Verpleegkunde jaar 2 KBS 8 Klinisch redeneren binnen de intensieve zorg
Flitscollege: Klinisch redeneren in 6 stappen (Proactive Nursing)
Klinisch redeneren in 6 stappen
OBSERVEREN Het waarnemen van feiten: klinische symptomen, klachten, controles,
diverse meetwaarden, ….
ORDENEN Aan de hand van observaties ordenen van gedachten: waar is het probleem,
wat is het probleem, zijn er verbanden met andere problemen/ zorgthema’s?
Moeilijkste onderdeel van klinisch redeneren
OORDELEN Het diagnosticeren, constateren of vaststellen m.b.v. stoplichtsysteem (triage)
Rood = stop actueel probleem, vereist actie
Oranje = waarschuwing verhoogd risico / bedreigde functie
Groen = veilig geen probleem / geen disfunctie
OVERDENKEN Het heen-en-weer denken of het redeneren klopt.
Redeneren is een cyclisch denkproces.
1. Oriëntatie op de situatie en het klinisch beeld
Situation
Background
Assessment
Recommendation
2. Zorgthema’s
3. Aanvullend onderzoek
4. Klinisch beleid
Inhoud verslag gaat tot hier!
, 5. Klinisch verloop
6. Nabeschouwing
1. Oriëntatie op de situatie
Doel
De actuele gezondheidssituatie van de patiënt in kaart brengen: het klinische beeld, een zo
nauwkeurig mogelijke beschrijving hoe een ziekte/aandoening zich op dat moment
openbaart bij een patiënt
Hulpmiddelen
Om vitale functies en ernst van de situatie in kaart te brengen
SBAR(R) (informatie & communicatie)
(M)EWS & DENWIS (Dutch Early Nurse Worry Indicator Score)
ABCDE (urgentie)
SIRS (Systematic Inflammatory Response System) vs qSOFA (quick Sepsis Related
Organ Failure Assessment (vernieuwd en is ter beoordeling van sepsis)
SCEGS
Resultaat
Duidelijk beeld dat er iets aan de hand is
Relatie tot andere classificatiesystemen
NANDA
Early Warning Score (EWS)
Modified Early Warning Score
- Ontwikkeld om vitaal bedreigde patiënten vroegtijdig op te sporen.
- Geeft een overzicht van parameters dat het globale patroon van een vitale
bedreiging weergeeft.
- Geeft geen inzicht in problematiek van de orgaansystemen zelf.
Flitscollege: Klinisch redeneren in 6 stappen (Proactive Nursing)
Klinisch redeneren in 6 stappen
OBSERVEREN Het waarnemen van feiten: klinische symptomen, klachten, controles,
diverse meetwaarden, ….
ORDENEN Aan de hand van observaties ordenen van gedachten: waar is het probleem,
wat is het probleem, zijn er verbanden met andere problemen/ zorgthema’s?
Moeilijkste onderdeel van klinisch redeneren
OORDELEN Het diagnosticeren, constateren of vaststellen m.b.v. stoplichtsysteem (triage)
Rood = stop actueel probleem, vereist actie
Oranje = waarschuwing verhoogd risico / bedreigde functie
Groen = veilig geen probleem / geen disfunctie
OVERDENKEN Het heen-en-weer denken of het redeneren klopt.
Redeneren is een cyclisch denkproces.
1. Oriëntatie op de situatie en het klinisch beeld
Situation
Background
Assessment
Recommendation
2. Zorgthema’s
3. Aanvullend onderzoek
4. Klinisch beleid
Inhoud verslag gaat tot hier!
, 5. Klinisch verloop
6. Nabeschouwing
1. Oriëntatie op de situatie
Doel
De actuele gezondheidssituatie van de patiënt in kaart brengen: het klinische beeld, een zo
nauwkeurig mogelijke beschrijving hoe een ziekte/aandoening zich op dat moment
openbaart bij een patiënt
Hulpmiddelen
Om vitale functies en ernst van de situatie in kaart te brengen
SBAR(R) (informatie & communicatie)
(M)EWS & DENWIS (Dutch Early Nurse Worry Indicator Score)
ABCDE (urgentie)
SIRS (Systematic Inflammatory Response System) vs qSOFA (quick Sepsis Related
Organ Failure Assessment (vernieuwd en is ter beoordeling van sepsis)
SCEGS
Resultaat
Duidelijk beeld dat er iets aan de hand is
Relatie tot andere classificatiesystemen
NANDA
Early Warning Score (EWS)
Modified Early Warning Score
- Ontwikkeld om vitaal bedreigde patiënten vroegtijdig op te sporen.
- Geeft een overzicht van parameters dat het globale patroon van een vitale
bedreiging weergeeft.
- Geeft geen inzicht in problematiek van de orgaansystemen zelf.