Nederlands: samenvatting les 1,6 en
tv1
Les 1 ~ ‘Een film is een kijkboek’
- Verhaalanalyse:
o Opbouw verhaal
-> Begin ~ abo vo, in media res, post rem = het motorisch
moment
Midden ~ spanning > suspense, surprise, mysterie,
cliffhangers
Einde ~ gesloten of open einde ( open einde ->
polyinterpretabel)
-> Thema ~ grondmotief (kernzin/kernwoord)
-> sujet of plot = samenvatting verhaal
fabel of story = samenvatting verhaal chronologisch
o Motieven
-> een gegeven voorwerp, verschijnsel, gebeurtenis dat
meerdere malen in een verhaal/film terugkeert en op die
manier een symbolische betekenis krijgt; verschillende soorten
motieven:
niveau 1 ~ binnen één verhaal/film
niveau 2 ~ binnen de werken van één auteur
niveau 3 ~ binnen verschillende werken van
verschillende auteurs, literair-historisch motief (boze
stiefmoeder, tijdreizen, patercizen, onbewoond eiland,
…)
o Vertelperspectief
-> auctoriele verteller (alwetend)
personele verteller (hij – verteller)
ik – verteller (vertellende of belevende ik – persoon)
-> meervoudig vertelperspectief
o Personages
-> protagonist, antagonist, nevenfiguren en figuranten
-> uitgebreid voorgesteld = expliciet (< impliciet)
-> personage evolueert = round character (< flat character)
o Tijdanalyse
-> kalendertijd= historische tijd
uurtijd = lineair, onomkeerbaar, chronologisch
literaire tijd = manipuleerbaar, niet-chronologisch
-> flashbak, flashforward, vooruitwijzing(kort),
simultaneïteit(gelijktijdig)
-> vertelritme: versnelling (vertelde tijd > verteltijd)
tv1
Les 1 ~ ‘Een film is een kijkboek’
- Verhaalanalyse:
o Opbouw verhaal
-> Begin ~ abo vo, in media res, post rem = het motorisch
moment
Midden ~ spanning > suspense, surprise, mysterie,
cliffhangers
Einde ~ gesloten of open einde ( open einde ->
polyinterpretabel)
-> Thema ~ grondmotief (kernzin/kernwoord)
-> sujet of plot = samenvatting verhaal
fabel of story = samenvatting verhaal chronologisch
o Motieven
-> een gegeven voorwerp, verschijnsel, gebeurtenis dat
meerdere malen in een verhaal/film terugkeert en op die
manier een symbolische betekenis krijgt; verschillende soorten
motieven:
niveau 1 ~ binnen één verhaal/film
niveau 2 ~ binnen de werken van één auteur
niveau 3 ~ binnen verschillende werken van
verschillende auteurs, literair-historisch motief (boze
stiefmoeder, tijdreizen, patercizen, onbewoond eiland,
…)
o Vertelperspectief
-> auctoriele verteller (alwetend)
personele verteller (hij – verteller)
ik – verteller (vertellende of belevende ik – persoon)
-> meervoudig vertelperspectief
o Personages
-> protagonist, antagonist, nevenfiguren en figuranten
-> uitgebreid voorgesteld = expliciet (< impliciet)
-> personage evolueert = round character (< flat character)
o Tijdanalyse
-> kalendertijd= historische tijd
uurtijd = lineair, onomkeerbaar, chronologisch
literaire tijd = manipuleerbaar, niet-chronologisch
-> flashbak, flashforward, vooruitwijzing(kort),
simultaneïteit(gelijktijdig)
-> vertelritme: versnelling (vertelde tijd > verteltijd)