Nederlands Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 2
Les 10: De samengestelde zin
de enkelvoudige en de samengestelde zin
enkelvoudige zin: 1 zin met 1 persoonsvorm
bv Saaie momenten zul je niet meer beleven.
samengestelde zin: 2 of meer persoonsvormen
bv Je kunt aan de slag nadat je je hebt geregistreerd en het lidgeld hebt
betaald.
nevenschikking en onderschikking
nevenschikking: 2 of meer gelijkwaardige zinnen verbonden
nevenschikkend voegwoord: en, of, maar, want, dus,… of komma
bv Ik wist niet welke kleren te kiezen en ik bleef maar twijfelen.
→ Ik wist niet welke kleren te kiezen. Ik bleef maar twijfelen.
onderschikking: bijzinnen die deel uitmaken uit hoofdzin
onderschikkend voegwoord: als, dat, omdat, terwijl,.. of betrekkelijk
voornaamwoord die, dat,…
bv Mijn zus is altijd vrolijk wanneer het weekend begint.
→ Mijn zus is altijd vrolijk. (=hoofdzin) wanneer het weekend begint
(=bijzin)
Nederlands Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 3
Les 15: Een instructie geven
De prescriptieve tekst
Prescriptieve tekst: instructie geven op heldere manier
1. verschillende stappen
2. stappen moeten volledig zijn
3. chronologische volgorde
4. taak is kort en duidelijk
5. illustraties
6. benodigdheden
, Les 17: Figuurlijk taalgebruik
spreekwoorden, uitdrukkingen en gezegden
spreekwoorden: persoonsvorm staat in tegenwoordige tijd
bv onkruid vergaat niet
uitdrukking: het onderwerp kan veranderen en van het werkwoord
kun je de tijd aanpassen
bv De jager/ regering speelt met vuur.
gezegden: altijd een zinsdeel dat op meerdere plaatsen in een zin
kan
bv door dik en dun
Spreekwoord, uitdrukking of Betekenis
gezegde
(u) een gegeven paard niet in de niet kritisch zijn over iets wat je
bek kijken cadeau kreeg
(s) Blaffende honden bijten niet. zij die het hardst roepen, zijn het
minst gevaarlijk
(s) Wie een kuilt graaft voor een wie een ander iets wilt aandoen, kan
ander, valt er zelf in. er zelf slachtoffer worden
(g) in adamskostuum naakt, zonder kleren
(u) het ijzer smeden als het heet is op het juiste moment kansen grijpen
(s) Als de kat van huis is, dansen als er geen toezicht is, doet men
de muizen op tafels. waar men zin in heeft
(g) ouder koeien uit de sloot halen opnieuw beginnen over iets wat
vroeger is voorgevallen
(u) er geen doekje om winden zonder je in te houden precies
zeggen wat je van iets vindt
(g) het witte doek cinemascherm
(u) je plan trekken bedenken wat je wilt, je gang gaan
(s) De vogel is gevlogen. degene die wordt gezocht is
verdwenen
(u) de vogel voor de kat zijn iemand die reddeloos verdwenen is
(g) een vreemde vogel een raar persoon
(u) advocaat van de duivel kritische vragen stellen
(g) door dik en dun in moeilijke tijden blijven steunen
Hoofdstuk 2
Les 10: De samengestelde zin
de enkelvoudige en de samengestelde zin
enkelvoudige zin: 1 zin met 1 persoonsvorm
bv Saaie momenten zul je niet meer beleven.
samengestelde zin: 2 of meer persoonsvormen
bv Je kunt aan de slag nadat je je hebt geregistreerd en het lidgeld hebt
betaald.
nevenschikking en onderschikking
nevenschikking: 2 of meer gelijkwaardige zinnen verbonden
nevenschikkend voegwoord: en, of, maar, want, dus,… of komma
bv Ik wist niet welke kleren te kiezen en ik bleef maar twijfelen.
→ Ik wist niet welke kleren te kiezen. Ik bleef maar twijfelen.
onderschikking: bijzinnen die deel uitmaken uit hoofdzin
onderschikkend voegwoord: als, dat, omdat, terwijl,.. of betrekkelijk
voornaamwoord die, dat,…
bv Mijn zus is altijd vrolijk wanneer het weekend begint.
→ Mijn zus is altijd vrolijk. (=hoofdzin) wanneer het weekend begint
(=bijzin)
Nederlands Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 3
Les 15: Een instructie geven
De prescriptieve tekst
Prescriptieve tekst: instructie geven op heldere manier
1. verschillende stappen
2. stappen moeten volledig zijn
3. chronologische volgorde
4. taak is kort en duidelijk
5. illustraties
6. benodigdheden
, Les 17: Figuurlijk taalgebruik
spreekwoorden, uitdrukkingen en gezegden
spreekwoorden: persoonsvorm staat in tegenwoordige tijd
bv onkruid vergaat niet
uitdrukking: het onderwerp kan veranderen en van het werkwoord
kun je de tijd aanpassen
bv De jager/ regering speelt met vuur.
gezegden: altijd een zinsdeel dat op meerdere plaatsen in een zin
kan
bv door dik en dun
Spreekwoord, uitdrukking of Betekenis
gezegde
(u) een gegeven paard niet in de niet kritisch zijn over iets wat je
bek kijken cadeau kreeg
(s) Blaffende honden bijten niet. zij die het hardst roepen, zijn het
minst gevaarlijk
(s) Wie een kuilt graaft voor een wie een ander iets wilt aandoen, kan
ander, valt er zelf in. er zelf slachtoffer worden
(g) in adamskostuum naakt, zonder kleren
(u) het ijzer smeden als het heet is op het juiste moment kansen grijpen
(s) Als de kat van huis is, dansen als er geen toezicht is, doet men
de muizen op tafels. waar men zin in heeft
(g) ouder koeien uit de sloot halen opnieuw beginnen over iets wat
vroeger is voorgevallen
(u) er geen doekje om winden zonder je in te houden precies
zeggen wat je van iets vindt
(g) het witte doek cinemascherm
(u) je plan trekken bedenken wat je wilt, je gang gaan
(s) De vogel is gevlogen. degene die wordt gezocht is
verdwenen
(u) de vogel voor de kat zijn iemand die reddeloos verdwenen is
(g) een vreemde vogel een raar persoon
(u) advocaat van de duivel kritische vragen stellen
(g) door dik en dun in moeilijke tijden blijven steunen