomstig uit de EU geldt in Nederland, dus relevant voor een jurist in opleiding.
- In de praktijk casussen met Europeesrechtelijke aspecten.
o Voorbeeld levenslange gevangenisstraf.
o Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM).
o Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
Totstandkoming EU
De EU is een internationale organisatie waarvan de voorlopers (EGKS, Euratom, EEG) zijn
opgericht na de tweede wereldoorlog.
- Oprichting door lidstaten.
Focus in eerste instantie op:
- Veiligheid
- Economische integratie
- Daarna uitbreidingen/ wijzigingen door middel van verdragen totdat we de EU
hebben zoals deze nu is.
Steeds meer lidstaten.
Meer bevoegdheden (niet meer alleen economisch).
Verandering van de structuur (bijv. meer bevoegdheden Europees Parlement).
Naamswijzigingen (EEG -> EG -> EU).
Nu gelden het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en het Verdrag betreffende de
Werking van de Europese Unie (VWEU).
,En nu (huidige situatie)?
- Brexit
- Situatie Polen/ Wit- Rusland (Belarus).
Het recht van de EU.
Bronnen van het Europees recht.
- De verdragen en het Handvest (= primair EU recht).
- EU- regelgeving (= secundair EU recht).
Algemene beginselen van Europees recht.
- Jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie.
Instellingen EU art. 13 VEU
- De Raad (wisselende samenstelling, regeringen van lidstaten, wetgevende taak
samen met het Europees Parlement, begrotingstaak en beslissingen).
- Europees Parlement (burgers van Europa, degressieve vertegenwoordiging, om de 5
jaar opnieuw kiezen, wetgevende taak, beslissingen en wijzigingen voorstellen).
- Europese commissie (dagelijks bestuur, voeren in belang van de EU uit, recht van
initiatief).
- Europese raad (bestaat uit de regeringsleiders van de lidstaten).
- Hof van Justitie van de EU.
- Europese Centrale Bank (handhaven prijsstabiliteit EU, bewaken koopkracht en
toezicht op de Europese banken).
- Europese rekenkamer (controleert financiële middelen).
Ze hebben eigen doelstellingen en bevoegdheden -> dit kun je terug vinden in de
wettenbundel.
Trias politica
- Wetgevende macht: Europees Parlement en de Raad.
- Rechterlijke macht: Hof van Justitie van de EU.
- Uitvoerende macht: commissie, Europese Raad en de Raad.
Bestuur van de EU.
- Politiek bestuur (de Raad, Europees Parlement en de Commissie) (Europese raad:
geen wetgeving, wel beleid).
- Uitvoerend bestuur (lidstaten, commissie en de Raad).
Uitvoerend bestuur
- Werken regels uit, passen regels toe en handhaven regels.
, - Lidstaten zijn verplicht tot goede uitvoer EU recht -> beginsel van loyale
samenwerking.
- Commissie werkt samen met comités (= comitologie). Ze kunnen loyale
samenwerking uitvoeren via gedelegeerde handelingen (= niet- essentiële onderdelen
wijzigen of delen van de wet aanvullen)
- De Raad heeft een beperkte rol.
Primair Europees recht
Bestaat uit Verdragen en het Handvest van de Grondrechten van de EU.
De belangrijkste verdragen: VEU en VWEU.
Komt tot stand doordat lidstaten en de EU een verdrag sluiten.
Het primair recht heeft o.a. de volgende inhoud:
Bevoegdheden:
- Bevoegdheden van de instellingen.
- Rechtsbasis voor nadere regelgeving.
- Procedures (bv. hoe de Europese Commissie wordt benoemd).
Materiele bepalingen= rechten en plichten van burgers.
Wat voor soort internationale organisatie is de Europese Unie en waarom?
Supranationaal, want de EU kan onder voorwaarden haar wil opleggen aan de deelnemende
staten en haar burgers. Dit omdat veel besluiten met meerderheid van stemmen genomen
kunnen worden.
De richtlijn ‘gendergelijkheid’ maakt deel uit van het?
- Secundaire materiële EU- recht.
- Primaire materiële EU- recht.
- Secundaire institutionele EU- recht.
Waarin zijn de bevoegdheden van de EU met name vastgelegd?
- Het verdrag betreffende de werking van de EU -> Art. 2 VWEU.
- Het verdrag betreffende de EU.
- Het handvest van de grondrechten van de EU.
Secundair Europees recht
- Het gaat hier onder meer om richtlijnen, verordeningen en besluiten (zie art. 288
VWEU).
, - Het secundaire recht wordt gemaakt door de instellingen van de EU volgens de
voorgeschreven wetgevingsprocedures.
- Het secundaire recht is een uitwerking van het primaire recht.
Doel van de les.
- De verschillende instellingen binnen de EU noemen.
- Per instelling de rol, de taken en bevoegdheden en de toepassing zijnde
wetsartikelen benoemen.
- Kan kort uiteenzetten hoe de gewone en bijzondere wetgevingsprocedure loopt.
- Kan het verschil tussen beide wetgevingsprocedures benoemen.
- Kan de algemene beginselen van de EU, met betrekking tot de bevoegdheid
benoemen en toepassen.
Verhouding met het primaire recht?
Wat is meer specifiek?
Wat is hoger in hiërarchie?
= secundair recht.
Soorten recht:
- Internationaal recht= dit rechtsgebied regelt alle betrekkingen tussen staten.
- Nationale wet= als personen of rechtspersonen afspraken met elkaar maken stellen
ze een contract op (dit gebeurt niet tussen staten).
- Materieel recht= hier staan de rechten en plichten.
- Institutioneel recht= het proces van hoe wetgeving tot stand komt (lijkt op formeel
recht).
Doelstellingen EU
Zie o.a. art 2 en 3 VEU.
1. Vrede en welzijn.
2. Vrijheid en veiligheid.
3. Interne markt.
4. Vrije markt.
5. Staatsteun.
6. Mededinging.
7. Monetaire unie.
8. Extern (mensenrechten) beleid.
Verdagen die van kracht zijn in de EU.
- Het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU).
Europees recht in juridische context:
Europees (en internationaal recht) bestaat uit:
- Publiekrecht
- Privaatrecht
Publiekrecht bestaat uit:
- Staatsrecht
- Strafrecht
- Bestuursrecht
Waarom Europees recht?
Wetgeving afkomstig uit de EU geldt in Nederland, dus relevant voor een jurist in opleiding.
- In de praktijk casussen met Europeesrechtelijke aspecten.
o Voorbeeld levenslange gevangenisstraf.
o Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM).
o Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
Totstandkoming EU
De EU is een internationale organisatie waarvan de voorlopers (EGKS, Euratom, EEG) zijn
opgericht na de tweede wereldoorlog.
- Oprichting door lidstaten.
Focus in eerste instantie op:
- Veiligheid
- Economische integratie
- Daarna uitbreidingen/ wijzigingen door middel van verdragen totdat we de EU
hebben zoals deze nu is.
Steeds meer lidstaten.
Meer bevoegdheden (niet meer alleen economisch).
Verandering van de structuur (bijv. meer bevoegdheden Europees Parlement).
Naamswijzigingen (EEG -> EG -> EU).
Nu gelden het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en het Verdrag betreffende de
Werking van de Europese Unie (VWEU).
,En nu (huidige situatie)?
- Brexit
- Situatie Polen/ Wit- Rusland (Belarus).
Het recht van de EU.
Bronnen van het Europees recht.
- De verdragen en het Handvest (= primair EU recht).
- EU- regelgeving (= secundair EU recht).
Algemene beginselen van Europees recht.
- Jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie.
Instellingen EU art. 13 VEU
- De Raad (wisselende samenstelling, regeringen van lidstaten, wetgevende taak
samen met het Europees Parlement, begrotingstaak en beslissingen).
- Europees Parlement (burgers van Europa, degressieve vertegenwoordiging, om de 5
jaar opnieuw kiezen, wetgevende taak, beslissingen en wijzigingen voorstellen).
- Europese commissie (dagelijks bestuur, voeren in belang van de EU uit, recht van
initiatief).
- Europese raad (bestaat uit de regeringsleiders van de lidstaten).
- Hof van Justitie van de EU.
- Europese Centrale Bank (handhaven prijsstabiliteit EU, bewaken koopkracht en
toezicht op de Europese banken).
- Europese rekenkamer (controleert financiële middelen).
Ze hebben eigen doelstellingen en bevoegdheden -> dit kun je terug vinden in de
wettenbundel.
Trias politica
- Wetgevende macht: Europees Parlement en de Raad.
- Rechterlijke macht: Hof van Justitie van de EU.
- Uitvoerende macht: commissie, Europese Raad en de Raad.
Bestuur van de EU.
- Politiek bestuur (de Raad, Europees Parlement en de Commissie) (Europese raad:
geen wetgeving, wel beleid).
- Uitvoerend bestuur (lidstaten, commissie en de Raad).
Uitvoerend bestuur
- Werken regels uit, passen regels toe en handhaven regels.
, - Lidstaten zijn verplicht tot goede uitvoer EU recht -> beginsel van loyale
samenwerking.
- Commissie werkt samen met comités (= comitologie). Ze kunnen loyale
samenwerking uitvoeren via gedelegeerde handelingen (= niet- essentiële onderdelen
wijzigen of delen van de wet aanvullen)
- De Raad heeft een beperkte rol.
Primair Europees recht
Bestaat uit Verdragen en het Handvest van de Grondrechten van de EU.
De belangrijkste verdragen: VEU en VWEU.
Komt tot stand doordat lidstaten en de EU een verdrag sluiten.
Het primair recht heeft o.a. de volgende inhoud:
Bevoegdheden:
- Bevoegdheden van de instellingen.
- Rechtsbasis voor nadere regelgeving.
- Procedures (bv. hoe de Europese Commissie wordt benoemd).
Materiele bepalingen= rechten en plichten van burgers.
Wat voor soort internationale organisatie is de Europese Unie en waarom?
Supranationaal, want de EU kan onder voorwaarden haar wil opleggen aan de deelnemende
staten en haar burgers. Dit omdat veel besluiten met meerderheid van stemmen genomen
kunnen worden.
De richtlijn ‘gendergelijkheid’ maakt deel uit van het?
- Secundaire materiële EU- recht.
- Primaire materiële EU- recht.
- Secundaire institutionele EU- recht.
Waarin zijn de bevoegdheden van de EU met name vastgelegd?
- Het verdrag betreffende de werking van de EU -> Art. 2 VWEU.
- Het verdrag betreffende de EU.
- Het handvest van de grondrechten van de EU.
Secundair Europees recht
- Het gaat hier onder meer om richtlijnen, verordeningen en besluiten (zie art. 288
VWEU).
, - Het secundaire recht wordt gemaakt door de instellingen van de EU volgens de
voorgeschreven wetgevingsprocedures.
- Het secundaire recht is een uitwerking van het primaire recht.
Doel van de les.
- De verschillende instellingen binnen de EU noemen.
- Per instelling de rol, de taken en bevoegdheden en de toepassing zijnde
wetsartikelen benoemen.
- Kan kort uiteenzetten hoe de gewone en bijzondere wetgevingsprocedure loopt.
- Kan het verschil tussen beide wetgevingsprocedures benoemen.
- Kan de algemene beginselen van de EU, met betrekking tot de bevoegdheid
benoemen en toepassen.
Verhouding met het primaire recht?
Wat is meer specifiek?
Wat is hoger in hiërarchie?
= secundair recht.
Soorten recht:
- Internationaal recht= dit rechtsgebied regelt alle betrekkingen tussen staten.
- Nationale wet= als personen of rechtspersonen afspraken met elkaar maken stellen
ze een contract op (dit gebeurt niet tussen staten).
- Materieel recht= hier staan de rechten en plichten.
- Institutioneel recht= het proces van hoe wetgeving tot stand komt (lijkt op formeel
recht).
Doelstellingen EU
Zie o.a. art 2 en 3 VEU.
1. Vrede en welzijn.
2. Vrijheid en veiligheid.
3. Interne markt.
4. Vrije markt.
5. Staatsteun.
6. Mededinging.
7. Monetaire unie.
8. Extern (mensenrechten) beleid.
Verdagen die van kracht zijn in de EU.
- Het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU).