Hoofdstuk 4: De resultatenrekening
4.1 Inleiding en basisstructuur
Bij het maken van een financieel plan is een resultatenbegroting
erg belangrijk.
Resultatenbegroting = Hierin wordt een schatting gemaakt van de
verwachte winst.
Belangrijke indicatie of de ondernemers levensvatbaar is.
Advies: stel dit ook voor het 2e en 3e jaar op.
Resultatenrekening = Schematisch overzicht van opbrengsten,
kosten en de daaruit resulterende winst in een bepaalde periode.
Ook wel exploitatierekening of winst- en verliesrekening
genoemd.
Bij veel beginnende ondernemingen is de winst voor het 1e jaar
onzuiver.
Bijvoorbeeld: door hoge kosten en lage naamsbekendheid.
In het 2e en 3e jaar neemt normaal gesproken de kosten af en de opbrengsten toe.
Bijvoorbeeld: door betere naamsbekendheid.
De bassistructuur van een resultatenrekening is te zien in figuur 4.1.
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen:
- Gewone opbrengsten en bijzondere opbrengsten (=buitengewone baten).
- Gewone kosten en bijzondere kosten (= buitengewone lasten).
4.2 Opbrengsten
Opbrengsten = Economische voordelen uit de operationele activiteiten van een
onderneming.
Vermeerderd de winst, hiermee dus ook het eigen vermogen.
Omzet = De opbrengsten uit een ‘normale’ bedrijfsvoering.
Opbrengsten als gevolg van het primaire
proces, de productie of de dienstverlening die
het bedrijf verzorgt.
Omzet = Verkoopprijs per eenheid * afzet
Afzet = Aantal verkochte eenheden
(stuks).
Er is een onderscheid tussen contante verkopen en verkopen op rekening.
Contante verkopen = Verkopen die meteen worden betaald door de klant door
pinnen van de lopende rekening of doormiddel van cash.
Verkopen op rekening = Verkopen waarbij de klant niet meteen betaalt, maar pas
later. Wanneer de klant betaald hangt af van het Debiteurtermijn.
Debiteurtermijn = De periode waarbinnen de debiteuren hun vorderingen moeten
1
4.1 Inleiding en basisstructuur
Bij het maken van een financieel plan is een resultatenbegroting
erg belangrijk.
Resultatenbegroting = Hierin wordt een schatting gemaakt van de
verwachte winst.
Belangrijke indicatie of de ondernemers levensvatbaar is.
Advies: stel dit ook voor het 2e en 3e jaar op.
Resultatenrekening = Schematisch overzicht van opbrengsten,
kosten en de daaruit resulterende winst in een bepaalde periode.
Ook wel exploitatierekening of winst- en verliesrekening
genoemd.
Bij veel beginnende ondernemingen is de winst voor het 1e jaar
onzuiver.
Bijvoorbeeld: door hoge kosten en lage naamsbekendheid.
In het 2e en 3e jaar neemt normaal gesproken de kosten af en de opbrengsten toe.
Bijvoorbeeld: door betere naamsbekendheid.
De bassistructuur van een resultatenrekening is te zien in figuur 4.1.
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen:
- Gewone opbrengsten en bijzondere opbrengsten (=buitengewone baten).
- Gewone kosten en bijzondere kosten (= buitengewone lasten).
4.2 Opbrengsten
Opbrengsten = Economische voordelen uit de operationele activiteiten van een
onderneming.
Vermeerderd de winst, hiermee dus ook het eigen vermogen.
Omzet = De opbrengsten uit een ‘normale’ bedrijfsvoering.
Opbrengsten als gevolg van het primaire
proces, de productie of de dienstverlening die
het bedrijf verzorgt.
Omzet = Verkoopprijs per eenheid * afzet
Afzet = Aantal verkochte eenheden
(stuks).
Er is een onderscheid tussen contante verkopen en verkopen op rekening.
Contante verkopen = Verkopen die meteen worden betaald door de klant door
pinnen van de lopende rekening of doormiddel van cash.
Verkopen op rekening = Verkopen waarbij de klant niet meteen betaalt, maar pas
later. Wanneer de klant betaald hangt af van het Debiteurtermijn.
Debiteurtermijn = De periode waarbinnen de debiteuren hun vorderingen moeten
1