Week 1
Bronnen van verbintenissen
Overeenkomst (meerzijdige rechtshandeling)
‘echte’ verbintenissen uit de wet
o Onrechtmatige daad (schade)
o Zaakwaarneming
o Onverschuldigde betaling
o Ongerechtvaardigde verrijking
Redelijkheid en billijkheid
Tekortkoming in de nakoming van een andere verbintenis
,Geldigheid van rechtshandelingen
2 dingen nodig:
1. Verklaring
Moet overeenkomen
2. Wil
Is er sprake van een aanbod?
6:227 BW (bepaalbaarheid) verbintenis moet bepaalbaar zijn. Er moet sprake zijn van
een precieze omschrijving van zaken.
Advertentie = uitnodiging tot onderhandelen.
Verklaring ≠ wil (artikel 3:33 BW)
Eenzijdig: bijvoorbeeld verspreking of verschrijving
Meerzijdig: geen wilsovereenstemming (6:217 BW)
Geestelijke stoornis: geen wil aanwezig (3:34 BW)
Overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding! (6:217 BW)
Rechtssubject = degene aan wie een subjectief recht toekomt;
- Natuurlijke personen
- Rechtspersonen (verenigingen, stichtingen, BV’s en NV’s)
Absoluut recht = doet een relatie ontstaan tussen een rechtssubject en een ‘goed’. Dit recht
kan tegenover iedereen worden gehandhaafd.
Relatief recht = een recht dat alleen tegen bepaalde personen kan worden ingeroepen.
Roerende en onroerende zaken
Onroerend (3:3 lid 1): grond, nog niet gewonnen delfstoffen en de met de grond verenigde
beplantingen + gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd.
Roerende zaken staan in artikel 3:3 lid 2 BW.
, Verbintenis = een rechtsbetrekking die ontstaat tussen degene die een prestatie schuldig is
en degene die daarop recht heeft.
Verbintenis kan ook de betekenis krijgen van één element daaruit: de rechtsplicht.
3 soorten rechtsplichten:
1. Rechtsplichten die geen verbintenis zijn
Bestaan in beginsel voor iedereen. Hier is geen sprake van een bepaalde verwachting van
een bepaald persoon.
rechts houden in het verkeer, houden aan milieuvoorschriften, niet door rood rijden etc.
2. Rechtsplichten die een rechtens afdwingbare verbintenis zijn
Verbintenis die via de rechter kan worden afgedwongen.
3. Rechtsplichten die een rechtens niet-afdwingbare verbintenis zijn (6:3 BW)
Verbintenis die niet via de rechter kan worden afgedwongen. Dit is geregeld in de wet.
Bijvoorbeeld de verbintenis die volgt uit het winnen van een weddenschap.
Bronnen van verbintenissen
Overeenkomst (meerzijdige rechtshandeling)
‘echte’ verbintenissen uit de wet
o Onrechtmatige daad (schade)
o Zaakwaarneming
o Onverschuldigde betaling
o Ongerechtvaardigde verrijking
Redelijkheid en billijkheid
Tekortkoming in de nakoming van een andere verbintenis
,Geldigheid van rechtshandelingen
2 dingen nodig:
1. Verklaring
Moet overeenkomen
2. Wil
Is er sprake van een aanbod?
6:227 BW (bepaalbaarheid) verbintenis moet bepaalbaar zijn. Er moet sprake zijn van
een precieze omschrijving van zaken.
Advertentie = uitnodiging tot onderhandelen.
Verklaring ≠ wil (artikel 3:33 BW)
Eenzijdig: bijvoorbeeld verspreking of verschrijving
Meerzijdig: geen wilsovereenstemming (6:217 BW)
Geestelijke stoornis: geen wil aanwezig (3:34 BW)
Overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding! (6:217 BW)
Rechtssubject = degene aan wie een subjectief recht toekomt;
- Natuurlijke personen
- Rechtspersonen (verenigingen, stichtingen, BV’s en NV’s)
Absoluut recht = doet een relatie ontstaan tussen een rechtssubject en een ‘goed’. Dit recht
kan tegenover iedereen worden gehandhaafd.
Relatief recht = een recht dat alleen tegen bepaalde personen kan worden ingeroepen.
Roerende en onroerende zaken
Onroerend (3:3 lid 1): grond, nog niet gewonnen delfstoffen en de met de grond verenigde
beplantingen + gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd.
Roerende zaken staan in artikel 3:3 lid 2 BW.
, Verbintenis = een rechtsbetrekking die ontstaat tussen degene die een prestatie schuldig is
en degene die daarop recht heeft.
Verbintenis kan ook de betekenis krijgen van één element daaruit: de rechtsplicht.
3 soorten rechtsplichten:
1. Rechtsplichten die geen verbintenis zijn
Bestaan in beginsel voor iedereen. Hier is geen sprake van een bepaalde verwachting van
een bepaald persoon.
rechts houden in het verkeer, houden aan milieuvoorschriften, niet door rood rijden etc.
2. Rechtsplichten die een rechtens afdwingbare verbintenis zijn
Verbintenis die via de rechter kan worden afgedwongen.
3. Rechtsplichten die een rechtens niet-afdwingbare verbintenis zijn (6:3 BW)
Verbintenis die niet via de rechter kan worden afgedwongen. Dit is geregeld in de wet.
Bijvoorbeeld de verbintenis die volgt uit het winnen van een weddenschap.