VWO
Samenvatting van alle stof
Irza de Vries
, A. Vaardigheden (maar dan alleen echte stof)
Begrippen
Hypothese: een toetsbare veronderstelling over de werkelijkheid.
Afhankelijke variabele: de oorzaak, variabele die je kunt manipuleren.
Onafhankelijke variabele: het gevolg, variabele die verandert door de onafhankelijke
variabele als die verandert.
Interveniërende variabele: dit is onderliggende variabele die de uitkomst van twee andere,
samenhangende variabelen verklaren, voorbeeld:
‘Zo kan een verband worden gelegd tussen het aantal ooievaars en het aantal geboren baby’s in een
gebied: waar veel ooievaars worden gesignaleerd, worden ook significant meer baby’s geboren. De op
het oog logische constatering dat ooievaars dus het geboortecijfer verklaren, is echter een bekende
valkuil. Als het onderzochte gebied namelijk het platte land betreft, kan dit de interveniërende
variabele zijn. Op het platteland komen meer ooievaars voor dan in steden en buiten de steden
worden tevens meer baby’s geboren.’
Bron: https://www.ensie.nl/jim-emanuels/intervenierende-variabelen
Onafhankelijke Afhankelijke
variabel variabele
Interveniërende
variabele
Correlatie: er is een samenhang tussen de variabelen; de ene verandert en de ander ook,
maar niet per sé omdat de ene de gevolg is van de ander. De als er een verandert, hoeft de
ander dus niet per sé ook te veranderen.
Causaliteit: een oorzaak gevolg verband; de afhankelijke variabele verandert doordat de
onafhankelijke variabele dat ook doet.
Betrouwbaarheid: de mate waarin een meting onafhankelijk is van toeval en vrij van
willekeurige meetfouten.
Validiteit: de onderzoeken meet wat hij ook wil meten, de resultaten zijn dus relevant.
Representativiteit: (hier niet als kernconcept) of de steekproef een dwarsdoorsnede is van de
totale onderzoekspopulatie.