Taal- en spraakontwikkeling
H1: Inleiding
Taalverwerving in plaats van taalontwikkeling → het is niet altijd logisch dat de taal ontwikkeld wordt
Een vanzelfsprekend proces in te taalontwikkeling:
Begin:
o Bij de geboorte, er wordt tegen een baby gepraat
Eindigt:
o Nooit, je leert dagelijks (woorden) bij
o Basis afgerond rond 12 jaar → in staat om alle zinnen te maken
Stappen in de ontwikkeling:
o Wenen
o Brabbelen
o 1 woord
o 2 woorden
o Korte zinnen
o Lange zinnen
Enkelvoudige zinnen
Samengestelde zinnen
Onderschikking
Nevenschikking
Factoren die het proces beïnvloeden
o Pratende omgeving: kind leert wat het hoort
o Gehoorstoornis
o Mentale beperking
1
,1.1 Taalontwikkeling: een multidimensioneel
gebeuren
↳ een multifactorieel proces = voorbereidende processen tot het schijnbaar probleemloos leren
praten heeft heel wat basisvoorwaarden
Interne voorwaarden: aangeboren of ontwikkelingskenmerken (bovenste en middelste
rij)
Externe voorwaarden: kenmerken van de omgeving waarin het kind zich ontwikkeld
(onderste rij)
Externe modulariteiten
↳ taalaanbod groter maken bij een 2jarige kun je zeggen ‘grote vogel’ bij een 6jarige moet je dan al
‘arend’ zeggen
2
,1.2 Componenten van de taalontwikkeling
Taalbegrip / taalontwikkeling
o Meer begrijpen(begrip), dan spreken (ontwikkeling)
Vorm van taaluitingen
o Fonetiek/fonologie
Klanken
Tomaat/komaat
Helikopter/helitopter
o Flexiemorfologie
Woorden, verbuigingen en vervoegingen
Ik loopte
o Syntaxis
Zinnen
De koffer staat van de auto open
Betekenis van taaluitingen (semantiek – derivatie morfologie (=overextensie))
o Overextensie
Opa da’s ook een opa eh
o Onderextensie
Enkel mijn pop is een pop
o Neologismen
Spiegelpapier/aluminiumfolie
o Flexiemorfologie
Loop, lopen, loopte
o Derivatiemorfologie
Boer, boerin, boerderij
Gebruik van taaluitingen (pragmatiek)
o Hangt af tegen wie
Was het mooi gisteren? Ja mooie film
Kind opgepakt worden, kind handen omhoog
Kind op trein tegen vreemde man: jij bent kaal
Nadenken over taal (metalinguïstiek)
o Verklaring zoeken van een woord
Boterham is niet boter en ham
o Correctie in taal
Straks naar oma = we gaan nu vertrekken
We gaan buiten vliegen, maar we zitten al buiten
3
, 1.3 Fasen in de taalontwikkeling
Prelinguale fase (voortalige periode)
o 0 – 12 maand
o Eerste woordjes (9-18 maand)
Vroeglinguale fase (vroegtalige periode)
o 1 – 2,5 jaar
o Woorden, zinnetjes
Differentiatiefase
o 2,5 - 5jaar
o kleuterklas
Voltooiingsfase
o 5 - 10/12jaar
o Volledig afronden van alle componenten
Neurobiologische aspecten van de taalontwikkeling
Tot 7 jaar: vorming van verschillende functionele systemen in het centrale zenuwstelsel
Bij pasgeborene: neuronen aantal gelijk, neuronen worden groter, meer axonen en dendrieten, meer
synapsen.
De toename is afhankelijk van de stimulatie → door deprivatie (afzondering) kan er een structureel
abnormaal hersensysteem opgebouwd worden.
Hersensystemen bij de opbouw van het taalsysteem
1) Het systeem van bewustzijnsregulatie
Plaats: Mesencephalon
Vermogen aandacht te vestigen en te houden
2) Het opname-verwerkingssysteem
Plaats: 8ste deel van de hersenen
Verzorgt opname, verwerking, evaluatie en opslag van informatie die van de buitenwereld op
ons afkomt
8ste deel: primaire projectiegebieden van verschillende zintuigen, hierrond liggen
associatiegebieden
3) Het handelingssysteem
Plaats: vooraan de hersenen
Planning, structurering, regulering van het handelen
4
H1: Inleiding
Taalverwerving in plaats van taalontwikkeling → het is niet altijd logisch dat de taal ontwikkeld wordt
Een vanzelfsprekend proces in te taalontwikkeling:
Begin:
o Bij de geboorte, er wordt tegen een baby gepraat
Eindigt:
o Nooit, je leert dagelijks (woorden) bij
o Basis afgerond rond 12 jaar → in staat om alle zinnen te maken
Stappen in de ontwikkeling:
o Wenen
o Brabbelen
o 1 woord
o 2 woorden
o Korte zinnen
o Lange zinnen
Enkelvoudige zinnen
Samengestelde zinnen
Onderschikking
Nevenschikking
Factoren die het proces beïnvloeden
o Pratende omgeving: kind leert wat het hoort
o Gehoorstoornis
o Mentale beperking
1
,1.1 Taalontwikkeling: een multidimensioneel
gebeuren
↳ een multifactorieel proces = voorbereidende processen tot het schijnbaar probleemloos leren
praten heeft heel wat basisvoorwaarden
Interne voorwaarden: aangeboren of ontwikkelingskenmerken (bovenste en middelste
rij)
Externe voorwaarden: kenmerken van de omgeving waarin het kind zich ontwikkeld
(onderste rij)
Externe modulariteiten
↳ taalaanbod groter maken bij een 2jarige kun je zeggen ‘grote vogel’ bij een 6jarige moet je dan al
‘arend’ zeggen
2
,1.2 Componenten van de taalontwikkeling
Taalbegrip / taalontwikkeling
o Meer begrijpen(begrip), dan spreken (ontwikkeling)
Vorm van taaluitingen
o Fonetiek/fonologie
Klanken
Tomaat/komaat
Helikopter/helitopter
o Flexiemorfologie
Woorden, verbuigingen en vervoegingen
Ik loopte
o Syntaxis
Zinnen
De koffer staat van de auto open
Betekenis van taaluitingen (semantiek – derivatie morfologie (=overextensie))
o Overextensie
Opa da’s ook een opa eh
o Onderextensie
Enkel mijn pop is een pop
o Neologismen
Spiegelpapier/aluminiumfolie
o Flexiemorfologie
Loop, lopen, loopte
o Derivatiemorfologie
Boer, boerin, boerderij
Gebruik van taaluitingen (pragmatiek)
o Hangt af tegen wie
Was het mooi gisteren? Ja mooie film
Kind opgepakt worden, kind handen omhoog
Kind op trein tegen vreemde man: jij bent kaal
Nadenken over taal (metalinguïstiek)
o Verklaring zoeken van een woord
Boterham is niet boter en ham
o Correctie in taal
Straks naar oma = we gaan nu vertrekken
We gaan buiten vliegen, maar we zitten al buiten
3
, 1.3 Fasen in de taalontwikkeling
Prelinguale fase (voortalige periode)
o 0 – 12 maand
o Eerste woordjes (9-18 maand)
Vroeglinguale fase (vroegtalige periode)
o 1 – 2,5 jaar
o Woorden, zinnetjes
Differentiatiefase
o 2,5 - 5jaar
o kleuterklas
Voltooiingsfase
o 5 - 10/12jaar
o Volledig afronden van alle componenten
Neurobiologische aspecten van de taalontwikkeling
Tot 7 jaar: vorming van verschillende functionele systemen in het centrale zenuwstelsel
Bij pasgeborene: neuronen aantal gelijk, neuronen worden groter, meer axonen en dendrieten, meer
synapsen.
De toename is afhankelijk van de stimulatie → door deprivatie (afzondering) kan er een structureel
abnormaal hersensysteem opgebouwd worden.
Hersensystemen bij de opbouw van het taalsysteem
1) Het systeem van bewustzijnsregulatie
Plaats: Mesencephalon
Vermogen aandacht te vestigen en te houden
2) Het opname-verwerkingssysteem
Plaats: 8ste deel van de hersenen
Verzorgt opname, verwerking, evaluatie en opslag van informatie die van de buitenwereld op
ons afkomt
8ste deel: primaire projectiegebieden van verschillende zintuigen, hierrond liggen
associatiegebieden
3) Het handelingssysteem
Plaats: vooraan de hersenen
Planning, structurering, regulering van het handelen
4