Onderzoek
Periode 3.1
Week 1
De stappen van PO (praktijkgericht onderzoek)
Hoofddoel van praktijkonderzoek: begrijpen en verbeteren van de eigen praktijk.
Intentioneel leren: als je bewust via een bepaalde systematiek antwoord probeert te krijgen op je vragen.
Fundamenteel onderzoek: onderzoek met het accent op theorievorming en theorietoetsing (is een
behandelmethode effectief?). Kennis is generaliseerbaar.
Toegepast onderzoek: onderzoek met het accent op toepassing van kennis om algemene problemen op te
lossen (onder welke voorwaarde is het zinvol om de behandelmethode in het zetten binnen de
hulpverlening om de problemen van de doelgroep op te lossen?). Dit onderzoek moet nieuwe kennis
leveren, zodat er effectiever gehandeld kan worden. Kennis is probleemgebonden.
Praktijkonderzoek: onderzoek met het accent op het begrijpen en verbeteren van de eigen praktijk.
Professionals doen in hun eigen beroepspraktijk onderzoek (kan de behandeling in een specifieke
instelling ingezet worden en met welk effect?). Kennis is probleemgebonden in een specifieke context.
Onderzoeksbenaderingen (opvattingen over wat goed onderzoek is)
- Positivistische onderzoeksbenadering: kennis is gebaseerd op dat wat direct waarneembaar is. Er
is één werkelijkheid (algemene wetmatigheden).
- Constructivistische/interpretatieve onderzoeksbenadering: er kunnen meerdere interpretaties
van de werkelijkheid naast elkaar bestaan.
- Kritisch-emancipatorisch onderzoeksbenadering: kennis wordt bepaald door mensen met macht.
Bij praktijkonderzoek gaan we ervan uit dat er meerdere interpretaties van de werkelijkheid bestaan, die
worden beschreven door algemene wetmatigheden en specifieke kenmerken van de beroepspraktijk.
In praktijkonderzoek kunnen EBP (evidence-based practice) en PBE (practice-based evidance) elkaar
versterken (accent op PBE). EBP: evidence verkrijgen onder wetenschappelijke condities en dan vertalen
naar praktijk. PBE: evidence verkrijgen onder realistische condities en eventueel verder onderzoeken.
Twee vormen van praktijkonderzoek:
- Kennisgericht praktijkonderzoek: praktijkonderzoek waarbij je indirect werkt aan verbetering van
je eigen beroepspraktijk door je grondig te verdiepen in een praktijkprobleem.
- Ontwerponderzoek: praktijkonderzoek waarbij je direct werkt aan verbetering van je eigen
beroepspraktijk door je te verdiepen in zowel het praktijkprobleem als de oplossing ervan om op
basis daarvan een ontwerp te maken en dit doelgericht te testen en in te voeren.
Praktijkonderzoek is een voortdurende wisselwerking tussen divergent en convergent handelen.
Divergeren: het verbreden van perspectieven, ideeën en inzichten.
Convergeren: focussen, trechteren en vastleggen (probleem afbakenen).
Periode 3.1
Week 1
De stappen van PO (praktijkgericht onderzoek)
Hoofddoel van praktijkonderzoek: begrijpen en verbeteren van de eigen praktijk.
Intentioneel leren: als je bewust via een bepaalde systematiek antwoord probeert te krijgen op je vragen.
Fundamenteel onderzoek: onderzoek met het accent op theorievorming en theorietoetsing (is een
behandelmethode effectief?). Kennis is generaliseerbaar.
Toegepast onderzoek: onderzoek met het accent op toepassing van kennis om algemene problemen op te
lossen (onder welke voorwaarde is het zinvol om de behandelmethode in het zetten binnen de
hulpverlening om de problemen van de doelgroep op te lossen?). Dit onderzoek moet nieuwe kennis
leveren, zodat er effectiever gehandeld kan worden. Kennis is probleemgebonden.
Praktijkonderzoek: onderzoek met het accent op het begrijpen en verbeteren van de eigen praktijk.
Professionals doen in hun eigen beroepspraktijk onderzoek (kan de behandeling in een specifieke
instelling ingezet worden en met welk effect?). Kennis is probleemgebonden in een specifieke context.
Onderzoeksbenaderingen (opvattingen over wat goed onderzoek is)
- Positivistische onderzoeksbenadering: kennis is gebaseerd op dat wat direct waarneembaar is. Er
is één werkelijkheid (algemene wetmatigheden).
- Constructivistische/interpretatieve onderzoeksbenadering: er kunnen meerdere interpretaties
van de werkelijkheid naast elkaar bestaan.
- Kritisch-emancipatorisch onderzoeksbenadering: kennis wordt bepaald door mensen met macht.
Bij praktijkonderzoek gaan we ervan uit dat er meerdere interpretaties van de werkelijkheid bestaan, die
worden beschreven door algemene wetmatigheden en specifieke kenmerken van de beroepspraktijk.
In praktijkonderzoek kunnen EBP (evidence-based practice) en PBE (practice-based evidance) elkaar
versterken (accent op PBE). EBP: evidence verkrijgen onder wetenschappelijke condities en dan vertalen
naar praktijk. PBE: evidence verkrijgen onder realistische condities en eventueel verder onderzoeken.
Twee vormen van praktijkonderzoek:
- Kennisgericht praktijkonderzoek: praktijkonderzoek waarbij je indirect werkt aan verbetering van
je eigen beroepspraktijk door je grondig te verdiepen in een praktijkprobleem.
- Ontwerponderzoek: praktijkonderzoek waarbij je direct werkt aan verbetering van je eigen
beroepspraktijk door je te verdiepen in zowel het praktijkprobleem als de oplossing ervan om op
basis daarvan een ontwerp te maken en dit doelgericht te testen en in te voeren.
Praktijkonderzoek is een voortdurende wisselwerking tussen divergent en convergent handelen.
Divergeren: het verbreden van perspectieven, ideeën en inzichten.
Convergeren: focussen, trechteren en vastleggen (probleem afbakenen).