The Old English Period (500 – 1066)
Het begin van Engeland
Engeland hoorde altijd bij het Romeinse Rijk (kreeg altijd bescherming van de
Romeinen) → Romeinse rijk viel uiteen.
→ Vikingen kwamen ook naar Engeland en plunderde daar alles (Engelsen hadden
geen bescherming meer) → veel Scandinavische invloeden in Engeland.
→ Germaanse stammen kwamen naar Engeland om zich te vestigen (Engelsen
hadden geen bescherming meer) → veel Germaanse invloeden in Engeland (ook
vanuit de literatuur). Er werden vooral verhalen verteld over helden, monsters enz.
Celts = originele bewoners van Engeland (voor de Vikingen en Germanen)
Beowulf (heldenverhaal) (auteur onbekend)
Een Zweedse koning gaat naar Denemarken om een draak (Grendel) te
verslaan (de koning is zo sterk als 30 mannen bij elkaar). Dit doet hij met zijn
handen.
Daarna gaat hij de moeder van de draak verslaan, dit doet hij met een groot
zwaard.
Kenmerken Old English
Geschreven in fonetisch schrift
Beginrijm (alliteratie)
Adempauze in het midden
The Middle English Period (1066 – 1500)
1066
William the Conqueror (Fransman) komt op de troon in Engeland → veel Franse
invloeden (o.a. feodale stelsel en taal)
Canterbury Tales (auteur: Chaucer)
29 pelgrims die een tocht gaan maken van Londen naar Canterbury (graf van
een vermoorde bisschop bezoeken).
In Londen spreken ze met een herbergier af dat iedereen twee verhalen op de
heenweg vertelt en twee verhalen op de terugweg. Het beste verhaal krijgt
een gratis maaltijd.
Er zijn uiteindelijk maar ongeveer 30 verhalen opgeschreven.
Dankzij Chaucer weten we meer over deze tijd, omdat er nog weinig literatuur
was.
The Squire (uit ‘The Canterbury Tales’)
zoon van een ridder die wordt opgeleid om zelf ridder te worden (ideale
schoonzoon die alles goed doet).
The Wife of Bath (uit ‘The Canterbury Tales’)
, Een man die een vrouw heeft verkracht moet er van de koningin binnen één
jaar achter komen wat een vrouw nou echt wil in een huwelijk, anders wordt hij
vermooord.
Net voor het einde van het jaar komt hij een heks tegen die het wel tegen hem
wil vertellen, maar dan moet hij wel met haar trouwen. Dat doet hij.
Het antwoord op de vraag is dat de vrouw de baas wil zijn.
Kenmerken Middle English
Vrouw werd belangrijker → de man werd meer een gentlemen
Eindrijm (i.p.v. beginrijm)
Adempauze verdwijnt
Veel leesbaarder (lijkt meer op het Engels van tegenwoordig)
The Renaissance (1500 – 1660)
Renaissance = wedergeboorte
Middeleeuwen Renaissance
deel van een groep → meer individueel
god bepaalt alles → mens kan zelf ook keuzes maken (humanisme)
niet mogen twijfelen → als mens zelf nadenken
aan wat o.a. de kerk zegt
Dr. Faustus (auteur: Christopher Marlowe)
Een man die zoveel mogelijk kennis wil hebben. → Hij sluit een contract met
de duivel dat hij voor 25 jaar alle kennis heeft, maar daarna moet hij naar de
hel. (strijd tussen de duivel en God)
Shakespeare (toneelstukken)
Comedies (eerste periode) → ‘A Midsummer Night’s Dream’
Begin: jongen en meisje ontmoeten elkaar → worden verliefd
Midden: ze komen moeilijkheden tegen
Einde: alles komt weer goed
Schunnige/grove taal
Bovennatuurlijke elementen
Histories (tweede periode → ‘As You Like It’
Bevat een moraal (bijv. je moet een koning niet vermoorden)
Tragedies (derde periode)
Lopen altijd slecht af, omdat de hoofdpersoon ergens bezeten door is:
MacBeth → ambitie
Hamlet → besluiteloosheid
King Lear → ijdelheid
Othello → jaloerzie
Romantic comedies (vierde periode)
Deze comedies zijn meer filosofisch van aard.
MacBeth (toneelstuk van Shakespeare)