WPO respiratoire kine
examen: schriftelijk examen gaat niet over respi, respi is enkel mondeling
4 vragen: 2 theorievragen uit cursus (praktijkgericht), 1 tekening/foto (! geen
interpretatie van radiologisch beeldmateriaal) en 1 praktijkvraag (vb. leer het
gebruik van de Flutter aan)
patiënt met secreties in bovenste luchtwegen:
neus snuiten: geen neusgaten toeduwen (dit zou druk in verhogen en deze zou naar het
middenoor gaan) + diepe teug in en een lange teug uit -> tot er geen snot meer uit komt
neus spoelen: neusspoelkannetje (vanaf 4-6j) vullen met water op lichaamstemperatuur
en zout (1 lepel) -> zoutoplossing van 9 procent = fysiologisch serum, P buigt voorover en
houdt het hoofd schuin -> kannetje in het bovenste neusgat stoppen en P ademt door de
mond (actief, kinderen vragen een liedje te zingen of te tellen tot 10) en dan gieten, hierna
de neus voorzichtig snuiten en dan verder spoelen (door de snelheid van het water worden
de secreties meegenomen + het water maakt de secreties vloeibaar) tot de neus proper is
(als water niet warm/zoutig is -> slijmvliezen gaan zwellen en dit gaat prikken), meestal
beide neusgaten spoelen, maar dit hoeft niet
-> bij baby’s/comapatiënten: kunnen niet actief door de mond ademen -> flesje met een
teutje nemen, vullen met fysiologisch serum en baby op rug leggen en hoofd draaien. Flesje
aan bovenste neusgat plaatsen en zacht het water erdoor duwen (met aangehouden druk),
de baby zal niet verslikken omdat het hoofd gedraaid ligt en er wordt lichte druk en snelheid
gemaakt.
-> secreties die in neus blijven zitten: hierin groeien bacteriën en virussen, deze kunnen dan
ingeademd worden en in de longen terecht komen
patiënt met secreties in lage luchtwegen/longen:
-> drainage: luchtsnelheid (hoe groter expiratoire luchtsnelheid, hoe beter de secreties
bewegen) en shearing force (lucht schuurt langs secreties en trekt deze mee), hoe hoger de
luchtsnelheid, hoe beter de shearing force
-> secreties bewegen: je hoort het reutelen/vibratie onder de handen = feedback
(geen feedback = geen drainage), als je piepend geluid hoort -> luchtwegen klappen dicht (=
pathologisch vernauwen -> dan gaat snelheid dalen)
patiënt leren ademen met de glottis open: glottis = klep die de luchtpijp beschermd tegen
verslikken -> deze kan volledig open (-> geen geluid) of beetje open (-> beetje geluid) bij
uitademen: trainen met een zakdoek -> zakdoek met gestrekte armen voor zich houden en
deze zakdoek naar voor blazen met de mond open (= zuchtend uitademen met de mond
open)
(geen geluid maken en veel luchtsnelheid maken)
1
examen: schriftelijk examen gaat niet over respi, respi is enkel mondeling
4 vragen: 2 theorievragen uit cursus (praktijkgericht), 1 tekening/foto (! geen
interpretatie van radiologisch beeldmateriaal) en 1 praktijkvraag (vb. leer het
gebruik van de Flutter aan)
patiënt met secreties in bovenste luchtwegen:
neus snuiten: geen neusgaten toeduwen (dit zou druk in verhogen en deze zou naar het
middenoor gaan) + diepe teug in en een lange teug uit -> tot er geen snot meer uit komt
neus spoelen: neusspoelkannetje (vanaf 4-6j) vullen met water op lichaamstemperatuur
en zout (1 lepel) -> zoutoplossing van 9 procent = fysiologisch serum, P buigt voorover en
houdt het hoofd schuin -> kannetje in het bovenste neusgat stoppen en P ademt door de
mond (actief, kinderen vragen een liedje te zingen of te tellen tot 10) en dan gieten, hierna
de neus voorzichtig snuiten en dan verder spoelen (door de snelheid van het water worden
de secreties meegenomen + het water maakt de secreties vloeibaar) tot de neus proper is
(als water niet warm/zoutig is -> slijmvliezen gaan zwellen en dit gaat prikken), meestal
beide neusgaten spoelen, maar dit hoeft niet
-> bij baby’s/comapatiënten: kunnen niet actief door de mond ademen -> flesje met een
teutje nemen, vullen met fysiologisch serum en baby op rug leggen en hoofd draaien. Flesje
aan bovenste neusgat plaatsen en zacht het water erdoor duwen (met aangehouden druk),
de baby zal niet verslikken omdat het hoofd gedraaid ligt en er wordt lichte druk en snelheid
gemaakt.
-> secreties die in neus blijven zitten: hierin groeien bacteriën en virussen, deze kunnen dan
ingeademd worden en in de longen terecht komen
patiënt met secreties in lage luchtwegen/longen:
-> drainage: luchtsnelheid (hoe groter expiratoire luchtsnelheid, hoe beter de secreties
bewegen) en shearing force (lucht schuurt langs secreties en trekt deze mee), hoe hoger de
luchtsnelheid, hoe beter de shearing force
-> secreties bewegen: je hoort het reutelen/vibratie onder de handen = feedback
(geen feedback = geen drainage), als je piepend geluid hoort -> luchtwegen klappen dicht (=
pathologisch vernauwen -> dan gaat snelheid dalen)
patiënt leren ademen met de glottis open: glottis = klep die de luchtpijp beschermd tegen
verslikken -> deze kan volledig open (-> geen geluid) of beetje open (-> beetje geluid) bij
uitademen: trainen met een zakdoek -> zakdoek met gestrekte armen voor zich houden en
deze zakdoek naar voor blazen met de mond open (= zuchtend uitademen met de mond
open)
(geen geluid maken en veel luchtsnelheid maken)
1