100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4,6 TrustPilot
logo-home
Summary

samenvatting H19 & H20 utrecht

Rating
-
Sold
-
Pages
24
Uploaded on
03-03-2022
Written in
2021/2022

dit is een samenvatting van H19 (the kidney) en H20 (integrative physiology 2: fluid and elektrolyte balance) van het boek

Institution
Course

Content preview

19.1 functies van de nieren

- De belangrijkste functie van de nier is de homeostatische regulering van het water- en ion
gehalte van het bloed, ook wel zout en waterbalans of vocht en elektrolysebalans genoemd
- De nieren handhaven normale bloedconcentraties van ionen en water door de opname van
die stoffen in evenwicht te brengen met hun uitscheiding in de urine, volgens het principe
van massabalans
- Een metaboliet van hemoglobine genaamd urobilinogeen geeft urine zijn karakteristieke gele
kleur
- Een metaboliet= organische tussen- of eindproducten, die ontstaan na verwerking tijdens de
stofwisseling

- Nierfuncties:
1. Regulering van extracellulair vochtvolume en bloeddruk (ECF)  de nieren werken op
een geïntegreerde manier samen met het cardiovasculaire systeem om ervoor te zorgen
dat de bloeddruk en weefselperfusie binnen een acceptabel bereik blijven
2. Regulering osmolariteit drijfveer: dorst, om bloedosmolariteit op een waarde dichtbij
290 mOsM te houden
3. Behouden van ionenbalans Na+ is het belangrijkste ion dat betrokken is bij de
regulering van het extracellulaire vloeistofvolume en osmolariteit
4. Homeostatische regulering PH
5. Uitscheiden afvalstoffen
 xenobiotica, creatine uit spiermetabolisme, ureum, urinezuur, metaboliet van
hemoglobine urobilinogeen, sacharine, anion benzoaat, kaliumbenzoaat
6. Productie hormonen (nier is geen endocriene klier)
 erytropoëtine: reguleert de synthese van rode bloedcellen
 renine: een enzym dat de productie reguleert van hormonen die betrokken zijn bij de
natriumbalans en bloeddrukhomeostase
 nierenzymen die helpen bij vitamine D3 om te zetten in een hormoon dat de ca 2+
balans reguleert


19.2 anatomie van het nierstelsel

- Het nefron is de functionele eenheid van de nier. Een functionele eenheid is de kleinste
structuur die alle functies van een orgaan kan vervullen
- Mictie= urineren
- Vanwege de kortere lengte van de vrouwelijke urethra en de nabijheid van bacteriën die de
dikke darm verlaten, zijn vrouwen gevoeliger dan mannen voor het ontwikkelen van
bacteriële infecties van de blaas en nieren, urineweginfecties (UTI’s) door Escherichia coli
- Nieraders vervoeren bloed van de nieren naar de inferieure vena cava
- Nier bevat 20-25% van het hartminuutvolume terwijl ze maar 0,4% van het lichaamsgewicht
zijn
- 80% van de nefronen zitten in de cortex (corticale nefronen)
- 20% van nefronene in het merg (juxtamedulaire nefronen)
- Nierslagader afferente arteriole 1e capillaire bed, glomerulus efferente arteriolen 2e
set haarvaten, de peritubulaire haarvaten (die de tubulus omringen)

- In juxtamedullaire nefronen worden de lange peritubulaire capillairen die in de medulla
rijken, vasa recta genoemd  tenslotte komen peritubulaire haarvaten samen om venulen
en kleine aders te vormen

, - Nierpoortadersystemen om vloeistof uit het bloed en in het lumen van de nefronen bij de
glomerulaire capillairen te filteren. Om vervolgens vloeistof uit het tubulus lumen terug in
het bloed bij de peritubulaire capillairen te reabsorberen
- De niertubulus bestaat uit een enkele laag epitheelcellen die vlak bij hun apicale oppervlak
met elkaar zijn verbonden. De apicale oppervlakken zijn gevouwen tot microvilli
- De microvilli in de nier vind je vooral in het allereerste stukje van de nierbuisjes, de
proximale tubulus
- De microvilli, die in het lumen van het nierbuisje uitsteken, worden tezamen de brush border
ofwel borstelzoom genoemd bevat veel pompen en enzymen die bijv. helpen bij het
verteren en reabsorberen van eiwitten in de urine

- Nefron begint met kapsel van bowman, die de glomerulus omringt endotheel glomerulus
en epitheel kapsel van bowman versmolten
o Combinatie van de twee= het nierlichaampje / lichaam van malpighi

- Kapsel van bowman proximale tubulus lus van henle distale tubulus (max 8 nefronen)
 verzamelbuis  deze 2 laatste vormen samen het distale nefron
- Juxtaglomerulaire apparaat= gebied tussen afferente en efferente aretiolen, die de lus van
henle aflegt  de nabijheid van het opstijgende deel en de arteriolen maakt paracriene
communicatie tussen de twee structuren mogelijk, een belangrijk kenmerk van autoregulatie
van de nieren
- Colloïd-osmotische druk= het drukverschil dat tussen twee eiwitoplossingen (binnen- en
buiten het bloedvat) van verschillende concentraties ontstaat ten gevolge van osmose. De
vaatwand is wel doorlaatbaar voor water maar niet voor grote moleculen zoals eiwitten.


19.3 overzicht van de nierfunctie

- 180L vloeistof passeert de nieren elke dag
- Nieren filteren, absorberen en scheiden af
- Filteren: uit het bloed naar lumen van het nefron geen proteïnen
o Filteren gebeurt alleen in het nierlichaampje
- Secretie: verwijdert selectief moleculen uit het bloed en voegt ze toe aan het filtraat in het
tubuluslumen (proximaal, distaal en in de verzamelbuis) is een selectief proces
- Secretie is een selectiever proces dan filtratie, waarbij meestal membraaneiwitten worden
gebruikt om moleculen over/ door het tubulusepitheel te verplaatsen

- Gefilterde vloeistof is 300 mOsM, in proximale tubulus wordt 70% volume gereabsorbeerd,
van de 180L is dan 54L over
o Belangrijkste functie proximale tubulus is de isosmotische reabsorptie van opgeloste
stoffen en water
o Ook is er secretie van metabolieten en xenobiotica
- Lus van henle aanmaken van verdunde urine (alleen reabsorptie dus), na de lus 100
mOsM en volume gedaald van 54L naar 18L
- In distale tubulus en verzamelbuis fijne regulering van de zout- en waterhuishouding onder
controle van hormonen
o Aan het einde over: 1,5L en 50-1200 mOsM

- Let op secretie en excretie is niet hetzelfde!
- Hoeveelheid uitgescheiden= hoeveelheid gefilterd – hoeveelheid geresorbeerd + hoeveelheid gesecreteerd

, 19.4 filtratie

- 1/5 van het plasma wordt gefilterd door de nieren en stroomt de nefronen in
- 4/5 gaat naar peritubulaire capillairen
- Het percentage van renale plasmastroom dat in de tubulus filtert wordt de filtratiefractie
genoemd (= 20%)  (1% wordt daadwerkelijk ook echt uitgescheiden met de urine)
- Er zijn drie filter barrières
1. Glomerulaire capillaire endotheel (gefenesteerde haarvaten met grote poriën, veel
bestanddelen kunnen hierdoor)
2. In het midden een basaalmembraan
3. Epitheel van het kapsel van bowman

- Het luminale oppervlak van capillaire en poriën zijn bekleed met glycoproteïnen, de
glycocalyx zijn negatief geladen, zorgt voor afstoting van negatief geladen plasma eiwitten
- Basaalmembraan bestaat uit: glycoproteïnen, collageen en andere eiwitten werken als
zeef, vooral plasma eiwitten worden uitgesloten
- Kapsel van bowman bestaat uit: gespecialiseerde cellen genaamd podocyten, die elk een
glomerulaire capillair omringt
o Podocyten hebben lange cytoplasmatische verlengingen, voetuitsteeksels, die zich
uitstrekken vanaf het hoofdlichaam
o Ze ontwikkelen rond glomerulaire capillairen en vlechten, waardoor smalle
filtratiespleten overblijven gesloten door een spleetdiafragma
o Filtratiespleetjes vind je tussen de teentjes van de podocyten, filtratiespleetjes zijn
opgevuld met eiwitten gemaakt door podocyten: nephrin en podocin (negatief
geladen)
o Het eiwit albumine wordt voor 99,9% tegengehouden
o Het spleetdiafragma bevat verschillende structureel unieke eiwitten, waaronder
nefrine en podocine, die een zeef met twee lagen lijken te vormen

- Glomerulaire mesangiale cellen liggen tussen en rond glomerulaire capillairen en creëren
een ondersteunende structuur voor haarvaten
o Beïnvloeden ook filtratie door het oppervlak van spleten te veranderen
o Scheiden ook cytokinen uit die geassocieerd zijn met immuun- en
ontstekingsprocessen

- Drie drukken die glomerulaire filtratie beïnvloeden:
1. Capillaire bloeddruk, de hydrostatische druk (Ph) is 55 mm Hg
2. Colloïd osmotische druk (Pi): drukgradiënt veroorzaakt door aanwezigheid van eiwitten
in het plasma. Osmotische drukgradiënt is 30 mm Hg
3. Kapselvloeistof: hydrostatische vloeistofdruk (Pfluid) is 15 mm Hg
- Colloïd osmotische druk is de aanzuigende werking van grote bloedeiwitten op water
(osmotische druk komt door allerlei opgeloste deeltjes)
- 55 – 30 – 15 = 10 mm Hg netto kracht filtratie

- Glomerulaire filtratiesnelheid (GFR) is 125 mL/min, 180L/dag  beïnvloed door
1. Netto filtratiedruk
2. Filtratiecoëffieciënt
 het beschikbare oppervlak voor filtratie
 Permeabiliteit van filtratiespleten
- Tussen de 80 – 180 mm Hg blijft GFR constant en dus 180L per dag

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Hoofdstuk 19 en hoofdstuk 20
Uploaded on
March 3, 2022
Number of pages
24
Written in
2021/2022
Type
SUMMARY

Subjects

$7.55
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
isayvleuven

Get to know the seller

Seller avatar
isayvleuven
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
-
Member since
5 year
Number of followers
0
Documents
1
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Trending documents

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can immediately select a different document that better matches what you need.

Pay how you prefer, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card or EFT and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions