Vocabulaire français Pâques
de puber (14-18 jaar)
de puberteit
de puber (14-18 jaar)
de volwassene
de volwassenheid
de oudste
de schoonzoon
de schoonbroer, de
stiefbroer
de schoonvader, de
stiefvader
de schoonouders, de
stiefouders
de schoondochter
de schoonmoeder, de
stiefmoeder
de schoonzus, de
stiefzus
de jongste
het koppel
de neef / de nicht
de halfbroer / de
halfzus
de scheiding
de kindertijd
het enig kind
het nieuw
samengestelde gezin
de vrouw, de
echtgenote
het petekind / het
, Vocabulaire français Pâques
metekind
de tweeling
de man, de echtgenoot
het huwelijk
de meter
het familielid
het overlijden, de dood
de geboorte
de neef
de nicht
de familienaam
de peter
de partner
de bejaarde
het vriendje / het
vriendinnetje, het lief
de kleindochter / de
kleinzoon
de voornaam
de gepensioneerde
de weduwnaar / de
weduwe
vrijgezel
meerderjarig
getrouwd
minderjarig
oud
(dertien) jaar oud zijn
scheiden
verlief zijn (op)
geboren zijn
de puber (14-18 jaar)
de puberteit
de puber (14-18 jaar)
de volwassene
de volwassenheid
de oudste
de schoonzoon
de schoonbroer, de
stiefbroer
de schoonvader, de
stiefvader
de schoonouders, de
stiefouders
de schoondochter
de schoonmoeder, de
stiefmoeder
de schoonzus, de
stiefzus
de jongste
het koppel
de neef / de nicht
de halfbroer / de
halfzus
de scheiding
de kindertijd
het enig kind
het nieuw
samengestelde gezin
de vrouw, de
echtgenote
het petekind / het
, Vocabulaire français Pâques
metekind
de tweeling
de man, de echtgenoot
het huwelijk
de meter
het familielid
het overlijden, de dood
de geboorte
de neef
de nicht
de familienaam
de peter
de partner
de bejaarde
het vriendje / het
vriendinnetje, het lief
de kleindochter / de
kleinzoon
de voornaam
de gepensioneerde
de weduwnaar / de
weduwe
vrijgezel
meerderjarig
getrouwd
minderjarig
oud
(dertien) jaar oud zijn
scheiden
verlief zijn (op)
geboren zijn